Inkomensafhankelijke huurverhoging: kabinet wil regels voor sociale huur aanscherpen

Inkomensafhankelijke huurverhoging: kabinet wil regels voor sociale huur aanscherpen

Bouwen en wonen

Het kabinet wil huurders met een hoger inkomen meer laten betalen voor hun sociale huurwoning. Ook onderzoekt het of spaargeld en ander vermogen een rol kunnen spelen bij de huurprijs. De plannen moeten sociale huurwoningen beter beschikbaar houden voor huishoudens waarvoor deze woningen bedoeld zijn. Tegelijkertijd roepen de voorstellen vragen op over betaalbaarheid, de positie van langdurige huurders en de financiële ruimte van woningcorporaties.

Inkomensafhankelijke huurverhoging moet verplicht worden

Woningcorporaties kunnen de huur van sociale huurwoningen nu al extra verhogen wanneer het huishoudinkomen boven bepaalde grenzen uitkomt. Het kabinet wil deze mogelijkheid verplicht stellen voor corporaties wanneer huurders aan de voorwaarden voldoen. Dat staat in het kabinetsbericht van 21 september 2026.

De aangekondigde verhoging bedraagt € 50 of € 100 per maand, afhankelijk van de inkomenscategorie. De verhoging zou jaarlijks worden toegepast totdat de maximale huurprijs is bereikt die op basis van het woningwaarderingsstelsel bij de woning hoort. Die maximale huurprijs hangt samen met de kwaliteit en de puntenwaardering van de woning.

Volgens de raming van het kabinet hadden in 2024 ongeveer 177.000 huishoudens, circa 8 procent van de sociale huurders, een inkomen dat in aanmerking kwam voor een inkomensafhankelijke huurverhoging. Dit cijfer is een schatting op basis van de situatie in 2024. Het is geen telling van huishoudens die onder de nieuwe plannen daadwerkelijk een hogere huur zullen krijgen.

De bestaande regeling blijft daarmee het uitgangspunt. De belangrijkste voorgestelde verandering is dat woningcorporaties de verhoging niet langer zelf kunnen afwegen wanneer een huishouden binnen de wettelijke voorwaarden valt. De precieze verplichtingen en eventuele uitzonderingen moeten nog in wetgeving worden vastgelegd.

Vermogenstoets voor sociale huurwoningen nog in ontwikkeling

Naast het huishoudinkomen wil het kabinet financiële draagkracht nadrukkelijker meewegen bij de verdeling van sociale huurwoningen. Bij de toewijzing van woningen moet een vermogenstoets worden uitgewerkt. Daarmee wil het kabinet rekening houden met huishoudens die naast hun inkomen over aanzienlijke financiële middelen of een eigen woning beschikken.

Voor mensen die al in een sociale huurwoning wonen, wordt afzonderlijk onderzocht of vermogen aanleiding kan zijn voor een extra huurverhoging. Het gaat dus om twee verschillende beleidsvoornemens: een toets bij de toewijzing van een woning en een mogelijke hogere huur voor bestaande huurders.

De criteria voor een eventuele vermogensafhankelijke huurverhoging zijn nog niet definitief. Het is daarom nog niet vast te stellen welk spaargeld of ander vermogen zou meetellen, of er vrijstellingen komen en hoe de verhoging precies wordt berekend. Ook is nog niet duidelijk welke waarborgen zouden gelden voor huurders die vermogen hebben opgebouwd voor bijvoorbeeld hun pensioen of toekomstige uitgaven.

Woningcorporaties willen investeren in nieuwbouw en verduurzaming

Het kabinet koppelt de verplichte inkomensafhankelijke huurverhoging aan de financiële ruimte van woningcorporaties om te investeren in nieuwbouw, onderhoud en verduurzaming. In een Kamerbrief van 5 juni 2026 over de financiële positie van woningcorporaties raamde het ministerie dat de verplichte huurverhoging op termijn circa € 100 miljoen aan structurele extra huurinkomsten per jaar kan opleveren. Volgens dezelfde berekening komt dat overeen met ongeveer € 1,8 miljard aan extra investeringscapaciteit. Het betreft ramingen en geen gerealiseerde inkomsten of investeringen. De mogelijke opbrengsten van een huurverhoging op basis van vermogen zijn niet in deze berekening opgenomen, omdat die maatregel nog verder moet worden uitgewerkt.

Extra inkomsten zijn echter niet hetzelfde als gerealiseerde investeringen. De uiteindelijke opbrengst hangt onder meer af van het aantal huishoudens dat onder de regeling valt, de huurprijzen en de verdere wettelijke uitwerking. Ook bepaalt de financiële situatie van een corporatie hoeveel ruimte er daadwerkelijk ontstaat voor afzonderlijke projecten.

De sector heeft bovendien meerdere opgaven tegelijk. Corporaties moeten niet alleen woningen toevoegen, maar ook bestaande woningen onderhouden, verbeteren en energiezuiniger maken. De verdeling van eventuele extra inkomsten over deze werkzaamheden wordt niet uitsluitend door de voorgestelde huurmaatregel bepaald.

Woonbond waarschuwt voor hogere woonlasten

De Woonbond, die opkomt voor huurders en woningzoekenden, is kritisch over de kabinetsplannen. In het artikel ‘Kabinet wil huurdersbelasting, wat betekent dit voor jou?’ van 15 oktober 2026 beschrijft de organisatie zorgen van huurders over de mogelijke gevolgen voor hun financiële situatie.

Een aandachtspunt is het huishoudinkomen. Inwonende kinderen van 23 jaar en ouder tellen volgens de beschrijving van de Woonbond mee bij het bepalen van het inkomen voor de inkomensafhankelijke huurverhoging. Daardoor kan de samenstelling van een huishouden van invloed zijn op de huurprijs. De Woonbond wijst erop dat volwassen kinderen soms langer thuis blijven wonen omdat het moeilijk is om een eigen woning te vinden.

Ook het vermogen van huurders vormt een punt van discussie. Spaargeld kan bijvoorbeeld zijn opgebouwd om na pensionering extra inkomen te hebben of om toekomstige kosten op te vangen. Of zulke omstandigheden gevolgen krijgen onder een eventuele vermogensafhankelijke huurverhoging, hangt af van de criteria en uitzonderingen die het kabinet nog moet uitwerken.

De meldingen die de Woonbond verzamelt, geven inzicht in ervaringen en zorgen van huurders. Ze vormen op zichzelf geen representatief landelijk onderzoek naar de omvang van de financiële gevolgen.

Welke huurverhoging geldt in 2026?

De inkomensafhankelijke huurverhoging bestaat al en kan in 2026 worden toegepast. Volgens het overzicht van Aedes over het huurbeleid in 2026 bedraagt de maximale verhoging voor huishoudens in de hoge middeninkomenscategorie € 50 per maand. Voor huishoudens met een hoog inkomen is dat maximaal € 100 per maand. De inkomensgrenzen verschillen voor een- en meerpersoonshuishoudens.

Voor sociale huurwoningen geldt daarnaast een reguliere maximale huurverhoging van 4,1 procent in 2026. Voor zelfstandige woningen met een huurprijs onder € 350 kan onder de daarvoor geldende regels een verhoging van maximaal € 25 gelden. De maximale huurprijs die bij de woning hoort, blijft een afzonderlijke grens. De regels voor de jaarlijkse verhoging zijn dus niet hetzelfde als de nog voorgestelde verplichting om de inkomensafhankelijke verhoging toe te passen.

Voor bepaalde huurders met een handicap of chronische ziekte bestaan uitzonderingen op de inkomensafhankelijke huurverhoging. De bestaande regeling en de bijbehorende voorwaarden staan los van de nog te ontwikkelen regels over vermogen. Welke uitzonderingen en bezwaarprocedures bij nieuwe wetgeving zullen gelden, moet nog blijken.

Wetsvoorstel voor sociale huur voorzien in 2027

Het kabinet wil het wetsvoorstel begin 2027 voor internetconsultatie aanbieden. In die fase kunnen belanghebbenden en andere betrokkenen op de voorgestelde regels reageren. Daarna moet duidelijk worden hoe de voorstellen verder door de wetgevingsprocedure gaan.

De beoogde invoering vanaf 2028 is een planning en geen definitief vastgestelde ingangsdatum. De uitwerking moet onder meer duidelijk maken welke huishoudens onder de verplichting vallen, hoe de vermogenstoets wordt ingericht en welke bescherming huurders krijgen.

Totdat de nieuwe regels wettelijk zijn vastgesteld en in werking treden, betekent de aankondiging niet dat iedere huurder met een hoger inkomen of spaargeld automatisch met een nieuwe huurverhoging te maken krijgt. Voor de gevolgen zijn de bestaande regels en de uiteindelijke inhoud van de wet bepalend.

Heeft u een foutje gezien of beschikt u over aanvullende informatie? Neem dan contact met ons op.

Weergaven: 34