De toekomst van de biomassacentrale van Veolia op het Cleantech Park in Arnhem blijft onderwerp van discussie. De gemeente wil het verbranden van houtige biomassa op termijn beëindigen, terwijl bedrijven op het terrein afhankelijk zijn van de energievoorziening. De Arnhemse Bomenbond vindt dat de gemeente onvoldoende voortgang boekt met alternatieven. Gemeentelijke besluiten, emissiemetingen en de planning voor een andere energievoorziening laten zien welke vragen nog openstaan.
Gemeenteraad kiest voor een andere koers
De Arnhemse gemeenteraad stelde op 25 februari 2026 de gebiedsvisie voor het Innovatief Maakdistrict Arnhem vast. Bij de besluitvorming werd ook een amendement aangenomen met de titel ‘Stop met biomassa’, ingediend door de Partij voor de Dieren, GroenLinks, PvdA en D66. Een afzonderlijk amendement van de SP, dat expliciet opriep de biomassacentrale te sluiten, werd verworpen.
De besluitvorming laat zien dat de gemeenteraad houtige biomassa nadrukkelijk ter discussie stelt, maar dat de precieze betekenis voor de bestaande installatie niet uitsluitend uit de titels van de amendementen kan worden afgeleid. Daarvoor moeten de vastgestelde tekst van de gebiedsvisie, de aangenomen wijzigingen en de bevoegdheden van gemeente en provincie in samenhang worden gelezen.
Arnhemse Bomenbond vraagt om uitvoering
De Arnhemse Bomenbond heeft de gemeenteraad op 27 mei 2026 geïnformeerd over de kwartaalrapportage van de biomassacentrale. Op 10 juli volgde een nieuwe brief over de uitvoering van het raadsbesluit voor de Kleefse Waard en het Maakdistrict.
De organisatie stelt dat de gemeentelijke koers nog onvoldoende wordt vertaald in concrete stappen. De kern van het geschil is daarmee niet alleen de vraag of de gemeente op termijn van houtverbranding af wil, maar ook welke onderzoeken, besluiten en alternatieven nodig zijn om dat voornemen uit te voeren. De brieven van de Bomenbond zijn daarbij standpunten van een betrokken organisatie; voor een volledige beoordeling moeten die worden vergeleken met de gemeentelijke antwoorden en de onderliggende besluitvorming.
Emissiemetingen laten verschillen tussen meetmomenten zien
De uitstoot van de installatie is een tweede belangrijk onderdeel van het dossier. De Omgevingsdienst Regio Arnhem (ODRA) onderzocht op 24 januari 2023 de emissies van ketel 14 bij Veolia op Industriepark Kleefse Waard. Het onderzoek betrof onder meer stikstofoxiden, zuurstof, stof, ammoniak en geur. In het meetrapport van 13 februari 2023 beschrijft de omgevingsdienst het toetsingskader en de resultaten van die metingen.
Een eerder onderzoek, uitgevoerd op 9 december 2021, stelde overschrijdingen vast van de emissie-eisen voor stikstofoxiden en ammoniak. In het rapport vermeldde de ODRA dat Veolia vooraf had gemeld dat er een lekkage was in de economizer. Het bedrijf gaf aan dat deze lekkage de meting mogelijk negatief had beïnvloed. De installatie werd de dag na de meting buiten bedrijf gesteld. De bevindingen zijn vastgelegd in het emissierapport van januari 2022.
Deze rapporten beschrijven specifieke meetmomenten en kunnen niet zonder meer worden gebruikt als bewijs voor de huidige uitstoot. Voor een actueel beeld zijn ook de recentere meetrapporten, de bijbehorende bedrijfsomstandigheden en eventuele handhavingsbesluiten nodig. Daarbij is het van belang onderscheid te maken tussen het voldoen aan emissiegrenswaarden en de bredere vraag welke gevolgen de uitstoot heeft voor de omgeving.
Provincie heeft een rol bij vergunningen en toezicht
De vergunningverlening en het milieutoezicht rond de installatie zijn niet uitsluitend gemeentelijke aangelegenheden. De provincie Gelderland heeft eerder documenten openbaar gemaakt over juridische procedures rond Veolia, waaronder verzoeken om actualisering en intrekking van vergunningen. Dat blijkt uit het provinciale besluit over openbaarmaking van documenten uit 2020.
Voor de huidige situatie moet worden vastgesteld welke vergunningen en voorschriften op dit moment gelden, welke wijzigingen sindsdien zijn doorgevoerd en of er lopende handhavingsprocedures zijn. De historische documenten geven daarvoor aanknopingspunten, maar zijn op zichzelf onvoldoende om de actuele juridische status van de centrale vast te stellen.
Alternatieven moeten de energievoorziening kunnen overnemen
Het beëindigen van houtverbranding raakt ook de energievoorziening van bedrijven op het Cleantech Park. Een alternatief moet daarom niet alleen milieutechnisch geschikt zijn, maar ook voldoende warmte en stoom kunnen leveren en praktisch uitvoerbaar zijn. De ontwikkeling van een andere energievoorziening vraagt om onderzoek naar capaciteit, infrastructuur, kosten en de beschikbaarheid van energiebronnen.
De gemeente heeft in januari en februari 2026 afzonderlijke memo’s aan de gemeenteraad gestuurd over toezeggingen rond de biomassacentrale. Deze documenten zijn opgenomen bij de besluitvormende vergadering van 25 februari 2026. De stukken zijn relevant om te beoordelen welke informatie het college heeft toegezegd en hoe de voortgang wordt verantwoord.
De beschikbare openbare documenten bieden aanknopingspunten voor nader onderzoek, maar geven nog geen volledig beeld van de actuele planning voor uitfasering, de haalbaarheid van alternatieven en de meest recente emissies. Daarvoor zijn de nieuwste kwartaalrapportage, de actuele vergunningstukken en reacties van gemeente, provincie, ODRA en Veolia van belang.
De aanleiding voor dit artikel was een bericht van Edwin Rijkaart over de kritiek van de Arnhemse Bomenbond op de gemeentelijke aanpak. Dit artikel is zelfstandig opgebouwd rond openbare raadsstukken, emissierapporten en provinciale documenten.
Heeft u een foutje gezien of beschikt u over aanvullende informatie? Neem dan contact met ons op.
Weergaven: 14





