Tijdens het bronnenonderzoek doken ook secundaire historische publicaties op waarin wordt verwezen naar de inhoud van de schenkingsakte. Zo schrijft de historische website van Hans Braakhuis dat de Concertzaal in 1886 aan de gemeente werd geschonken onder de voorwaarde dat het gebouw “nimmer zal worden vervreemd” en gebruikt moet blijven voor het doel waarvoor het is gebouwd. Dat is terug te lezen op: Historische beschrijving Concertzaal Oosterbeek.
Dat is een interessante aanwijzing, maar nog geen bewijs. De website citeert immers niet de originele akte. Juist daarom is voorzichtigheid geboden. Zolang de oorspronkelijke schenkingsakte niet is geraadpleegd, kan niet met zekerheid worden vastgesteld of deze formulering letterlijk uit de akte afkomstig is of een historische samenvatting betreft.
Eigendom is niet altijd volledige vrijheid
Dat de gemeente Renkum eigenaar is van de Concertzaal staat buiten discussie. Maar eigendom betekent niet automatisch dat een eigenaar volledig vrij is om met een gebouw te doen wat hij wil. Bij schenkingen kunnen voorwaarden of lasten worden opgelegd. In het huidige Burgerlijk Wetboek bestaan daarvoor nog steeds verschillende juridische constructies. Of en in hoeverre dergelijke voorwaarden uit 1886 vandaag nog afdwingbaar zijn, hangt af van de precieze tekst van de akte en de juridische uitleg daarvan.
Opvallend is dat de gemeente zelf in haar besluitvorming blijft verwijzen naar het legaat. Daarmee lijkt zij te erkennen dat de historische schenking nog altijd onderdeel uitmaakt van het juridische speelveld.
De ontbrekende schakel
Tijdens dit onderzoek kwam steeds dezelfde vraag terug: waarom wordt de schenkingsakte van 22 juni 1886 wel genoemd, maar niet openbaar geciteerd? Na 140 jaar rust er geen privacy op een dergelijke notariële akte. Het ligt daarom voor de hand dat deze zich bevindt in een openbaar archief (scans 435 t/m 442) of via de gemeente kan worden geraadpleegd. Juist dat document kan duidelijk maken welke afspraken Johannes Kneppelhout en zijn weduwe destijds daadwerkelijk met de gemeente hebben gemaakt.
Dat maakt de zoektocht naar de originele akte misschien wel belangrijker dan de politieke discussie zelf. Verderop in dit stuk kijken we naar de keuzes waarvoor de gemeente vandaag staat. Hoe combineer je een sluitende exploitatie, monumentenzorg, cultuurbeleid én een historische schenking waarvan de precieze inhoud nog altijd onderwerp van onderzoek is?
Een tijdelijke oplossing?
De afgelopen maanden leek de toekomst van de Concertzaal in rustiger vaarwater terecht te zijn gekomen. De gemeenteraad stemde in met investeringen in verduurzaming, liet een oude verkoopstaakstelling vervallen en besloot de Concertzaal voorlopig te gebruiken als vergaderlocatie van de gemeenteraad. Daarmee leek een belangrijke hobbel genomen. Raadsbesluit Exploitatie en verduurzaming Concertzaal (25 februari 2026). Toch is de vraag of daarmee ook de toekomst van het monument is veiliggesteld.
De keuze voor de Concertzaal als vergaderlocatie is nauw verbonden met de huidige huisvestingssituatie van de gemeente. Nu het gemeentehuis aan de Generaal Urquhartlaan wordt verlaten, heeft de raad een nieuwe vergaderlocatie nodig. De Concertzaal biedt daarvoor een logische oplossing en de raad sprak zelfs uit dat een uitbreiding van de Rijnzaal onderzocht moet worden als permanente raadszaal, zolang een nieuw gemeentehuis ontbreekt. Maar precies daar ontstaat een nieuwe vraag.
Wat gebeurt er als het nieuwe gemeentehuis er staat?
In het coalitieakkoord ‘Met lef en vertrouwen’ staat dat, zodra de tijdelijke werklocatie in gebruik is genomen, de aandacht moet verschuiven naar de realisatie van een permanent nieuw gemeentehuis: een huis van de gemeente waar bestuur, dienstverlening en ontmoeting weer onder één dak samenkomen.
Dat betekent dat de gemeenteraad op termijn waarschijnlijk weer een eigen raadszaal krijgt. En daarmee verdwijnt mogelijk een van de belangrijkste vaste gebruikers van de Concertzaal.
Oude discussie, nieuwe werkelijkheid
Juist daardoor kan een oude discussie opnieuw actueel worden. Als de raad terugkeert naar een nieuw gemeentehuis, hoe ziet de exploitatie van de Concertzaal er dan uit? Blijft de gemeente eigenaar? Kan de exploitatie zonder vaste gemeentelijke gebruiker financieel overeind blijven? Of komt verkoop opnieuw op tafel?
Die vraag is niet uit de lucht gegrepen. In het plan van aanpak dat de gemeenteraad eerder ontving, wordt verkoop nadrukkelijk als alternatief genoemd. Daarbij merkt het college wel op dat rekening moet worden gehouden met het legaat van Kneppelhout, maar sluit het een verkoop niet categorisch uit.
Opvallend is dat een motie van Leefbaar Renkum om de Concertzaal nooit te verkopen door een ruime meerderheid van de raad werd verworpen. Alleen Leefbaar Renkum en de Partij Renkumse Dorpen (PRD) stemden vóór; de overige fracties stemden tegen. Daarmee koos de raad er bewust voor de mogelijkheid van verkoop niet definitief uit te sluiten.
Appartementen?
Dat leidt automatisch tot een volgende vraag. Wanneer de Concertzaal ooit geen gemeentelijke functie meer vervult, ontstaat ongetwijfeld belangstelling van ontwikkelaars. De locatie ligt midden in Oosterbeek en woningbouw is schaars. Zou een toekomstig college kunnen besluiten het gebouw te verkopen voor een andere bestemming, bijvoorbeeld wonen?
Vooralsnog is daar geen besluit over genomen. Integendeel, de gemeente investeert juist in behoud en verduurzaming. Maar de vraag is niet onrealistisch. Juist omdat een nieuw gemeentehuis in het coalitieakkoord wordt aangekondigd, zal vroeg of laat opnieuw moeten worden nagedacht over de rol van de Concertzaal. En dan komt de geschiedenis weer om de hoek kijken.
Een oude schenkingsakte verliest niet vanzelf haar betekenis
De ouderdom van een schenkingsakte maakt haar op zichzelf niet juridisch betekenisloos. In het Nederlandse recht geldt dat een rechtsgeldig aangegane overeenkomst of schenking niet automatisch vervalt, omdat zij meer dan een eeuw oud is. Ook aan een schenking kunnen voorwaarden of lasten worden verbonden. Of dergelijke voorwaarden vandaag nog rechtsgevolgen hebben, hangt af van de exacte bewoordingen van de akte, het recht dat gold op het moment van de schenking en de wijze waarop die voorwaarden juridisch moeten worden uitgelegd.
De enkele omstandigheid dat de akte uit 1886 dateert, betekent dus niet dat eventuele verplichtingen zonder meer zijn verdwenen. Pas na bestudering van de oorspronkelijke notariële akte kan worden vastgesteld of de daarin opgenomen bepalingen nog juridische betekenis hebben. Daarbij is van belang dat het huidige Burgerlijk Wetboek nog steeds uitgaat van de mogelijkheid om aan schenkingen voorwaarden en lasten te verbinden (Boek 7 BW), terwijl een legaat in de wet wordt omschreven als een uiterste wilsbeschikking waarbij de erflater een vorderingsrecht toekent (artikel 4:117 BW). De kwalificatie van de akte uit 1886, schenking of legaat, is daarom van belang voor de juridische beoordeling.
Terug naar 1886
Tijdens dit schrijven kwam steeds dezelfde conclusie naar voren. Vrijwel iedere discussie over de Concertzaal verwijst uiteindelijk naar één document: de schenkingsakte van 22 juni 1886. Als daarin daadwerkelijk staat dat het gebouw niet mag worden vervreemd of blijvend een culturele bestemming moet houden, dan is dat geen historische curiositeit, maar een document dat ook toekomstige colleges niet zomaar kunnen negeren.
Misschien is dat wel de belangrijkste uitkomst van dit onderzoek. Niet de vraag óf de Concertzaal ooit verkocht wordt. Maar de vraag of dat, gelet op de afspraken die bijna anderhalve eeuw geleden zijn gemaakt, eigenlijk wel kan.
Meer over dit dossier:
- Lees hier deel 1: De Concertzaal van Oosterbeek: een geschenk met voorwaarden
Heeft u een foutje gezien of beschikt u over aanvullende informatie? Neem dan contact met ons op.



