De Algemene Politieke Beschouwingen van 16 en 17 september hebben de kwetsbare positie van het kabinet-Jetten duidelijk zichtbaar gemaakt. De coalitie van D66, VVD en CDA beschikt niet over een meerderheid in de Tweede Kamer en moet voor de uitvoering van de Miljoenennota 2027 steun zoeken bij oppositiepartijen. Tijdens het debat werd bovendien een motie van wantrouwen tegen het kabinet ingediend. Die motie van PVV-leider Geert Wilders werd verworpen, waardoor het kabinet aanblijft. Tegelijkertijd is na twee dagen debat nog geen vaste parlementaire meerderheid ontstaan voor de begrotingsplannen van het kabinet.
De beschouwingen laten daarmee een Haagse politieke werkelijkheid zien waarin regeren niet alleen draait om het presenteren van plannen, maar vooral om het organiseren van meerderheden. Voor het kabinet begint daarmee na de Algemene Politieke Beschouwingen een minstens zo belangrijke fase: het vinden van voldoende steun voor de afzonderlijke begrotingen en het Belastingplan voor 2027.
Kabinet-Jetten zoekt brede samenwerking
Premier Rob Jetten koos tijdens het debat nadrukkelijk voor een strategie waarbij het kabinet niet vooraf één politieke kant kiest. Het minderheidskabinet wil voor verschillende onderwerpen afspraken maken met partijen buiten de coalitie. Daarmee probeert Jetten ruimte te houden voor samenwerking met zowel partijen ter linker- als rechterzijde van het politieke spectrum. De politieke discussie liet tegelijkertijd zien dat oppositiepartijen juist om een duidelijkere koers vragen.
PRO-leider Jesse Klaver drong er bijvoorbeeld op aan dat het kabinet een duidelijke politieke richting kiest. Zijn fractie gaf aan bereid te zijn om over beleid te onderhandelen, maar verzette zich tegen onderdelen van de voorgestelde bezuinigingen op de zorg. Daarmee werd een fundamenteel verschil zichtbaar tussen de strategie van het kabinet en die van een deel van de oppositie: Jetten probeert verschillende meerderheden rond afzonderlijke onderwerpen te bouwen, terwijl sommige oppositiepartijen een duidelijkere politieke keuze van het kabinet verlangen.
Wilders dient motie van wantrouwen in
De scherpste confrontatie kwam van PVV-leider Geert Wilders. Hij kondigde tijdens de eerste dag al aan dat hij een motie van wantrouwen tegen het kabinet zou indienen. Op 17 september werd die motie daadwerkelijk ingediend. In de officiële Kamerstukken staat zij geregistreerd als de motie van het lid Wilders over het opzeggen van het vertrouwen in het kabinet, nummer 37020-7.
De motie kreeg geen meerderheid en werd verworpen. Volgens de uitslag kreeg Wilders daarbij steun van FVD en BBB, maar niet van een meerderheid van de Tweede Kamer. Daarmee bleef het kabinet-Jetten in functie.
Politiek gezien is de motie van belang, omdat daarmee tijdens de eerste grote parlementaire confrontatie met het nieuwe kabinet niet alleen afzonderlijke beleidskeuzes ter discussie stonden. Ook het vertrouwen in het kabinet als geheel werd formeel aan de Kamer voorgelegd.
Dat de motie geen meerderheid kreeg, betekent tegelijkertijd niet dat het kabinet daarmee een structurele parlementaire basis heeft gevonden. De vraag of het kabinet voldoende steun kan verzamelen voor de begrotingen van 2027 staat nog steeds open.
Kamermeerderheden ontstaan per onderwerp
De stemmingen over de overige moties laten zien hoe wisselend de parlementaire meerderheden zijn. De Tweede Kamer nam onder meer een voorstel aan van VVD-Kamerlid Ruben Brekelmans en CDA-fractievoorzitter Henri Bontenbal om per ministerie een besparingsplan op te stellen. Daarbij moet onder meer worden gekeken naar efficiëntieverbetering door kunstmatige intelligentie en gerichte vacaturestops.
Ook een motie van Brekelmans over mogelijkheden om de koopkracht van werkenden te verbeteren werd aangenomen. Op het gebied van asiel kreeg een motie van JA21-Kamerlid Joost Eerdmans over de modernisering van internationale verdragen inzake asielinstroom steun van de Kamer. Een andere motie van Eerdmans over een landelijk verbod op gezichtsbedekkende kleding bij demonstraties werd eveneens aangenomen.
Daarmee ontstaat geen vast blok dat het kabinet op alle onderwerpen ondersteunt. De samenstelling van meerderheden verschilt per onderwerp. Dat is kenmerkend voor de positie van een minderheidskabinet en betekent dat de coalitiepartijen bij ieder belangrijk dossier opnieuw naar steun moeten zoeken.
Economische groei moet de ruimte creëren
Onder de politieke onderhandelingen ligt een omvangrijke financiële opgave. De Miljoenennota 2027 is gebaseerd op de gedachte dat economische groei noodzakelijk is om ruimte te creëren voor investeringen en publieke voorzieningen. Het kabinet presenteerde op Prinsjesdag plannen op het gebied van woningbouw, infrastructuur, energie, economische groei en koopkracht. De volledige Miljoenennota, de Rijksbegroting en het Belastingplan zijn op 15 september aan de Tweede Kamer aangeboden. De officiële stukken van de Miljoenennota 2027 zijn hier te vinden.
De financiële ruimte wordt echter beperkt door meerdere ontwikkelingen tegelijk. Nederland heeft te maken met vergrijzing, hogere uitgaven aan zorg en veiligheid, investeringen in energie en infrastructuur en vraagstukken rond klimaat, natuur en stikstof. Daar komt een lagere geraamde economische groei bij.
De Raad van State waarschuwde daarom bij de Miljoenennota dat de beschikbare begrotingsruimte onder druk staat. Volgens het advies worden de maatschappelijke problemen door het kabinet wel onderkend, maar sluiten de voorgestelde begrotingen en fiscale maatregelen daar onvoldoende op aan. De Raad waarschuwt dat uitstel van noodzakelijke keuzes ertoe kan leiden dat een groter deel van de lasten bij werkenden, jongeren en toekomstige generaties terechtkomt.
De financiële discussie raakt ook Gelderland
De Haagse discussie heeft een directe regionale betekenis. Besluiten over woningbouw, infrastructuur, energie, landbouw, natuur en veiligheid worden uiteindelijk voor een belangrijk deel uitgevoerd in provincies en gemeenten.
Voor Gelderland zijn de gevolgen zichtbaar op meerdere terreinen. De provincie heeft een grote woningbouwopgave, te maken met problemen rond het elektriciteitsnet en staat voor keuzes over landbouw en natuur. Tegelijkertijd neemt de betekenis van Gelderland voor de nationale veiligheids- en defensieagenda toe.
Daarmee bepaalt niet alleen het bedrag dat Den Haag beschikbaar stelt wat er lokaal kan gebeuren. Ook de voorwaarden, uitvoeringscapaciteit en verdeling van verantwoordelijkheden tussen Rijk, provincie en gemeenten spelen een belangrijke rol.
Voor gemeenten is bovendien van belang hoeveel financiële ruimte zij zelf overhouden. Landelijke keuzes over zorg, sociale voorzieningen, infrastructuur en andere taken werken uiteindelijk door in gemeentelijke begrotingen.
Het echte begrotingsdebat moet nog beginnen
De Algemene Politieke Beschouwingen hebben daarmee vooral duidelijk gemaakt dat het kabinet-Jetten voor een ingewikkelde parlementaire opdracht staat. De motie van wantrouwen is verworpen, maar daarmee is de politieke positie van het kabinet niet automatisch versterkt. Voor de afzonderlijke begrotingen en het Belastingplan moet opnieuw naar meerderheden worden gezocht.
De Tweede Kamer heeft tijdens de beschouwingen laten zien dat zij bereid is om onderdelen van het kabinetsbeleid bij te sturen. Tegelijkertijd lopen de politieke verschillen over onder meer zorg, koopkracht, asiel, klimaat, overheidsuitgaven en de omvang van de overheid sterk uiteen. De aangenomen en verworpen moties laten zien dat deze onderwerpen niet langs één vaste scheidslijn door de Kamer lopen.
Daarmee begint na de Algemene Politieke Beschouwingen een nieuwe fase. Het kabinet heeft de plannen voor 2027 gepresenteerd, maar moet nu aantonen dat het daarvoor ook voldoende parlementaire steun kan organiseren.
Voor Gelderland is vooral de uitwerking daarvan van belang. De landelijke keuzes over woningbouw, energie, infrastructuur, landbouw, veiligheid en gemeentelijke financiën zullen uiteindelijk niet alleen in Den Haag worden gevoeld. Ze komen terecht in provinciale plannen, gemeentelijke begrotingen en concrete projecten in de Gelderse regio’s.
De Algemene Politieke Beschouwingen hebben daarmee geen einde gemaakt aan de politieke onzekerheid rond het kabinet-Jetten. Ze hebben vooral duidelijk gemaakt waar de komende maanden de echte politieke strijd wordt gevoerd: niet alleen over de richting van het kabinet, maar over de vraag welke plannen daadwerkelijk een meerderheid in het parlement weten te vinden.
Heeft u een foutje gezien of beschikt u over aanvullende informatie? Neem dan contact met ons op.
Weergaven: 47






