Waar eindigt keuzevrijheid en begint maatschappelijke verantwoordelijkheid?

Algemeen

Een onbeperkt hervulbare beker frisdrank lijkt op het eerste gezicht een onschuldige attractie voor een dagje uit. Toch is juist dat concept onderwerp geworden van een bredere maatschappelijke discussie. Consumentenorganisatie Foodwatch is een campagne gestart tegen de hervulbare frisdrankbeker in de Efteling en roept het attractiepark op te stoppen met een systeem waarbij bezoekers de hele dag door suikerhoudende frisdrank kunnen bijvullen. Volgens de organisatie staat dat op gespannen voet met de ambitie om een gezondere omgeving voor kinderen te creëren.

Maar de discussie gaat inmiddels over veel meer dan één attractiepark. Gezondheidsexperts spreken al jaren over een voedselomgeving die consumenten voortdurend verleidt tot het kiezen van producten met veel suiker, vet en zout. Niet alleen supermarkten, fastfoodketens en tankstations spelen daarin een rol, maar ook recreatieparken, bioscopen, sportkantines en evenementen. Daarmee raakt de discussie aan een fundamentele vraag: hoeveel verantwoordelijkheid dragen bedrijven wanneer wetenschappelijk bekend is dat bepaalde producten bijdragen aan gezondheidsproblemen?

Een aantrekkelijk concept

De Efteling introduceerde de hervulbare beker in samenwerking met Coca-Cola. Bezoekers betalen een vast bedrag voor een herbruikbare beker waarmee zij gedurende de dag iedere 45 minuten opnieuw frisdrank kunnen tappen. Bij een volgend bezoek kan dezelfde beker opnieuw worden geactiveerd tegen een lager tarief.

Vanuit commercieel oogpunt is het een begrijpelijk concept. De bezoeker weet vooraf waar hij aan toe is, hoeft niet telkens opnieuw af te rekenen en gebruikt bovendien een herbruikbare beker, wat afval vermindert. Dergelijke systemen bestaan ook in andere attractieparken en recreatiegebieden.

Foodwatch plaatst daar echter kanttekeningen bij. De organisatie stelt dat het systeem bezoekers stimuleert om meer suikerhoudende frisdrank te drinken dan zij anders zouden doen. Vooral kinderen zouden gevoelig zijn voor de combinatie van een vaste prijs en het idee dat een product ‘onbeperkt’ beschikbaar is.

Niet één glas, maar het totaalplaatje

De discussie draait nadrukkelijk niet om één glas cola of sinas. Vrijwel alle gezondheidsorganisaties benadrukken dat een incidenteel glas frisdrank binnen een gevarieerd voedingspatroon geen probleem hoeft te zijn. De zorgen ontstaan wanneer suikerhoudende dranken een vast onderdeel worden van het dagelijkse eet- en drinkpatroon.

De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) adviseert daarom al jaren om de consumptie van vrije suikers zoveel mogelijk te beperken. Niet omdat suiker een verboden voedingsstof zou zijn, maar omdat een hoge en langdurige inname samenhangt met een groter risico op onder meer overgewicht, diabetes type 2, hart- en vaatziekten en tandbederf. Vooral suikerhoudende dranken krijgen daarbij veel aandacht, omdat vloeibare calorieën minder verzadigen dan vaste voeding. Mensen blijken daardoor ongemerkt meer calorieën binnen te krijgen zonder dat zij zich voller voelen.

Internationale onderzoeken bevestigen dat verband. Een omvangrijke analyse, gepubliceerd in Nature Medicine, liet zien dat een hoge consumptie van suikerhoudende dranken wereldwijd samenhing met naar schatting 2,2 miljoen nieuwe gevallen van diabetes type 2 en 1,2 miljoen nieuwe gevallen van hart- en vaatziekten in 2020. De onderzoekers analyseerden gegevens uit 184 landen en concludeerden dat suikerhoudende dranken verantwoordelijk waren voor ongeveer één op de tien nieuwe gevallen van diabetes type 2 en één op de dertig nieuwe gevallen van hart- en vaatziekten wereldwijd. Volgens de auteurs behoren suikerhoudende dranken daarmee tot de belangrijkste beïnvloedbare voedingsgerelateerde risicofactoren voor deze aandoeningen. De bevindingen kregen ook aandacht in het gezaghebbende medische tijdschrift JAMA, dat de resultaten omschreef als een nieuwe aanwijzing voor de aanzienlijke mondiale ziektelast die samenhangt met de consumptie van suikerhoudende dranken.

De omgeving bepaalt mede ons gedrag

Steeds vaker verschuift de aandacht daarom van individuele verantwoordelijkheid naar de omgeving waarin keuzes worden gemaakt. Gedragswetenschappers spreken over een obesogene voedselomgeving: een samenleving waarin energierijke producten overal verkrijgbaar zijn, intensief worden gepromoot en relatief goedkoop blijven. De consument maakt uiteindelijk zelf een keuze, maar die keuze ontstaat niet in een vacuüm.

Wie door een pretpark loopt, komt voortdurend verkooppunten tegen voor ijs, snacks, snoep en frisdrank. Dat is op zichzelf niet bijzonder; horeca vormt een belangrijke inkomstenbron voor vrijwel alle recreatiebedrijven. De vraag is echter of een systeem waarbij bezoekers voor één bedrag de hele dag onbeperkt kunnen blijven bijvullen, een extra stimulans vormt om meer suiker te consumeren dan zij oorspronkelijk van plan waren.

Juist dat aspect staat centraal in de kritiek van Foodwatch. De organisatie vindt dat onbeperkte consumptie moeilijk te verenigen is met de maatschappelijke verantwoordelijkheid die veel recreatiebedrijven zeggen te willen nemen op het gebied van gezondheid.

Gezondheidsbeleid en commerciële belangen

De discussie wordt extra interessant, omdat de Efteling zich eerder aansloot bij initiatieven die een gezonder voedselaanbod stimuleren. Daarmee is het park bepaald niet uniek. Ook andere recreatiebedrijven presenteren zich steeds nadrukkelijker als maatschappelijk verantwoord ondernemer.

Tegelijkertijd zijn horecaomzetten voor attractieparken van groot economisch belang. Frisdranken behoren traditioneel tot de producten met relatief hoge marges. Dat commerciële belang hoeft niet per definitie te botsen met volksgezondheid, maar het zorgt wel voor een spanningsveld. Wanneer een onderneming gezonde keuzes wil stimuleren én tegelijkertijd onbeperkte consumptie van suikerhoudende dranken aantrekkelijk maakt, ontstaat vanzelf discussie over de geloofwaardigheid van dat beleid.

Daarmee raakt de discussie aan een bredere ontwikkeling die ook buiten Nederland zichtbaar is. Overheden zoeken steeds vaker naar manieren om de consumptie van suiker terug te dringen. Niet alleen via voorlichting, maar ook door prijsmaatregelen, aangepaste productsamenstellingen en beperkingen op marketing gericht op kinderen. Dat heeft ertoe geleid dat inmiddels tientallen landen een vorm van suikertaks kennen of voorbereiden. Evaluaties uit onder meer het Verenigd Koninkrijk laten zien dat producenten hun recepturen regelmatig aanpassen om belasting te voorkomen, waardoor consumenten uiteindelijk minder suiker binnenkrijgen zonder dat zij daarvoor bewust een andere keuze hoeven te maken.

Kinderen zijn extra gevoelig voor marketing

Een belangrijk punt in de discussie is dat attractieparken zich in belangrijke mate richten op gezinnen met jonge kinderen. Juist over die doelgroep bestaat al jarenlang brede wetenschappelijke consensus. Kinderen herkennen commerciële boodschappen weliswaar steeds beter naarmate zij ouder worden, maar zijn minder goed in staat de overtuigingstechnieken achter reclame en marketing te doorzien. Daardoor laten zij zich relatief gemakkelijk beïnvloeden door bekende merken, aantrekkelijke verpakkingen en aanbiedingen.

De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) adviseert overheden daarom al geruime tijd om marketing van voedingsmiddelen met veel suiker, zout en verzadigd vet die specifiek op kinderen is gericht zoveel mogelijk te beperken. Volgens de WHO is daarvoor overtuigend wetenschappelijk bewijs beschikbaar. Kinderen die vaker worden blootgesteld aan reclame voor ongezonde producten, ontwikkelen een sterkere voorkeur voor deze producten en consumeren ze gemiddeld ook vaker. Dat geldt niet alleen voor televisie, maar ook voor online media, sponsoring, evenementen en recreatieve omgevingen.

De kracht van prijsprikkels

Niet alleen reclame beïnvloedt gedrag. Ook prijs speelt een belangrijke rol. Gedragseconomen weten al jaren dat consumenten gevoeliger worden voor consumptie wanneer de marginale kosten verdwijnen. Anders gezegd: zodra een product eenmaal is betaald en het navullen niets extra kost, neemt de kans toe dat mensen meer gebruiken dan zij oorspronkelijk van plan waren.

Dat principe is bekend uit buffetrestaurants, bioscopen met onbeperkte popcorn, frisdrankfonteinen in fastfoodrestaurants en all-inclusive vakanties. Het gaat niet om dwang; niemand wordt verplicht om opnieuw een drankje te halen. Maar uit gedragswetenschappelijk onderzoek blijkt dat mensen hun gedrag wel degelijk aanpassen wanneer een product onbeperkt beschikbaar is.

Foodwatch gebruikt precies dat argument in haar campagne tegen de hervulbare beker in de Efteling. De organisatie stelt dat onbeperkte navulling de consumptie stimuleert en daardoor moeilijk past bij een omgeving die zich tegelijkertijd wil profileren als gezond.

Een probleem dat veel groter is dan de Efteling

Deskundigen benadrukken echter dat het weinig zin heeft om uitsluitend naar één attractiepark te kijken. Volgens het RIVM krijgt een groot deel van de Nederlandse bevolking dagelijks meer vrije suikers binnen dan wenselijk is. Vooral frisdranken, energiedranken, vruchtendranken en andere gezoete dranken leveren daaraan een belangrijke bijdrage.

Daarmee is de Efteling slechts een klein onderdeel van een veel grotere voedselomgeving waarin ongezonde keuzes vaak gemakkelijker, goedkoper en zichtbaarder zijn dan gezonde alternatieven.

Het RIVM spreekt daarom regelmatig over de noodzaak van een gezonde voedselomgeving, waarin consumenten worden geholpen om gemakkelijker gezonde keuzes te maken.

Waarom kiezen steeds meer landen voor een suikertaks?

Nederland voerde in 2024 een verbruiksbelasting op alcoholvrije dranken in, die vaak wordt gezien als een eerste stap richting een echte suikertaks. Tegelijkertijd wordt onderzocht of een belasting die afhankelijk is van het suikergehalte effectiever zou zijn om de consumptie van suiker terug te dringen.

Ervaringen uit het Verenigd Koninkrijk bieden daarvoor een interessant aanknopingspunt. Na de invoering van de Soft Drinks Industry Levy pasten veel frisdrankproducenten hun recepten aan om het suikergehalte te verlagen en zo onder de belastinggrens te blijven. Onderzoekers concluderen dat deze herformulering waarschijnlijk een grotere gezondheidswinst opleverde dan een eventuele daling van de verkoop alleen, omdat consumenten ongemerkt minder suiker binnenkregen zonder massaal over te stappen op andere producten.

Ook het RIVM ziet potentie in een dergelijke aanpak. Volgens het instituut kan een getrapte suikertaks niet alleen leiden tot minder suikerconsumptie doordat consumenten vaker kiezen voor dranken met minder suiker, maar ook doordat fabrikanten worden gestimuleerd hun producten gezonder samen te stellen. Daarmee richt een suikertaks zich niet alleen op het koopgedrag van consumenten, maar ook op de samenstelling van het aanbod.

Vrijheid van keuze blijft een belangrijk uitgangspunt

Tegenover de gezondheidsargumenten staat een ander maatschappelijk uitgangspunt: keuzevrijheid. Critici van strengere regelgeving wijzen erop dat volwassenen zelf verantwoordelijk zijn voor wat zij eten en drinken. Een attractiepark biedt immers meerdere drankopties aan, waaronder water en suikervrije frisdranken. Uiteindelijk beslist de bezoeker zelf hoeveel hij consumeert.

Dat argument wordt ook door verschillende economen en beleidsmakers gebruikt in discussies over belastingen en gezondheidsbeleid. Zij waarschuwen ervoor dat overheden terughoudend moeten zijn met het beperken van individuele keuzes.

Gezondheidsexperts plaatsen daar echter een nuance bij. Vrijheid van keuze is volgens hen pas volledig wanneer consumenten niet voortdurend worden beïnvloed door een omgeving die overconsumptie stimuleert. Daarom verschuift de aandacht steeds vaker van individuele verantwoordelijkheid naar de manier waarop die omgeving is ingericht.

Een bredere maatschappelijke discussie

De campagne van Foodwatch heeft de discussie opnieuw onder de aandacht gebracht, maar staat niet op zichzelf. Wereldwijd groeit de aandacht voor de invloed die commerciële bedrijven hebben op de volksgezondheid. De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) spreekt in dit verband over de commercial determinants of health: de manier waarop producten, marketing, prijsstrategieën en andere bedrijfsactiviteiten de gezondheid van mensen kunnen beïnvloeden. Daarbij gaat het niet alleen om producenten van frisdrank, maar ook om supermarkten, fastfoodketens, recreatiebedrijven en andere organisaties die de voedselomgeving mede vormgeven.

Volgens de WHO kunnen juist deze commerciële factoren bijdragen aan ongezonde consumptiepatronen en daarmee aan de wereldwijde toename van chronische aandoeningen zoals obesitas, diabetes type 2 en hart- en vaatziekten. Deze visie wordt ondersteund door een gezaghebbende wetenschappelijke reeks in The Lancet, waarin internationale onderzoekers concluderen dat commerciële belangen een steeds grotere rol spelen bij de volksgezondheid en dat overheden en bedrijven gezamenlijk verantwoordelijkheid dragen voor een gezondere leefomgeving.

Voor de Efteling betekent dat een lastige afweging. Het park wil bezoekers een complete dag uit bieden, werkt aan duurzaamheid met herbruikbare bekers en heeft tegelijkertijd ambities uitgesproken op het gebied van een gezondere leefomgeving. Juist die combinatie maakt de discussie interessant. Niet omdat één hervulbare beker op zichzelf de volksgezondheid bepaalt, maar omdat zij symbool staat voor een veel grotere vraag.

Hoe richten we een samenleving in waarin gezonde keuzes vanzelfsprekender worden, zonder de vrijheid van consumenten onnodig te beperken? Dat debat zal de komende jaren waarschijnlijk alleen maar aan kracht winnen. Want terwijl wetenschappers steeds beter begrijpen hoe de voedselomgeving ons gedrag beïnvloedt, groeit ook de maatschappelijke druk op bedrijven om gezondheid nadrukkelijker mee te wegen in hun commerciële keuzes.

Heeft u een foutje gezien of beschikt u over aanvullende informatie? Neem dan contact met ons op.