Er was een tijd dat een zomerdag van dertig graden voelde als een cadeautje. De barbecue ging aan, de fiets werd uit de schuur gehaald en wie geluk had, zocht verkoeling aan het water. Tegenwoordig lijkt zo’n dag vooral een aaneenschakeling van waarschuwingen. Blijf binnen. Vermijd inspanning. Drink voldoende. Zorg voor kwetsbare mensen.
Dat laatste is natuurlijk verstandig. Hitte kan gevaarlijk zijn. Zeker voor ouderen, jonge kinderen en mensen met gezondheidsproblemen. Toch betrap ik mezelf erop dat ik soms denk: wanneer ben ik eigenlijk zélf veranderd?
Vroeger kon ik uitstekend tegen warmte. Hoe heter het werd, hoe energieker ik me voelde. Sporten ging makkelijker, mijn spieren voelden soepel en de zomer leek eindeloos te duren. Misschien was dat jeugdige overmoed, misschien werkte mijn lichaam toen gewoon anders. Inmiddels ben ik 57 en besloot ik tijdens de laatste hittegolf eens te testen of die warmte nog steeds zo’n vriend van me was.
Het antwoord viel eigenlijk mee. Terwijl overal werd gewaarschuwd voor de extreme temperaturen, liep ik gewoon om 13:00 naar buiten. Niet uit koppigheid, maar uit nieuwsgierigheid. Hoeveel last had ik er nu werkelijk van? Thuis stond een airco klaar. Of beter gezegd: hij stond klaar totdat ik bedacht dat mijn oudere buren hem waarschijnlijk harder nodig hadden dan ik. Dus verhuisde de airco naar hen en hield ik zelf slechts twee ventilatoren over. De temperatuur in huis bleef steken op bijna 29 graden. Warm, zeker. Maar voor mij nog goed vol te houden.
Dat zette me aan het denken. Zodra de thermometer richting de dertig graden kruipt, lijkt half Nederland op zoek te gaan naar een airco. Winkels zijn uitverkocht, installateurs hebben wachtlijsten en de vraag stijgt explosief. Begrijpelijk, want niemand slaapt graag in een broeierig huis.
Maar er zit ook iets vreemds in. Een airco koelt de woonkamer, maar blaast tegelijkertijd warme lucht naar buiten. Als miljoenen apparaten dat tegelijk doen, lossen we het probleem dan op of verplaatsen we het slechts een paar meter verder? Het is een comfortabele oplossing voor binnen, terwijl het buiten juist nóg warmer wordt.
Ik kom regelmatig in Thailand. Daar weet men wat hitte werkelijk betekent. Temperaturen van veertig graden of meer zijn er eerder regel dan uitzondering. Airco’s zijn er bijna onmisbaar, maar ook daar groeit het besef dat onbeperkt koelen niet de enige oplossing kan zijn.
Misschien moeten we in Nederland dezelfde vraag durven stellen. Niet hoe we nóg meer kunnen koelen, maar hoe we slimmer kunnen leven met warmte. Meer schaduw in steden. Minder versteende tuinen. Groene daken. Bomen die niet alleen mooi zijn, maar ook letterlijk de temperatuur verlagen. En misschien af en toe accepteren dat een warme zomerdag nu eenmaal warm is.
Hittestress zit tenslotte niet alleen in de thermometer. Soms zit het ook tussen onze oren.
Mike Tomale
Heeft u een foutje gezien of beschikt u over aanvullende informatie? Neem dan contact met ons op.




