De wereld staat in brand. Letterlijk én figuurlijk

Columns

Soms vraag ik me af hoeveel slecht nieuws een mens eigenlijk kan verdragen. Ik open mijn telefoon en binnen enkele seconden zie ik brandende bossen, ingestorte gebouwen, oorlogen, vluchtende mensen en politieke ruzies. Daarna volgt het nieuws over de economie, de woningmarkt, de zorg, het klimaat en de rekening die opnieuw hoger is geworden. Het ene bericht lijkt het andere nauwelijks tijd te geven om binnen te komen.

Ik weet dat ik niet verplicht ben om alles te lezen en ik begrijp ook dat nieuws nu eenmaal vaker over problemen gaat dan over dingen die goed gaan. Toch voelt het soms alsof de wereld de afgelopen jaren in een permanente crisismodus terecht is gekomen. Er is nauwelijks nog tijd om van de ene crisis te herstellen voordat de volgende zich aandient. De wereld staat in brand, letterlijk én figuurlijk, en soms heb ik behoefte aan een dag waarop er gewoon eens niets gebeurt.

Europa wordt opnieuw geteisterd door natuurbranden

Kijk alleen al naar de natuurbranden. Terwijl veel Nederlanders in augustus met vakantie zijn, worden delen van Europa opnieuw geconfronteerd met grote branden. In Kroatië kwamen mensen om het leven en raakten tientallen mensen gewond, terwijl ongeveer 1.200 inwoners en toeristen rond Omiš moesten worden geëvacueerd. In Griekenland moesten eveneens mensen hun vakantieverblijf verlaten en ook in Frankrijk en Engeland rukten brandweerkorpsen uit voor grote branden. Reuters meldde deze week dat de Europese Unie op verschillende plaatsen spreekt van zeer extreme omstandigheden voor natuurbranden.

Ook in Engeland en Wales is de situatie uitzonderlijk. De brandweer waarschuwde deze week dat het aantal natuurbranden daar een recordniveau heeft bereikt. Droogte, hitte en harde wind maken het voor hulpdiensten moeilijk om branden onder controle te krijgen en vergroten het risico dat vuur zich razendsnel verspreidt. In sommige gevallen bereikten de vlammen zelfs woningen.

En dan zijn Europa en de landen rond de Middellandse Zee nog maar een deel van het verhaal. In Noord-Amerika worden Canada en de Verenigde Staten opnieuw geconfronteerd met grote natuurbranden. Ook in Indonesië neemt het risico op brand toe door een langdurige droge periode. Wereldwijd zijn er op ieder moment honderden brandhaarden die worden gemonitord en bestreden. Wie de actuele situatie in Europa wil volgen, kan daarvoor het European Forest Fire Information System van de Europese Commissie bekijken. Het probleem is alleen dat zo’n kaart binnen enkele uren alweer veranderd kan zijn.

Dat maakt het voor mij soms zo beklemmend. Natuurbranden zijn niet langer een incident dat ergens ver weg gebeurt en vervolgens weer uit het nieuws verdwijnt. Ze zijn onderdeel geworden van een terugkerend patroon van extreem weer, droogte en hitte. En iedere zomer lijkt de vraag niet meer óf er grote branden komen, maar waar ze deze keer uitbreken.

Alsof dat nog niet genoeg is, begint de aarde zelf te schudden

En dan schudt de aarde zelf letterlijk onder onze voeten. Vandaag, 15 augustus, komt het nieuws uit Indonesië, waar een aardbeving met een kracht van 7,7 de regio rond Flores heeft getroffen. De aardbeving veroorzaakte zware schade, gebouwen stortten in en ongeveer 2.000 mensen werden geëvacueerd. Er zijn doden en gewonden gevallen en hulpdiensten zoeken nog steeds naar slachtoffers. Een tsunamiwaarschuwing werd na enkele uren weer ingetrokken nadat geen grote tsunami was waargenomen. De exacte aantallen slachtoffers veranderen ondertussen nog, omdat reddingswerkzaamheden doorgaan.

Het is nauwelijks voor te stellen hoe zoiets moet voelen. Mensen gaan slapen en worden wakker in een wereld waarin hun huis misschien niet meer overeind staat. Een straat die gisteren nog vertrouwd was, verandert binnen enkele seconden in een plek vol puin, stof en paniek. Terwijl wij hier in Nederland ons druk maken over een vertraagde trein of een rekening die iets hoger uitvalt, moeten mensen aan de andere kant van de wereld letterlijk zoeken naar hun familieleden.

En Indonesië is niet het enige land waar de aarde deze week genadeloos toesloeg. Colombia werd op 10 augustus getroffen door een aardbeving met een kracht van 7,4. Het was volgens Reuters de zwaarste aardbeving in Colombia in meer dan een eeuw. Honderden mensen kwamen om het leven, duizenden raakten gewond en nog altijd worden mensen vermist. De schade aan gebouwen en infrastructuur is enorm.

Daarmee worden we opnieuw geconfronteerd met iets waar we nauwelijks invloed op hebben. Tegen een natuurbrand kunnen we brandweerlieden, blusvliegtuigen en helikopters inzetten. Tegen hoogwater kunnen we dijken bouwen. Tegen een virus kunnen we vaccins ontwikkelen. Tegen een economische crisis kunnen overheden proberen bij te sturen. Maar wanneer de aarde besluit te bewegen, kunnen we vooral hopen dat gebouwen sterk genoeg zijn en dat mensen op tijd een veilige plek bereiken.

Oorlogen die maar doorgaan

En dan zijn er de oorlogen. Oekraïne blijft verwikkeld in de oorlog met Rusland, terwijl in Gaza het geweld en de humanitaire crisis voortduren. Sudan wordt geteisterd door een verwoestende burgeroorlog, Myanmar blijft gevangen in een langdurig gewapend conflict en in het oosten van de Democratische Republiek Congo blijft zwaar geweld plaatsvinden. Ook in delen van de Sahel, Somalië, Jemen en Haïti blijven gewapende groepen en legers grote delen van de bevolking bedreigen.

Daarmee is het overzicht nog lang niet compleet. Ook in Syrië, Libanon, Nigeria, Kameroen, Zuid-Sudan en andere landen vinden gewelddadige conflicten plaats of zijn spanningen zo groot dat een nieuwe escalatie voortdurend op de loer ligt. De Wereldgezondheidsorganisatie meldde deze week bovendien dat in 2026 al meer dan 900 aanvallen op gezondheidszorg in conflictgebieden zijn geregistreerd. Daarbij vielen volgens de WHO minstens 900 doden en meer dan 1.400 gewonden. Vooral Oekraïne, Libanon en de bezette Palestijnse gebieden worden zwaar getroffen, maar ook Sudan, Myanmar, Syrië, Nigeria en Congo worden genoemd.

Het vreemde is dat we er bijna aan gewend raken. We zien beelden van raketten, drones, verwoeste gebouwen en mensen die vluchten, spreken er even over en gaan daarna weer verder met onze eigen dag. Dat is misschien een noodzakelijke manier om jezelf te beschermen tegen een wereld die anders simpelweg te veel wordt. Maar ergens vind ik het ook beangstigend dat oorlog steeds meer achtergrondruis lijkt te worden.

Ergens ter wereld neemt op dit moment iemand afscheid van een vader, moeder, kind, broer, zus of partner. En tegelijkertijd zit hier iemand met een kop koffie achter een computer en probeert diezelfde wereld te begrijpen.

Nederland heeft zijn eigen stapel problemen

Ik hoef overigens niet eens naar de andere kant van de wereld te kijken om voldoende redenen tot zorgen te vinden. Nederland behoort tot de meest welvarende landen ter wereld, maar ook hier stapelen de problemen zich op. De woningmarkt blijft voor veel mensen onbereikbaar. Jongeren hebben moeite om een betaalbare woning te vinden en huurders en huiseigenaren worden geconfronteerd met hoge woonlasten.

Daarbij hebben we de stikstofproblematiek, de energietransitie, netcongestie, personeelstekorten, de druk op de zorg, problemen in de jeugdzorg, de opvang van asielzoekers en de vraag hoe we ons land moeten aanpassen aan klimaatverandering. Tegelijkertijd moeten we opnieuw fors nadenken over defensie en nationale veiligheid, omdat de internationale verhoudingen in korte tijd ingrijpend zijn veranderd.

Geen van die problemen staat op zichzelf. Alles hangt met alles samen. Meer defensie-uitgaven betekenen dat er ergens anders minder financiële ruimte kan zijn. Meer woningbouw vraagt om infrastructuur, energie en personeel. De energietransitie vraagt enorme investeringen, terwijl het elektriciteitsnet op veel plaatsen al tegen zijn grenzen aanloopt. En ondertussen verwacht iedereen terecht dat de overheid de samenleving betaalbaar, veilig en leefbaar houdt.

Het zijn allemaal noodzakelijke discussies, maar het resultaat is voor veel mensen vooral dat er voortdurend iets van hen wordt gevraagd. Meer werken, langer wachten, meer betalen, duurzamer leven, rekening houden met schaarste en ondertussen vooral niet vergeten dat de wereld om ons heen snel verandert.

Alles wordt duurder en mijn salaris loopt erachteraan

Daar komt de dagelijkse werkelijkheid van de portemonnee bij. De inflatie in Nederland bedroeg volgens de laatste reguliere CBS-cijfers 3,1 procent in juli 2026. Vooral energie en motorbrandstoffen waren fors duurder dan een jaar eerder; in de snelle raming kwam die stijging uit op 9,7 procent.

Daartegenover staan de cao-loonstijgingen. Die zijn de afgelopen jaren fors geweest en dat is begrijpelijk. Werknemers moeten worden gecompenseerd voor hogere prijzen en mensen die iedere dag werken, mogen daar ook een fatsoenlijk inkomen aan overhouden. De cao-lonen stegen in het tweede kwartaal van 2026 volgens de voorlopige CBS-cijfers met ongeveer 4,2 procent ten opzichte van een jaar eerder. In het eerste kwartaal lag de stijging op 4,5 procent.

Op papier is dat een positief verhaal. Maar als ik naar het dagelijks leven kijk, voelt het soms anders. Een loonsverhoging betekent namelijk niet dat de prijzen weer teruggaan naar het niveau van een paar jaar geleden. Een salaris kan stijgen terwijl de boodschappen, verzekeringen, woonlasten, energie, horeca en vakanties ondertussen op een veel hoger prijsniveau blijven liggen.

Daar zit volgens mij een belangrijk verschil tussen economische cijfers en het gevoel van mensen. Het CBS berekende dat de reële cao-loonontwikkeling in het eerste kwartaal van 2026, dus gecorrigeerd voor inflatie, nog 2 procent bedroeg. Gemiddeld gingen werknemers er dus wel degelijk op vooruit. Maar gemiddelden vertellen niet altijd hoe iemand zich aan het einde van de maand voelt. Wie al jaren met hogere lasten te maken heeft, merkt een paar procent extra salaris niet noodzakelijk als een enorme verbetering van het leven.

Wanneer mag het leven gewoon weer leuk zijn?

En daar kom ik uiteindelijk bij de vraag die mij het meest bezighoudt. Wanneer mag het leven gewoon weer even leuk zijn? Niet ieder moment hoeft toch in het teken te staan van oorlog, klimaat, inflatie, stikstof, woningnood, energiekosten, politiek of de volgende internationale crisis?

Ik wil soms gewoon op een terras zitten zonder eerst te bedenken wat een drankje kost. Ik wil een weekend weg kunnen plannen zonder de rekening alvast drie keer uit te rekenen. Ik wil een film kijken zonder daarna meteen op mijn telefoon te kijken wat er ondertussen weer in de wereld is gebeurd. En soms wil ik gewoon een gesprek voeren waarin niemand het heeft over de vraag of het allemaal nog wel goedkomt.

Dat betekent niet dat we onze ogen moeten sluiten voor de werkelijkheid. Integendeel. We moeten weten wat er gebeurt en we moeten ons bekommeren om mensen die het veel slechter hebben dan wij. Maar ik denk wel dat we moeten oppassen dat we onszelf niet langzaam murw maken met een constante stroom van ellende. Niet iedereen die daar somber van wordt, ontwikkelt een depressie en al helemaal niet iedereen krijgt suïcidale gedachten. Maar wanneer zorgen over geld, oorlog, klimaat, wonen, werk en de toekomst zich voortdurend opstapelen, kan het wel moeilijker worden om nog ruimte te voelen voor plezier, rust en perspectief.

Misschien moeten we daarom niet alleen praten over wat er allemaal misgaat, maar ook over hoe we als samenleving overeind blijven terwijl er zoveel tegelijk gebeurt.

Misschien zit het geluk soms gewoon in een fontein

En dan gebeurt er iets heel eenvoudigs. Na al dat donkere nieuws, na alle oorlogen, branden, aardbevingen, politieke discussies, prijsstijgingen en zorgen zit ik in Arnhem te kijken naar een fontein met gekleurde ledlampjes. Het water beweegt, de kleuren veranderen en het licht weerspiegelt in het water. Er is op dat moment geen oorlog, geen inflatiecijfer en geen ingewikkeld politiek dossier dat mijn aandacht vraagt. Er is alleen water, licht en een paar minuten rust.

En het maakt me blij. Echt blij. Niet omdat de problemen ineens zijn verdwenen, maar omdat ik ze even niet hoef op te lossen. Ik hoef op dat moment niets te begrijpen, niemand te overtuigen en nergens een mening over te hebben. Ik kijk gewoon naar die gekleurde lichtjes en merk dat ik alles om me heen even vergeet.

Misschien is dat wel wat we soms nodig hebben. Niet om de werkelijkheid te ontkennen, maar om er niet voortdurend middenin te staan. Een wandeling, een goed gesprek, muziek, een maaltijd met vrienden, een grap waar je onverwacht hard om moet lachen of een fontein met gekleurde ledlampjes kan soms meer betekenen dan we denken. Het zijn kleine momenten, maar juist die momenten herinneren ons eraan waarom we al die grote problemen uiteindelijk proberen op te lossen: zodat mensen gewoon kunnen leven.

De wereld staat misschien in brand, letterlijk en figuurlijk. Maar zolang ik na al dat donkere nieuws in Arnhem naar een fontein met gekleurde lichtjes kan kijken en daar even oprecht blij van word, weet ik dat er gelukkig nog iets anders bestaat. Misschien is dat kleine beetje licht wel precies wat we nodig hebben om niet zelf op te branden.

Mike Tomale

Heeft u een foutje gezien of beschikt u over aanvullende informatie? Neem dan contact met ons op.

Weergaven: 90