Een avond uit eten was lange tijd voor veel Nederlanders een vanzelfsprekend onderdeel van het dagelijks leven. Een verjaardag, een avond met vrienden of gewoon geen zin om te koken: een tafel reserveren hoorde erbij. In 2026 lijkt die vanzelfsprekendheid langzaam te veranderen. Restaurants draaien nog altijd meer omzet dan een jaar eerder, maar de groei neemt af en consumenten lijken kritischer te worden over wat zij voor hun geld krijgen. Ook voor de Gelderse horeca ontstaat daardoor een lastige vraag: hoeveel wil de klant nog betalen voor een avond uit?
Horeca groeit nog, maar steeds minder hard
Op het eerste gezicht lijkt er weinig reden tot zorg. Volgens de nieuwste cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek groeide de Nederlandse horeca in het eerste kwartaal van 2026 met 2,2 procent ten opzichte van dezelfde periode een jaar eerder. Daarmee is de omzet al twintig kwartalen achter elkaar hoger dan een jaar eerder. Toch vertelt dat cijfer niet het hele verhaal.
De groei van 2,2 procent is namelijk de kleinste omzetgroei in vijf jaar. Binnen de eet- en drinkgelegenheden steeg de omzet met 2,3 procent. Restaurants kwamen uit op een groei van 1,6 procent en cafés op 1,3 procent. Fastfoodrestaurants deden het met 3,8 procent duidelijk beter. De cijfers laten daarmee zien dat de horeca nog groeit, maar dat traditionele restaurants en cafés het moeilijker hebben om die groei vast te houden.
Dat verschil is belangrijk. Wanneer de omzet stijgt terwijl het aantal bezoeken minder hard groeit, kan een deel van de omzetgroei worden veroorzaakt door hogere prijzen. Voor horecaondernemers betekent dat niet automatisch dat er ook meer geld overblijft.
De rekening wordt steeds zwaarder
Voor consumenten is de ontwikkeling ondertussen goed zichtbaar op de menukaart. Een hoofdgerecht dat enkele jaren geleden nog relatief betaalbaar leek, kost inmiddels aanzienlijk meer. Ook drankjes, koffie en desserts tellen sneller op wanneer een avond uitloopt.
De CBS-prijscijfers voor restaurants en cafés laten zien dat de prijzen in de categorie restaurants, cafés en vergelijkbare horecagelegenheden in juli 2026 3,8 procent hoger lagen dan een jaar eerder. Daarmee blijft een bezoek aan de horeca een van de uitgaven waarvoor consumenten relatief snel prijsverschillen merken.
Tegelijkertijd hebben horecaondernemers zelf te maken met stijgende kosten. Niet alleen ingrediënten en energie spelen daarbij een rol, maar ook personeel. Volgens de factsheet horeca van Ondernemersplein stegen de cao-lonen in de horeca in het tweede kwartaal van 2026 met 3,7 procent ten opzichte van een jaar eerder. Voor restaurants, waar personeel een belangrijk onderdeel van de bedrijfskosten vormt, is dat een ontwikkeling die moeilijk volledig kan worden opgevangen.
Minder vaak uit eten, maar wel bewuster
Daarmee ontstaat een merkwaardige tegenstelling. De consument betaalt meer, terwijl de ondernemer niet automatisch meer verdient. De hogere rekening is deels nodig om de stijgende kosten te betalen, maar kan tegelijkertijd mensen ervan weerhouden om regelmatig uit eten te gaan.
Dat betekent niet dat Nederlanders massaal afscheid nemen van restaurants. Uit eten blijft aantrekkelijk, maar de afweging lijkt kritischer te worden. Wie voor een avond met twee personen gemakkelijk honderd euro of meer kwijt is, zal eerder nadenken over de gelegenheid, het restaurant en de kwaliteit die daarvoor wordt geboden.
Die ontwikkeling kan vooral gevolgen hebben voor restaurants die weinig onderscheidend zijn. Een zaak die vooral wordt gekozen omdat er eenvoudig gegeten kan worden, krijgt meer concurrentie van goedkopere alternatieven, thuisbezorging of zelf koken. Een restaurant dat daarentegen een bijzondere keuken, sfeer of ervaring biedt, kan voor de consument juist aantrekkelijk blijven.
Van maaltijd naar ervaring
Voor de Gelderse horeca ligt daar een belangrijke kans. Een restaurant hoeft niet per se goedkoper te worden om aantrekkelijk te blijven. Het moet de consument vooral het gevoel geven dat het geld goed is besteed.
Dat kan bijvoorbeeld door met lokale producten te werken, een wisselend menu te presenteren of gasten een verhaal achter de gerechten te bieden. Ook kleinere menu’s, arrangementen en lunchconcepten kunnen helpen om de drempel voor een horecabezoek lager te maken.
Voor Gelderland is dat interessant, omdat de provincie een grote variatie aan horecagebieden kent. Arnhem en Nijmegen hebben een omvangrijk stedelijk aanbod, terwijl plaatsen als Wageningen, Ede, Apeldoorn, Zutphen en Doesburg ieder hun eigen publiek en toeristische aantrekkingskracht hebben. Daarnaast speelt horeca een belangrijke rol in dorpen waar een restaurant of café meer is dan alleen een plek om te eten of drinken.
Juist die combinatie van eten, ontmoeten en beleven kan belangrijk worden wanneer consumenten hun horecabezoeken selectiever maken.
Horecaondernemers zijn opvallend somber
Dat ondernemers zelf niet zonder zorgen zijn, blijkt ook uit de cijfers van het CBS. Het ondernemersvertrouwen in de horeca daalde van -12,0 aan het begin van het eerste kwartaal van 2026 naar -30,1 bij aanvang van het tweede kwartaal. Volgens het CBS waren horecaondernemers zowel over het economische klimaat als over de verwachtingen negatiever geworden.
Dat is opvallend, omdat de omzet nog steeds groeit. Het laat zien dat omzet en vertrouwen twee verschillende dingen zijn. Een ondernemer kan meer omzet draaien, maar tegelijkertijd ervaren dat de kosten sneller stijgen, marges onder druk staan en het moeilijker wordt om voldoende personeel te vinden.
Ook ING verwacht voor de horeca in 2026 slechts een beperkte volumegroei. De bank voorziet een groei van ongeveer 1 procent. De consument heeft dankzij loonstijgingen weliswaar meer te besteden, maar onzekerheid en terughoudendheid kunnen ervoor zorgen dat die extra bestedingsruimte niet volledig naar de horeca vloeit.
De Gelderse restauranthouder krijgt een moeilijkere klant
Voor restaurants betekent dit dat de concurrentie niet alleen tussen horecazaken onderling plaatsvindt. Een restaurant concurreert ook met de supermarkt, maaltijdbezorging, afhaalmaaltijden en de mogelijkheid om thuis zelf iets bijzonders te koken.
Dat verandert bovendien de verwachtingen van de gast. Wie minder vaak uit eten gaat, kan juist hogere eisen stellen aan de keren dat hij wel een restaurant bezoekt. Een snelle maaltijd voor een stevige prijs kan dan tegenvallen, terwijl een avond waarop eten, bediening en sfeer samen een bijzondere ervaring vormen juist zijn waarde behoudt.
Voor horecaondernemers wordt het daarom steeds belangrijker om duidelijk te maken waarvoor de gast betaalt. Niet alleen voor ingrediënten en een bord eten, maar ook voor personeel, gastvrijheid, ambiance, kennis en de tijd die een avond uit bijzonder maakt.
Een avond uit eten wordt een bewuste keuze
De ontwikkeling betekent niet dat restaurants uit het straatbeeld zullen verdwijnen. Daarvoor is de behoefte aan uit eten, ontmoeten en gezelligheid te groot. Wel lijkt de tijd voorbij waarin een restaurantbezoek voor grote groepen consumenten vanzelfsprekend meerdere keren per maand onderdeel van het leven was.
De cijfers wijzen eerder op een horeca waarin consumenten bewuster kiezen en ondernemers scherper moeten omgaan met hun aanbod en kosten. De omzet groeit nog altijd, maar minder snel. Tegelijkertijd stijgen de prijzen en blijven de personeelskosten hoog. Dat spanningsveld maakt 2026 tot een belangrijk jaar voor de sector.
Voor de Gelderse horeca kan de conclusie daarom dubbel zijn. Een avond uit eten wordt voor sommige huishoudens inderdaad steeds meer een luxe, maar juist daardoor kan de waarde van een bijzondere horecabeleving toenemen. Wie een bedrag van honderd euro of meer voor een avond uitgeeft, wil uiteindelijk niet alleen goed eten. Die wil het gevoel hebben dat de avond het geld waard was.
En precies daar ligt de uitdaging voor de Gelderse restaurants: niet de goedkoopste worden, maar laten zien waarom een avond aan tafel nog altijd iets toevoegt wat thuis moeilijk te evenaren is.
Heeft u een foutje gezien of beschikt u over aanvullende informatie? Neem dan contact met ons op.
Weergaven: 88






