Is horeca de nieuwe trekker van de binnenstad?

Horeca

Vijf jaar geleden draaide de discussie over binnensteden vooral om winkels. Hoe voorkom je leegstand? Hoe houd je grote ketens binnen? En hoe concurreren steden met online shoppen? Inmiddels lijkt de vraag anders te zijn geworden: komen mensen nog wel primair om te winkelen, of is horeca de echte motor van de binnenstad geworden?

Wie kijkt naar de ontwikkelingen in Arnhem, Nijmegen en Doetinchem, ziet een duidelijke trend. Winkels verdwijnen langzaam uit het straatbeeld, terwijl terrassen voller raken, lunchrooms uitbreiden en steeds meer bezoekers de binnenstad zien als plek voor ontmoeting en beleving in plaats van puur consumptie.

Van winkelstad naar verblijfsstad

De verschuiving begon al vóór corona, maar werd daarna versneld zichtbaar. Online winkelen veranderde het koopgedrag structureel. Tegelijkertijd groeide de behoefte aan sociale ontmoetingsplekken. Binnensteden moesten aantrekkelijker worden als verblijfsgebied in plaats van puur winkelgebied.

Onderzoeken van het CBS laten zien dat de horecaomzet de afgelopen jaren stevig bleef groeien, ook terwijl delen van de detailhandel onder druk stonden. In 2024 steeg de horecaomzet opnieuw met ruim 8 procent ten opzichte van een jaar eerder. Restaurants deden het daarbij opvallend goed.

Die ontwikkeling zie je terug in Gelderland. Waar winkelmeters langzaam verdwijnen of worden getransformeerd, groeit het aandeel horeca zichtbaar. Vooral daghoreca: lunchrooms, koffiezaken, stadsrestaurants en conceptcafés, wint terrein.

Arnhem: horeca als onderdeel van de ‘beleving’

In Arnhem is die ontwikkeling misschien wel het duidelijkst zichtbaar. De stad positioneert zich al jaren als creatieve en belevenisgerichte binnenstad. Uit de Binnenstadsmonitor van Arnhem blijkt dat bezoekers winkelen steeds vaker combineren met horeca, evenementen en recreatie. Horeca werd de afgelopen jaren nadrukkelijk onderdeel van het totaalbezoek aan de stad.

De cijfers laten zien dat bezoekers niet alleen meer voor winkels komen. Vooral jongere bezoekers koppelen een binnenstadbezoek aan eten, drinken en verblijf. De opkomst van plekken rond de Rijnkade, Modekwartier en Korenmarkt versterkte dat effect.

Arnhem profiteert bovendien van een bredere trend waarbij binnensteden steeds meer concurreren op sfeer in plaats van alleen winkelaanbod. Terrassen, foodconcepten en evenementen zorgen voor levendigheid op momenten waarop winkels al gesloten zijn. Daarmee verlengt horeca feitelijk de economische dag van de stad.

Tegelijkertijd kent Arnhem ook een keerzijde. Hogere huren en stijgende personeelskosten zetten ondernemers onder druk. Daarnaast blijft leegstand van winkel- en kantoorruimte zichtbaar aanwezig in delen van de binnenstad. Juist daardoor ontstaat echter ruimte voor nieuwe horecaformules en gemengde concepten.

Nijmegen: horeca groeit structureel door

In Nijmegen is horeca al langer een belangrijke economische factor in de binnenstad. Studenten, toerisme en evenementen zorgen daar voor een vrijwel constante stroom bezoekers.

Een gemeentelijk horecaonderzoek liet al zien dat het aantal horecavestigingen in de Nijmeegse binnenstad in tien jaar tijd met ongeveer vijftig zaken toenam. Vooral lunchrooms, café-restaurants en fastfoodconcepten groeiden sterk.

Opvallend is dat Nijmegen niet alleen méér horeca kreeg, maar ook een andere horeca. Traditionele cafés maakten deels plaats voor hybride concepten waar werken, ontmoeten en eten samenkomen. Daarmee veranderde ook het gebruik van de binnenstad.

Pleinen zoals Koningsplein en Mariënburg ontwikkelden zich steeds nadrukkelijker tot verblijfsgebieden. De binnenstad werd minder een plek om doelgericht aankopen te doen en meer een plek waar bezoekers langere tijd blijven hangen.

Dat zie je economisch terug. Horeca zorgt voor langere verblijfsduur, hogere bestedingen en meer avondactiviteit. Voor veel steden is dat aantrekkelijker dan traditionele retail, die steeds afhankelijker wordt van grote ketens en online concurrentie.

Doetinchem: kleinschaliger, maar dezelfde trend

Ook Doetinchem laat die beweging zien, al is de schaal anders. In de Achterhoek vervult de binnenstad nog sterker een regionale ontmoetingsfunctie. Juist daarom krijgt horeca een grotere rol.

De druk op de detailhandel is ook daar zichtbaar. Gemeenten kijken steeds vaker naar functiemenging: wonen, horeca, cultuur en kleinere speciaalzaken moeten samen zorgen voor een levendige binnenstad. Beleidsstukken over detailhandel in de regio wijzen nadrukkelijk op de samenhang tussen leegstand, economie en transformatie van winkelgebieden.

Waar vroeger het winkelaanbod de aantrekkingskracht bepaalde, draait het nu vaker om sfeer en verblijfskwaliteit. Terrassen en lokale horecazaken zorgen ervoor dat bezoekers langer blijven. Dat effect is voor middelgrote steden cruciaal, omdat ze moeilijk kunnen concurreren met grote winkelsteden of online platforms.

De economische verschuiving

Landelijk groeit de horeca al jaren sneller dan veel delen van de retail. Volgens CBS-cijfers nam het aantal horecabedrijven sinds 2007 sterk toe, terwijl vooral klassieke cafés juist afnamen. Restaurants, lunchrooms en fastfoodconcepten groeiden fors.

Dat zegt veel over het veranderende gedrag van consumenten. De binnenstad is minder een plek geworden voor noodzakelijke aankopen en meer een sociale bestemming. Mensen komen voor ontmoeting, sfeer, evenementen en eten. Winkelen is steeds vaker ondersteunend aan dat bezoek, in plaats van andersom.

Dat betekent niet dat retail verdwijnt. Wel verandert de functie ervan. Speciaalzaken, lokale ondernemers en experience-winkels lijken beter bestand tegen de verschuiving dan traditionele ketens.

De nieuwe binnenstad draait om verblijf

De vergelijking tussen Arnhem, Nijmegen en Doetinchem laat zien dat de richting overal hetzelfde is, ondanks verschillen in schaal en profiel. Horeca is niet langer slechts ondersteunend aan de binnenstad, het wordt steeds vaker de belangrijkste reden om erheen te gaan.

Voor ondernemers biedt dat kansen. Binnensteden die investeren in verblijfskwaliteit, terrassen, evenementen en sfeer lijken beter bestand tegen economische veranderingen dan steden die blijven inzetten op puur winkelaanbod.

De vraag is daarom misschien niet meer óf horeca de nieuwe trekker van de binnenstad is. De echte vraag is hoe ver die ontwikkeling nog doorzet, en hoeveel ruimte winkels daarin straks nog krijgen.

Heeft u een foutje gezien of beschikt u over aanvullende informatie? Neem dan contact met ons op.