Een relatief eenvoudige aanpassing bij het douchen van revalidatiepatiënten vormt bij Roessingh, Centrum voor Revalidatie, de aanleiding om anders naar zorginnovatie te kijken. Niet alleen de aanschafprijs van een hulpmiddel telt, maar ook de mogelijke gevolgen voor patiënten, verpleegkundigen en de zorgorganisatie. Met de methode Social Return on Investment (SROI) probeert het revalidatiecentrum die bredere waarde inzichtelijk te maken. De verwachte opbrengsten zijn daarbij nog niet hetzelfde als bewezen resultaten.
Beddouche moet belastende zorghandelingen beperken
Op de dwarslaesieafdeling van Roessingh in Enschede vraagt het douchen van sommige patiënten om meerdere verplaatsingen tussen bed en douchevoorziening. Daarbij kunnen drie verpleegkundigen nodig zijn. Zulke transfers kunnen fysiek belastend zijn voor medewerkers en ongunstig uitpakken voor patiënten bij wie bijvoorbeeld wonden of doorligplekken een rol spelen.
Een verpleegkundige zag elders de Linaus SYREN Shower, een beddouche waarmee patiënten in bed kunnen worden gewassen. Het hulpmiddel werd vervolgens aangeschaft en is volgens Roessingh sinds eind juli 2026 in gebruik. Bij deze werkwijze kan een patiënt worden gewassen zonder eerst naar een afzonderlijke douchevoorziening te worden overgebracht.
De mogelijke voordelen reiken verder dan het verminderen van fysieke inspanning. Ook privacy, hygiëne, de benodigde tijd en het gebruik van water en wasgoed zijn aandachtspunten. Of en in welke mate die voordelen zich daadwerkelijk voordoen, moet uit de ervaringen met het hulpmiddel blijken.
Maatschappelijk rendement in plaats van alleen financiële besparing
Roessingh gebruikt de beddouche ook als praktijkvoorbeeld voor Social Return on Investment. Deze methode brengt de verwachte sociale, economische en ecologische effecten van een investering in kaart. Daarmee ontstaat een bredere afweging dan een vergelijking tussen aanschafkosten en directe financiële besparingen.
Bij de analyse zijn drie groepen betrokken: patiënten, verpleegkundigen en de organisatie. Voor verpleegkundigen gaat het onder meer om mogelijke vermindering van fysieke belasting en tijdsbesparing. Bij patiënten wordt gekeken naar onder andere privacy, hygiëne en de belasting die met verplaatsingen gepaard gaat. Voor de organisatie zijn mogelijke effecten op personeelsverzuim, patiënttevredenheid en het gebruik van water en wasgoed meegenomen.
De berekening komt volgens het op 1 oktober gepubliceerde praktijkverhaal van Health Valley uit op een verwachte verhouding van ongeveer € 5,68 aan maatschappelijke waarde per geïnvesteerde euro.
Dat bedrag moet zorgvuldig worden geïnterpreteerd. Het gaat om een prognose, niet om een achteraf vastgestelde opbrengst. De uitkomst is afhankelijk van aannames over de effecten en de manier waarop die in geld worden uitgedrukt. De genoemde verhouding bewijst dus niet dat de beddouche inmiddels daadwerkelijk € 5,68 aan maatschappelijke waarde oplevert voor iedere geïnvesteerde euro.
Praktijkervaring moet de berekening toetsen
Volgens Health Valley zijn de eerste ervaringen met de beddouche positief. Het gebruik bleef bovendien niet beperkt tot de afdeling waarvoor het hulpmiddel oorspronkelijk was aangeschaft: ook op een andere afdeling werd de toepassing ingezet voor een patiënt.
Roessingh wil medewerkers eerst laten wennen aan de nieuwe werkwijze. Daarna wil het centrum het gebruik gedurende een bepaalde periode volgen en ervaringen van patiënten en medewerkers verzamelen met vragenlijsten. Die evaluatie moet duidelijker maken of de vooraf verwachte voordelen in de dagelijkse zorg zichtbaar worden.
Daarbij zijn verschillende vragen relevant. Hoe vaak wordt het hulpmiddel gebruikt? Levert het daadwerkelijk minder fysieke belasting op? Ervaren patiënten meer privacy en comfort? En hoeveel tijd of andere middelen worden in de praktijk bespaard? Ook eventuele nadelen of onverwachte effecten zijn van belang voor een evenwichtige beoordeling.
De uitkomsten zijn relevant voor de beoordeling van de SROI-prognose. Zonder die toetsing blijft de berekende maatschappelijke waarde vooral een onderbouwde verwachting.
Zorginnovatie vraagt ook om veranderingen op de werkvloer
De invoering van een hulpmiddel eindigt niet bij de aanschaf. Medewerkers moeten weten hoe ze ermee werken en wanneer het geschikt is voor een patiënt. Ook de beschikbaarheid van het hulpmiddel, instructies, onderhoud en ondersteuning spelen een rol.
Bij Roessingh zijn daarom verschillende functies bij het innovatieproces betrokken, waaronder verpleegkundigen, de technische dienst, een teammanager en inkoop. Het centrum beschrijft deze samenwerking als onderdeel van de manier waarop het nieuwe toepassingen beoordeelt en in de praktijk probeert in te voeren.
Dat sluit aan bij de werkwijze van Roessingh Research and Development, de onderzoeks- en innovatieafdeling van Roessingh. Deze afdeling richt zich op de ontwikkeling, toetsing en invoering van gezondheidstechnologie, met aandacht voor de behoeften van patiënten en andere betrokkenen. Een technisch bruikbare oplossing moet immers ook aansluiten op de dagelijkse zorgpraktijk.
Breder kijken naar de effecten van zorgvernieuwing
Het belang van het meten van maatschappelijke effecten beperkt zich niet tot deze ene beddouche. Ook in het bredere zorgbeleid bestaat aandacht voor de mogelijke opbrengsten van sociale innovaties. Zo publiceerde de Rijksoverheid in april 2024 een onderzoek naar de effecten van sociale innovaties in de zorg, waarin het in beeld brengen van mogelijke baten centraal staat.
Voor zorgorganisaties is het onderscheid tussen verwachte en gerealiseerde effecten van belang bij investeringsbeslissingen. Een hulpmiddel kan voordelen bieden voor patiënten en medewerkers zonder dat die voordelen direct zichtbaar worden op de begroting van de organisatie die de investering doet. Andersom is een positieve prognose geen garantie dat de verwachte effecten zich in de praktijk voordoen.
Health Valley en Roessingh Research and Development organiseren op 22 oktober 2026 in Nijmegen de workshop Van goede innovatie naar overtuigende businesscase. Daar staat de toepassing van SROI bij zorginnovaties centraal.
De praktijkervaring met de beddouche moet de komende periode meer inzicht geven in de vraag of de verwachte maatschappelijke waarde overeenkomt met de dagelijkse werkelijkheid.
Bronvermelding: dit artikel is gebaseerd op het praktijkverhaal dat Health Valley Netherlands op 1 oktober 2026 publiceerde, aangevuld met informatie van Roessingh Research and Development en de Rijksoverheid.
Heeft u een foutje gezien of beschikt u over aanvullende informatie? Neem dan contact met ons op.
Weergaven: 4





