Het kabinet onderzoekt maatregelen om de druk van gehouden honingbijen op wilde bestuivers te verminderen. In het Concept Ontwerp-Natuurplan 2026 wordt expliciet genoemd dat kan worden ingezet op een verbod op het plaatsen van honingbijkasten in natuurgebieden en rond belangrijke gebieden voor bestuivers. Een dergelijk verbod is nog geen vastgesteld landelijk beleid. Het gaat in het huidige document om een beleidsoptie die verder moet worden uitgewerkt.
Verbod op bijenkasten staat als beleidsoptie in Natuurplan
De passage over honingbijen staat in het hoofdstuk over het herstel van bestuiverpopulaties. Het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur stelt daarin dat de huidige inzet onvoldoende is om de neerwaartse trend van bestuiverpopulaties te keren. Naast maatregelen zoals het verminderen van gewasbeschermingsmiddelen, ecologisch beheer en het creëren van bijenlandschappen wordt het verminderen van de druk van honingbijen genoemd.
Het Concept Ontwerp-Natuurplan 2026 gaat vervolgens een stap verder. Daarin staat dat kan worden ingezet op een verbod op het plaatsen van honingbijkasten rond de belangrijkste gebieden voor bestuivers. Volgens het document gaat het daarbij in veel gevallen om gebieden die onderdeel zijn van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) en Natura 2000-gebieden. Daarnaast wordt een verbod op het plaatsen van honingbijkasten in natuurgebieden als afzonderlijke mogelijkheid genoemd. Welke gebieden daarvoor in aanmerking zouden komen en hoe groot een eventuele zone rond die gebieden moet worden, moet volgens het document nog worden onderzocht.
De juridische status van deze passage is van belang. Het ministerie beschrijft het document zelf als een eerste stap richting het definitieve Natuurplan. De aanvullende maatregelen worden in de periode 2026-2027 verder uitgewerkt. In de begeleidende brief van minister J. van Essen aan de Tweede Kamer staat dat relevante nieuwe maatregelen waar nodig een uitvoeringstoets, plan-MER en consultatieproces krijgen en in het definitieve Natuurplan terechtkomen. Het definitieve Natuurplan moet volgens de brief op 1 september 2027 bij de Europese Commissie worden ingediend.
Waarom worden honingbijen als drukfactor gezien?
Het ministerie maakt in het Natuurplan onderscheid tussen gehouden honingbijen en wilde bestuivers. De honingbij wordt door imkers gehouden in bijenkasten en wordt binnen de Europese Natuurherstelverordening niet als wilde bestuiver aangemerkt. Voor de Nederlandse verplichtingen rond het herstel van bestuiverpopulaties wordt gekeken naar wilde bijen, waaronder hommels, zweefvliegen en dag- en nachtvlinders.
De reden voor de voorgestelde regulering ligt volgens het Natuurplan bij voedselconcurrentie. Honingbijen kunnen volgens het document een drukfactor vormen voor wilde bestuivers wanneer voedselbronnen en leefgebied schaars zijn. Bij voldoende en divers voedselaanbod is die concurrentie volgens het ministerie minder aan de orde. Wanneer verschillende soorten afhankelijk zijn van dezelfde bloemen, ontstaat volgens het document concurrentie om nectar. Voor gespecialiseerde wilde bestuivers kan dat volgens de tekst extra relevant zijn omdat zij voor hun voedsel afhankelijk zijn van één of enkele plantensoorten.
Het Natuurplan bevat daarbij een belangrijke nuancering. Het ministerie schrijft dat onderscheid moet worden gemaakt tussen het plaatsen van enkele bijenkasten en het plaatsen van grote aantallen kasten rond een kwetsbaar natuurgebied. Ook moet volgens het document rekening worden gehouden met de voedselzekerheid, omdat honingbijen in agrarische gebieden worden ingezet voor de bestuiving van bijvoorbeeld fruitgaarden en akkers. Als het voedselaanbod voor bestuivers wordt vergroot en verbeterd, kan de concurrentie tussen honingbijen en wilde bestuivers volgens het document afnemen. De inzet rond bijenkasten kan dan opnieuw worden beoordeeld.
Onderzoek in de Biesbosch vormt belangrijke achtergrond
De discussie over honingbijen en natuurgebieden speelt al langer. Een belangrijke Nederlandse casus is de Biesbosch. Het EIS Kenniscentrum Insecten onderzocht in 2023 de aanwezigheid van honingbijen, wilde bijen, hommels en zweefvliegen. Het onderzoek werd uitgevoerd in opdracht van de provincies Zuid-Holland en Noord-Brabant en omvatte onder meer tellingen op 156 transecten en onderzoek naar bloembezoek op 77 transecten.
In een publicatie van 2024 beschreef EIS de resultaten nader. Volgens het kenniscentrum bleken honingbijen in de Biesbosch tijdens de bloeiperiode van de reuzenbalsemien niet uitsluitend deze plant te bezoeken. Meer dan twee derde van de getelde honingbijen bezocht in die periode andere plantensoorten. EIS stelde dat hierdoor honingbijen en wilde bestuivers in het Natura 2000-gebied gebruikmaken van dezelfde voedselbronnen. Het kenniscentrum verbond daaraan zorgen over voedselconcurrentie en verwees naar het voorzorgsbeginsel dat in Natura 2000-gebieden geldt.
Staatsbosbeheer heeft op basis van de situatie in de Biesbosch eveneens maatregelen genomen. De organisatie schrijft dat zij sinds 2021 geen vergunningen meer verstrekt voor het plaatsen van bijenkasten op haar eigen grond in het gebied. Volgens Staatsbosbeheer stonden er in 2024 echter 1.589 kasten tegen de grenzen van het Natura 2000-gebied. Vanuit die kasten zouden volgens de organisatie vele miljoenen honingbijen het natuurgebied binnengaan. Staatsbosbeheer pleit daarom voor regulering en noemt onder meer een maximumaantal kasten en een zone rond het gebied waarin minder of geen bijenvolken worden geplaatst.
Niet alle onderzoeken wijzen dezelfde kant op
De wetenschappelijke discussie is daarmee niet volledig terug te brengen tot de stelling dat iedere bijenkast in of nabij een natuurgebied schadelijk is. In antwoorden op Kamervragen uit 2021 stelde toenmalig minister Carola Schouten dat de mogelijke negatieve effecten afhankelijk zijn van onder meer het seizoen, de lokale situatie, het aantal honingbijen, de aanwezige wilde bijensoorten en het beschikbare voedselaanbod. Zij onderschreef dat grootschalige plaatsing van bijenkasten op een beperkte voedselbron negatieve gevolgen voor wilde bijen kan hebben, maar benadrukte eveneens dat de situatie per locatie moet worden beoordeeld.
Ook het recente advies van het Belgische Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) uit 2026 beschrijft de kwestie als afhankelijk van omstandigheden. Het instituut onderzocht de mogelijke concurrentie tussen honingbijen en wilde bestuivers en concludeert dat het plaatsen van bijenkasten in of rond natuurgebieden kan leiden tot een sterke toename van honingbijen en daarmee tot concurrentie met wilde bestuivers. Het advies gaat over de Belgische situatie en vormt geen Nederlandse beleidsregel.
Van voorstel naar mogelijk beleid
Voor Nederland ligt er daarmee een beleidsvoorstel op tafel, maar nog geen algemeen verbod. Het Concept Ontwerp-Natuurplan noemt zowel een mogelijke zone rond belangrijke gebieden voor bestuivers als een mogelijk verbod op het plaatsen van honingbijkasten in natuurgebieden. De omvang van zo’n zone, de gebieden waarop de maatregel betrekking zou hebben en de precieze uitvoering moeten nog worden bepaald. Ook wordt in het document benadrukt dat voldoende voedsel en leefgebied voor wilde bestuivers onderdeel van de aanpak moeten zijn.
De discussie over de plaats van honingbijen in natuurgebieden is daarmee onderdeel geworden van het bredere Nederlandse natuurbeleid. De directe aanleiding voor de voorgestelde regulering is volgens het Concept Ontwerp-Natuurplan de mogelijke concurrentie om voedsel tussen gehouden honingbijen en wilde bestuivers wanneer voedselbronnen beperkt zijn. Het document laat tegelijk ruimte voor een aanpak die rekening houdt met aantallen bijenkasten, de kwetsbaarheid van een gebied, het beschikbare voedselaanbod en het gebruik van honingbijen voor bestuiving in de landbouw.
Het Concept Ontwerp-Natuurplan is op 26 juni 2026 als Kamerstuk gepubliceerd onder verantwoordelijkheid van het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur. Voor de onderzoeksbasis over de Biesbosch zijn onder meer de EIS-onderzoekers Theo Zeegers, Linde Slikboer en Johan van ’t Bosch verantwoordelijk voor het rapport uit 2023; de publicatie uit 2024 over het bloembezoek is eveneens van EIS Kenniscentrum Insecten. Staatsbosbeheer publiceerde op 19 mei 2025 de eigen toelichting op de situatie in de Biesbosch.
Heeft u een foutje gezien of beschikt u over aanvullende informatie? Neem dan contact met ons op.
Weergaven: 64





