Waarom de Emiraten € 40 miljard in Duitsland investeren en Nederland achterblijft

Algemeen

De Verenigde Arabische Emiraten willen de komende jaren € 40 miljard investeren in Duitsland. Het geld moet onder meer terechtkomen in industrie, kunstmatige intelligentie, datacenters, energie en digitale infrastructuur. Voor Duitsland is het een forse impuls, maar de deal roept ook een andere vraag op: waarom lukt het Nederland niet om een vergelijkbare investering aan zich te binden? Het antwoord is niet dat Nederland onaantrekkelijk is voor buitenlandse investeerders. Integendeel. Nederland beschikt over sterke kennisinstellingen, een hoogwaardige digitale infrastructuur, Rotterdam als internationale energie- en logistieke hub en een sterke positie in onder meer hightech, agrifood en watertechnologie. Het probleem zit vooral in de voorwaarden waaronder grote investeringen hier daadwerkelijk kunnen worden gerealiseerd.

Duitsland biedt de Emiraten een veel grotere industriële schaal

De overeenkomst tussen Duitsland en de Emiraten gaat nadrukkelijk verder dan een financiële investering. De landen koppelen kapitaal aan industrie, technologie, energie, logistiek en strategische samenwerking. Volgens de Duitse regering omvat het pakket onder meer nieuwe datacenters met gezamenlijk ongeveer 1 gigawatt aan capaciteit. Daarnaast zijn 29 overeenkomsten tussen Duitse en Emiratische bedrijven gesloten met een totale waarde van ruim € 9,35 miljard.

De gezamenlijke verklaring van Duitsland en de Verenigde Arabische Emiraten laat bovendien zien dat de nieuwe investeringen voortbouwen op een bestaande relatie. De Emiraten hebben al omvangrijke belangen in Duitsland. Zo investeerde XRG, de internationale investeringstak van ADNOC, ongeveer € 15 miljard in chemiebedrijf Covestro. Daarmee ontstaat een vliegwieleffect: bestaande bedrijven, infrastructuur, kennis en politieke contacten maken het gemakkelijker om nieuwe miljardenprojecten aan elkaar te koppelen.

Nederland heeft simpelweg te weinig fysieke ruimte

Een van de grootste zwakke punten van Nederland is niet een gebrek aan kennis of kapitaal, maar ruimte. Nederland is dichtbevolkt en verschillende economische functies concurreren om dezelfde vierkante kilometers. Woningen, landbouw, natuur, energie-infrastructuur, industrie, logistiek en recreatie moeten allemaal een plaats krijgen. De Nederlandse overheid erkent dat probleem zelf. In haar beleid over ruimte voor de economie wordt vastgesteld dat ruimte schaars is en dat juist energie-intensieve bedrijven, campussen en grootschalige bedrijfsvestigingen ruimte nodig hebben.

De Rijksoverheid beschrijft de schaarste aan economische ruimte expliciet als een belangrijk vraagstuk voor het toekomstige vestigingsklimaat. Dat is relevant voor investeringen zoals die van de Emiraten. Een investering van tientallen miljarden vraagt niet alleen om geld, maar ook om locaties waar fabrieken, energiecentrales, datacenters, opslagfaciliteiten en logistieke voorzieningen daadwerkelijk kunnen worden gebouwd. Duitsland heeft daarvoor aanzienlijk meer fysieke ruimte en beschikt bovendien over een veel grotere industriële basis.

Het volle elektriciteitsnet is een harde grens

Nog belangrijker is de beschikbaarheid van elektriciteit. Juist de sectoren waarin de Emiraten willen investeren, zoals datacenters, kunstmatige intelligentie en moderne industrie, zijn grote energieverbruikers. Nederland loopt daar tegen een fundamenteel probleem aan: het elektriciteitsnet zit op veel plaatsen vol. Bedrijven die een nieuwe of zwaardere aansluiting nodig hebben, kunnen daardoor jaren moeten wachten.

De Nederlandse aanpak van netcongestie maakt duidelijk dat bedrijven momenteel daadwerkelijk op een wachtlijst kunnen terechtkomen. Dat is een bijzonder ongemakkelijke boodschap wanneer Nederland internationale investeerders probeert te overtuigen om miljarden in nieuwe energie-intensieve activiteiten te steken. De Europese Commissie constateert bovendien dat de netcongestie in Nederland verder is verslechterd en de economische activiteit en concurrentiekracht beperkt. De Commissie verwacht dat dit probleem ook op middellange termijn een belangrijke belemmering blijft.

Het Europese landenrapport over Nederland voor 2026 noemt naast netcongestie ook vergunningen, stikstof, personeelstekorten en hoge energieprijzen als structurele knelpunten.

Dat maakt een Emiratisch datacenterpakket moeilijker

Het verschil wordt duidelijk wanneer naar de aangekondigde datacenters wordt gekeken. Duitsland kan de Emiraten een pakket aanbieden waarin grote hoeveelheden kapitaal, energie, grond, industrie en technologie samenkomen. Nederland beschikt wel over een belangrijke digitale infrastructuur en heeft al een omvangrijke datacentersector, maar uitbreiding van zeer energie-intensieve datacenters is hier juist onderwerp van discussie vanwege de druk op het elektriciteitsnet, ruimtegebruik en ruimtelijke ordening.

Daarmee ontstaat een paradox. Nederland heeft uitstekende digitale infrastructuur en behoort technologisch tot de Europese koplopers, maar kan niet altijd de fysieke voorwaarden bieden om een nieuwe miljardeninvestering snel uit te voeren. Voor een internationale investeerder is dat een wezenlijk verschil. Kapitaal kan relatief snel worden vrijgemaakt; een hoogspanningsverbinding, transformatorstation, bedrijventerrein of vergunning kan niet zomaar worden bijbesteld.

Ook stikstof en vergunningen spelen Nederland parten

Daar komt de stikstofproblematiek bij. Nieuwe industrie-, infrastructuur- en bouwprojecten kunnen te maken krijgen met beperkingen wanneer zij gevolgen hebben voor stikstofgevoelige natuur. De Europese Commissie noemt de hoge stikstofdepositie in Nederland een belangrijke beperking voor economische activiteiten die stikstof uitstoten. Daardoor kunnen niet alleen landbouwprojecten, maar ook woningbouw, infrastructuur en industriële ontwikkelingen worden geraakt.

Dat maakt Nederland minder voorspelbaar voor zeer grote investeringen. Een investeerder wil niet alleen weten hoeveel een project kost, maar ook wanneer het kan worden gebouwd en onder welke voorwaarden. Juist op dat punt heeft Nederland de afgelopen jaren terrein verloren. De combinatie van lange procedures, beperkte netcapaciteit en onzekerheid over vergunningen maakt het voor grote internationale ondernemingen moeilijker om vooraf zekerheid te krijgen over de uitvoering van omvangrijke projecten.

Nederland kiest bovendien bewust voor kwaliteit boven omvang

Er is nog een belangrijk verschil dat minder vaak wordt genoemd. Nederland kiest zelf voor een ander model van buitenlandse investeringen. Het kabinet heeft de strategie van Invest in Holland nadrukkelijk verschoven van kwantiteit naar kwaliteit. Nederland wil vooral buitenlandse bedrijven aantrekken die bijdragen aan kennis, innovatie, strategische autonomie en bestaande economische ecosystemen.

De Nederlandse strategie voor buitenlandse investeringen benadrukt daarom dat niet iedere investering automatisch gewenst is. In 2024 sloot 97 procent van de projecten die door het Invest in Holland-netwerk werden begeleid aan bij de strategische prioriteiten van Nederland. Ook in 2025 bleef die koers overeind. De resultaten van Invest in Holland over 2025 laten zien dat Nederland vooral meer waarde hecht aan onderzoek, ontwikkeling en kennisintensieve activiteiten.

Dat is op zichzelf geen verkeerde keuze. Maar het betekent wel dat Nederland minder snel een deal van € 40 miljard zal najagen wanneer een groot deel van dat bedrag bijvoorbeeld naar grootschalige energie- of datacenterprojecten zou gaan. Nederland kijkt nadrukkelijker naar de toegevoegde waarde van een investering voor de economie op langere termijn en naar de vraag of een project past binnen de beschikbare ruimte en infrastructuur.

Nederland is dus niet te klein, maar wel te krap

Het zou daarom te gemakkelijk zijn om te concluderen dat Nederland simpelweg niet aantrekkelijk genoeg is. De werkelijkheid is genuanceerder. De Emiraten hebben Nederland ook in 2026 nog nadrukkelijk als strategische partner in beeld. Tijdens een bezoek aan Nederland werd gesproken over handel, energie, water, klimaatadaptatie en het mobiliseren van investeringen. De samenwerking tussen beide landen wordt daarmee juist verder uitgebouwd.

De Verenigde Arabische Emiraten over de strategische samenwerking met Nederland laten zien dat er wel degelijk economische kansen zijn, onder meer op het gebied van energie, water en infrastructuur. Nederland blijft daarmee voor de Emiraten interessant, maar vooral op terreinen waarop het land specifieke kennis, infrastructuur en toegang tot de Europese markt kan bieden.

Het verschil met Duitsland zit vooral in de schaal en de uitvoerbaarheid. Duitsland kan de Emiraten op dit moment een combinatie aanbieden van een enorme industriële basis, beschikbare ruimte, energie-intensieve productie en een politieke agenda waarin kapitaal, industrie, energie en geopolitiek rechtstreeks met elkaar worden verbonden. Nederland heeft sterke sectoren, maar kan een dergelijke combinatie veel moeilijker op dezelfde schaal aanbieden.

De echte Nederlandse tekortkoming zit in uitvoerbaarheid

Daarmee komt de kern van het probleem in beeld. Nederland heeft veel van de kennis en technologie die de Emiraten zoeken, maar mist op dit moment een aantal randvoorwaarden om investeringen van Duitse omvang gemakkelijk te accommoderen. Het gaat vooral om beschikbare ruimte, netcapaciteit, vergunningen, stikstofruimte, arbeidskrachten en voorspelbaarheid van beleid. De Nederlandse overheid benoemt een groot deel van deze problemen zelf en de Europese Commissie bevestigt dat zij inmiddels een structureel effect hebben op investeringen en concurrentiekracht.

Dat betekent niet dat Nederland geen miljardeninvesteringen kan aantrekken. Het betekent wel dat Nederland voor sommige typen megaprojecten steeds minder vanzelfsprekend de eerste keuze is. Duitsland heeft de Emiraten op dit moment iets te bieden wat Nederland moeilijk kan leveren: ruimte om kapitaal relatief snel om te zetten in grootschalige economische activiteit.

De les voor Nederland is daarom niet dat het land meer buitenlandse miljarden moet binnenhalen tegen iedere prijs. De belangrijkere vraag is of Nederland de fysieke en bestuurlijke voorwaarden nog op orde heeft om grote investeringen überhaupt te kunnen uitvoeren. Zolang grond schaars blijft, het elektriciteitsnet vol zit en vergunningverlening wordt beperkt door onder meer stikstof en complexe procedures, blijft Nederland afhankelijk van een kleiner soort buitenlandse investering. Dat is een strategische keuze, maar ook een economische beperking.

De € 40 miljard uit de Emiraten is daarmee niet alleen een succesverhaal voor Duitsland. Het is ook een spiegel voor Nederland. Het laat zien dat een aantrekkelijk vestigingsklimaat niet alleen wordt bepaald door kennis, infrastructuur en een goede internationale positie, maar uiteindelijk ook door de vraag of een investeerder daadwerkelijk de ruimte, energie en zekerheid krijgt om zijn plannen uit te voeren.

Heeft u een foutje gezien of beschikt u over aanvullende informatie? Neem dan contact met ons op.

Weergaven: 42