Werkgeverspremies WGA en Ziektewet stijgen in 2027 door hogere instroom

Ondernemen

Werkgevers krijgen in 2027 opnieuw te maken met hogere premies voor arbeidsongeschiktheid en ziekte. De gemiddelde premie voor de Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten (WGA) stijgt naar 1,07 procent van het premieplichtige loon. Ook de gemiddelde premie voor de Ziektewet gaat omhoog, naar 0,60 procent. Volgens UWV hangen de stijgingen vooral samen met hogere uitkeringslasten en een toenemende instroom.

De hogere premies zijn onderdeel van de gedifferentieerde premie Werkhervattingskas (Whk). Die premie bestaat uit een WGA-deel voor werknemers met een dienstverband en een Ziektewetdeel voor onder meer werknemers die ziek uit dienst gaan en uitzendkrachten. De premies worden door werkgevers afgedragen via de Belastingdienst.

WGA-premie stijgt naar 1,07 procent

De gemiddelde WGA-premie stijgt in 2027 met 0,11 procentpunt ten opzichte van 2026. Daarmee komt het gemiddelde percentage uit op 1,07 procent. De belangrijkste oorzaak is volgens UWV de stijging van de uitkeringslasten.

UWV wijst daarbij op de ontwikkeling van het aantal WGA-uitkeringen. Volgens de uitvoeringsorganisatie spelen onder meer een toenemende instroom van relatief jonge mensen met langdurige klachten na longcovid en psychische aandoeningen een rol. De stijging van de premie betekent overigens niet dat iedere werkgever precies 1,07 procent gaat betalen.

De daadwerkelijke Whk-premie verschilt per werkgever. Daarbij wordt onder meer gekeken naar de omvang van de werkgever, de sector en het arbeidsongeschiktheidsrisico binnen de organisatie. Voor kleine werkgevers geldt een sectorale premie, terwijl middelgrote en grote werkgevers een individueel gedifferentieerd percentage krijgen.

Ook de Ziektewet wordt duurder

Ook de gemiddelde Ziektewetpremie stijgt. Voor 2027 is deze vastgesteld op 0,60 procent, een verhoging van 0,04 procentpunt ten opzichte van 2026.

De stijging houdt volgens UWV vooral verband met hogere uitgaven aan Ziektewetuitkeringen. Daarnaast speelt de financiële positie van de Ziektewet binnen de Werkhervattingskas een rol. Het fonds heeft momenteel een negatief vermogen. Voor 2027 is de premie daarom hoger vastgesteld dan strikt noodzakelijk zou zijn om alleen de lopende uitgaven te dekken. Daarmee moet het tekort geleidelijk worden verkleind.

De Ziektewetpremie heeft vooral betrekking op werknemers die niet meer bij hun werkgever in dienst zijn wanneer zij ziek worden en op bepaalde groepen flexwerkers. De maximale duur van een Ziektewetuitkering is in beginsel twee jaar.

Hogere premie betekent niet voor iedere werkgever hetzelfde

De gemiddelde percentages geven vooral de ontwikkeling van de totale premie weer. Voor individuele werkgevers kan de rekening aanzienlijk verschillen. UWV stelt de gedifferentieerde premie jaarlijks vast.

Voor werkgevers die publiek verzekerd zijn, worden de WGA- en Ziektewetpremies via de Werkhervattingskas geheven. Werkgevers kunnen er onder voorwaarden ook voor kiezen om eigenrisicodrager te worden. In dat geval dragen zij het financiële risico voor de betreffende regeling zelf, eventueel met een particuliere verzekering.

Volgens de meest recente UWV-premienota is het aandeel werkgevers dat eigenrisicodrager is voor de WGA al enkele jaren relatief stabiel. In 2026 vertegenwoordigt deze groep naar verwachting ongeveer 39 procent van de totale loonsom. Bij de Ziektewet is het aandeel eigenrisicodragers de afgelopen jaren juist geleidelijk toegenomen.

Werknemers kunnen een deel van de premie betalen

Hoewel de Whk-premie een werkgeverspremie is, kan een werkgever maximaal de helft van de gedifferentieerde premie op de werknemer verhalen. Dat betekent dat een hogere premie in sommige situaties ook zichtbaar kan worden op de loonstrook.

De Belastingdienst bevestigt dat werkgevers de werknemerspremies in principe voor hun rekening nemen, met als uitzondering dat maximaal 50 procent van de gedifferentieerde Whk-premie op de werknemer mag worden verhaald.

Daarmee is de stijging van de WGA- en Ziektewetpremies niet uitsluitend een kwestie tussen overheid en werkgevers. De financiële gevolgen kunnen, afhankelijk van de keuzes van een werkgever, ook gedeeltelijk bij werknemers terechtkomen.

Groei van arbeidsongeschiktheidsuitgaven is breder probleem

De hogere WGA-premie staat niet op zichzelf. UWV verwacht dat de totale uitkeringslasten voor arbeidsongeschiktheidswetten de komende jaren verder oplopen. In de Januarinota 2026 becijferde UWV de totale uitkeringslasten voor arbeidsongeschiktheidswetten op € 18,1 miljard in 2024, € 19,5 miljard in 2025 en naar verwachting € 20,7 miljard in 2026. De stijging wordt vooral veroorzaakt door de structurele groei van het aantal WIA-uitkeringen.

De ontwikkeling zet daarmee druk op de financiering van het arbeidsongeschiktheidsstelsel. Tegelijkertijd moet onderscheid worden gemaakt tussen de verschillende onderdelen van de WIA. Niet alle arbeidsongeschiktheidsuitkeringen worden uit de Werkhervattingskas betaald.

De WGA-uitkeringen voor werknemers met een dienstverband worden de eerste tien jaar vanuit de Werkhervattingskas gefinancierd. WGA-uitkeringen na die periode en IVA-uitkeringen voor volledig en duurzaam arbeidsongeschikten vallen onder het Arbeidsongeschiktheidsfonds (Aof). Voor dat fonds geldt een afzonderlijke premie.

WIA-hersteloperatie speelt op langere termijn mee

UWV benadrukt dat enkele actuele ontwikkelingen rond de WIA niet de directe oorzaak zijn van de stijging van de WGA-premie voor 2027. Zo wordt de tijdelijke 60-plusmaatregel gefinancierd vanuit het Aof en niet vanuit de Werkhervattingskas.

Ook de vergoeding voor mensen die als gevolg van fouten bij de vaststelling van hun WIA-uitkering te weinig hebben ontvangen, wordt niet uit de WGA-premie betaald. Deze regeling wordt door het Rijk gefinancierd.

De WIA-hersteloperatie kan op langere termijn echter wel gevolgen hebben voor de premie. Wanneer uitkeringen structureel hoger worden vastgesteld, kunnen ook de toekomstige uitkeringslasten stijgen. UWV verwacht daardoor uiteindelijk een effect op de gemiddelde WGA-premie.

Werkgevers krijgen eind 2026 hun definitieve percentage

Voor werkgevers is vooral het individuele premiepercentage van belang. Middelgrote en grote werkgevers ontvangen eind 2026 via de Belastingdienst hun beschikking met het voor hen geldende percentage. Kleine werkgevers krijgen informatie over de sectorale premie.

Werkgevers die vooraf een indicatie willen krijgen, kunnen gebruikmaken van de Premiewijzer van UWV. De uiteindelijke premie kan dus afwijken van de landelijke gemiddelden van 1,07 procent voor de WGA en 0,60 procent voor de Ziektewet.

De stijgende premies maken daarmee zichtbaar dat de kosten van langdurige ziekte en arbeidsongeschiktheid verder oplopen. Voor werkgevers betekent dat niet alleen een hogere verzekeringslast, maar ook een toenemend financieel belang van preventie, verzuimbegeleiding en duurzame inzetbaarheid. Hoe groot dat belang voor een individuele organisatie is, hangt sterk af van de omvang, sector en het eigen arbeidsongeschiktheidsrisico.

Heeft u een foutje gezien of beschikt u over aanvullende informatie? Neem dan contact met ons op.

Weergaven: 14