Het tekort aan woningen raakt niet alleen mensen die een vaste woonplek zoeken, maar stelt agrarische werkgevers voor een vraagstuk rond de beschikbaarheid van personeel. In de Nederlandse land- en tuinbouw werken internationale werknemers bij de teelt en oogst van groenten, fruit, bloemen en planten. De discussie over hun huisvesting gaat daardoor zowel over de continuïteit van agrarische bedrijven als over de kwaliteit van woningen, de rechten van werknemers en de ruimte die gemeenten beschikbaar stellen.
LTO-peiling wijst op knelpunten bij huisvesting
Volgens een op 7 oktober 2026 gepubliceerde peiling van LTO Nederland geeft 71 procent van de ondervraagde werkgevers in de land- en tuinbouw de voorkeur aan huisvesting op of nabij het eigen bedrijf. De helft van de ondervraagden zegt dat gemeenten hiervoor weinig of geen ruimte bieden. De organisatie schat dat jaarlijks tussen de 100.000 en 150.000 internationale werknemers in de Nederlandse land- en tuinbouw actief zijn.
De cijfers zijn afkomstig uit de peiling die LTO presenteerde tijdens de Agrarische Week van de Huisvesting. De gepubliceerde informatie geeft geen volledig beeld van de steekproef, de respons en de gebruikte onderzoeksmethode. Daardoor valt niet onafhankelijk vast te stellen in hoeverre de uitkomsten representatief zijn voor alle agrarische werkgevers in Nederland.
Huisvesting op het bedrijf kan werknemers dicht bij hun werk laten verblijven en werkgevers helpen bij de personeelsplanning. Vooral in de fruitteelt en andere seizoensgebonden activiteiten kan de behoefte aan personeel binnen een beperkte periode sterk veranderen. De omvang van die behoefte verschilt per bedrijf en teelt. De peiling maakt niet duidelijk hoeveel bedrijven daadwerkelijk productieproblemen ondervinden door een gebrek aan woonruimte.
Gemeenten wegen huisvesting en leefbaarheid af
De gemeente West Betuwe, waar fruitteelt een belangrijke economische activiteit is, hanteert beleid voor de huisvesting van arbeidsmigranten. Werkgevers en uitzendbureaus dragen volgens de gemeente de eerste verantwoordelijkheid voor goede arbeidsomstandigheden en veilige huisvesting. De gemeente heeft een rol bij vergunningverlening, toezicht en handhaving.
In het gemeentelijke beleid voor huisvesting van arbeidsmigranten staan voorwaarden waaraan plannen moeten voldoen. Voor huisvesting is een vergunning nodig; aanvragen worden behandeld door de Omgevingsdienst Rivierenland. De gemeente maakt onderscheid tussen kortdurend verblijf en huisvesting voor een langere periode.
Deze lokale aanpak laat zien dat de discussie niet uitsluitend draait om de vraag of huisvesting wenselijk is. Ook de locatie, de kwaliteit van het verblijf, de gevolgen voor de omgeving en de naleving van regels spelen een rol. Een oplossing die voor een fruitteler passend is, kan op een andere locatie door ruimtelijke beperkingen of de beschikbare infrastructuur anders uitpakken.
Bescherming van werknemers blijft een afzonderlijk vraagstuk
Huisvesting via de werkgever kan praktisch zijn, maar brengt een risico met zich mee wanneer werk en wonen sterk van elkaar afhankelijk zijn. Bij verlies van werk kan een werknemer dan tegelijkertijd zijn inkomen en woonruimte kwijtraken. Ook kunnen problemen ontstaan wanneer de huurprijs niet in verhouding staat tot de kwaliteit van de woning.
Het Aanjaagteam Bescherming Arbeidsmigranten beschreef deze kwetsbaarheid in het rapport Geen tweederangsburgers. Het rapport bevat aanbevelingen over onder meer huisvesting, toezicht, arbeidsomstandigheden en de afhankelijkheidspositie van arbeidsmigranten. De bescherming van werknemers is daarmee een beleidsvraagstuk dat naast de personeelsbehoefte van werkgevers staat.
Ook de Sociaal-Economische Raad benadrukt in zijn advies Arbeidsmigratie naar waarde dat arbeidsmigratie moet worden bezien in samenhang met de kwaliteit van werk, de rechtspositie van werknemers en de druk op schaarse voorzieningen. De SER pleit onder meer voor betere bescherming van laagbetaalde arbeidsmigranten en meer gerichte sturing van arbeidsmigratie.
Regels over huur en minimumloon veranderen
De financiële verhouding tussen werkgever, werknemer en verhuurder staat eveneens ter discussie. Op dit moment mogen werkgevers onder voorwaarden maximaal 25 procent van het brutominimumloon inhouden voor huisvestingskosten. Daarvoor gelden eisen, waaronder een schriftelijke machtiging van de werknemer en voorwaarden aan de kwaliteit van de woonruimte.
Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid maakte op 10 september 2026 bekend de inhoudingsmogelijkheid per 1 juli 2028 te willen afschaffen. De maatregel is gekoppeld aan de voorgenomen Wet passende huur. Volgens het ministeriële bericht over het afschaffen van de inhouding moet de wijziging de afhankelijkheid van werknemers verminderen en de bescherming tegen misstanden versterken. De aangekondigde datum is een beleidsvoornemen en moet worden onderscheiden van de regels die nu gelden.
Voor werkgevers betekent een verandering in de regels dat de manier waarop zij huisvesting organiseren en huur innen aandacht vraagt. Tegelijkertijd blijft de beschikbaarheid van betaalbare woonruimte van belang: strengere bescherming op papier lost een tekort aan geschikte woningen niet vanzelf op.
Agrarische Week brengt partijen bij elkaar
Van 5 tot en met 9 oktober 2026 organiseerden verschillende agrarische brancheorganisaties de Agrarische Week van de Huisvesting. Het initiatief was bedoeld om gemeenten, werkgevers, huisvesters en deskundigen ervaringen te laten uitwisselen over huisvestingsoplossingen. De organisaties achter de week zijn onder meer LTO Nederland, LTO Noord, ZLTO, LLTB, Greenports Nederland, de Nederlandse Fruittelers Organisatie en de Koninklijke Algemeene Vereeniging voor Bloembollencultuur.
De bijeenkomst richtte zich op voorbeelden uit de praktijk en samenwerking tussen overheden en ondernemers. Welke aanpak elders toepasbaar is, hangt af van lokale omstandigheden, vergunningen, de kwaliteit van de huisvesting en de bescherming van werknemers. De discussie raakt daarmee zowel de organisatie van agrarisch werk als de vraag hoe gemeenten woonruimte voor verschillende groepen in goede banen leiden.
Dit artikel is mede gebaseerd op het persbericht ‘Woningnood raakt ook de voedselproductie’, opgesteld en gepubliceerd door LTO Nederland op 7 oktober 2026.
Heeft u een foutje gezien of beschikt u over aanvullende informatie? Neem dan contact met ons op.
Weergaven: 10




