De overgang van benzine en diesel naar elektrisch rijden wordt vaak gepresenteerd als een verandering van aandrijving. In werkelijkheid verandert daarmee ook de energie-infrastructuur waarop het Nederlandse verkeer draait. De vraag is niet alleen hoeveel elektrische auto’s Nederland kan krijgen, maar vooral of het elektriciteitsnet, de laadvoorzieningen en de Europese infrastructuur de groei kunnen bijhouden. Recente prognoses van ElaadNL laten zien dat volledige elektrificatie van personenauto’s technisch binnen beeld komt, maar dat de ontwikkeling samenvalt met een veel bredere groei van de elektriciteitsvraag.
Elektrische auto’s vragen meer stroom, maar niet onbeperkt meer
Nederland telde in 2024 bijna 10 miljoen personenauto’s die gedurende het jaar in gebruik waren. Die voertuigen legden op Nederlands grondgebied ruim 109,9 miljard kilometer af. Daarvan kwam 104,3 miljard kilometer voor rekening van Nederlandse personenauto’s en 5,5 miljard kilometer voor buitenlandse voertuigen. Het CBS registreerde daarnaast 17,6 miljard kilometer die Nederlandse personenauto’s in het buitenland reden.
ElaadNL heeft in de in juni 2026 gepubliceerde Outlook Mobiliteit verschillende scenario’s voor de ontwikkeling van elektrisch vervoer doorgerekend. In het middenscenario groeit het aantal volledig elektrische personenauto’s van bijna 700.000 begin 2026 naar 10,9 miljoen in 2050. De daarbij berekende elektriciteitsvraag van personenauto’s bedraagt in 2050 28,4 terawattuur. Voor bestelauto’s komt daar 7,7 terawattuur bij en voor trucks 13,9 terawattuur. De totale elektriciteitsvraag van de onderzochte vormen van elektrische mobiliteit komt uit op 51,8 terawattuur per jaar.
Die cijfers moeten worden afgezet tegen de totale elektriciteitsvraag. ElaadNL gebruikt voor 2050 het middenscenario van Netbeheer Nederland, waarin het totale Nederlandse elektriciteitsverbruik uitkomt op 505 terawattuur. Mobiliteit zou daarin ruim 10 procent van het elektriciteitsgebruik vertegenwoordigen. In 2025 bedroeg het totale elektriciteitsverbruik volgens dezelfde prognose 116 terawattuur, waarvan ongeveer 4 terawattuur voor mobiliteit.
Het knelpunt zit niet alleen in de hoeveelheid elektriciteit
Daarmee is de vraag of Nederland voldoende elektriciteit kan produceren nog niet beantwoord. Een minstens zo belangrijk probleem is de beschikbaarheid van transportcapaciteit op het moment dat voertuigen stroom nodig hebben.
Netbeheer Nederland constateert dat de vraag naar transportcapaciteit sneller groeit dan de netbeheerders het elektriciteitsnet kunnen uitbreiden. Nieuwe stations, kabels en uitbreidingen worden op grote schaal gerealiseerd, maar de groei van de vraag zorgt op veel plaatsen voor transportschaarste.
Voor elektrische auto’s is het tijdstip van laden daarbij van belang. Een auto staat een groot deel van de dag stil en hoeft niet noodzakelijk direct na aankomst te laden. Daardoor kan het laden worden verschoven naar momenten waarop het elektriciteitsnet minder zwaar wordt belast. ElaadNL berekent dat elektrische mobiliteit in 2050 in de avondpiek maximaal 6,7 gigawatt aan flexibel vermogen kan bieden wanneer voertuigen slim worden geladen. Bij bidirectioneel laden, waarbij auto’s onder voorwaarden ook elektriciteit kunnen terugleveren, wordt in het onderzoek een flexibiliteit van maximaal 11,2 gigawatt genoemd.
Dat potentieel ontstaat echter niet vanzelf. Het vereist laadpunten, voertuigen en systemen die het laadmoment kunnen aanpassen aan de beschikbare netcapaciteit.
Vrachtwagens vormen een ander vraagstuk
De discussie over elektrificatie wordt ingewikkelder wanneer personenauto’s en zwaar vrachtverkeer als één categorie worden behandeld. Nederlandse motorvoertuigen legden in 2024 op Nederlands grondgebied 137,5 miljard kilometer af. Personenauto’s waren goed voor 109,9 miljard kilometer. Trekkers voor opleggers kwamen uit op 5,5 miljard kilometer en vrachtauto’s exclusief trekkers op 2,0 miljard kilometer.
Het aantal kilometers zegt niet rechtstreeks hoeveel elektriciteit nodig is: een zware vrachtwagen gebruikt per kilometer aanzienlijk meer energie dan een personenauto. Dat komt terug in de prognose van ElaadNL. Hoewel het verwachte aantal elektrische trucks veel kleiner is dan het aantal elektrische personenauto’s, bedraagt de geraamde elektriciteitsvraag van trucks in 2050 13,9 terawattuur, tegenover 28,4 terawattuur voor personenauto’s.
Voor vrachtvervoer betekent elektrificatie bovendien dat voldoende zwaar laadvermogen beschikbaar moet zijn op logistieke locaties, verzorgingsplaatsen en langs belangrijke transportcorridors. De Rijksoverheid heeft daarvoor onder meer € 65,5 miljoen beschikbaar gesteld voor stroomaansluitingen op verzorgingsplaatsen langs snelwegen en ruim € 96 miljoen aan subsidies voor laadinfrastructuur in logistiek en bouw.
Buitenlandse auto’s maken de grens minder relevant
Een volledige overgang van Nederlandse personenauto’s naar elektrisch vervoer betekent bovendien niet dat al het verkeer op Nederlandse wegen elektrisch wordt. Het CBS becijferde dat voertuigen met een buitenlands kenteken in 2024 5,4 procent van alle voertuigkilometers op Nederlands grondgebied aflegden. Van die buitenlandse voertuigkilometers werd 75,1 procent met een personenauto gereden.
Dat betekent dat het Nederlandse elektriciteits- en laadbeleid niet uitsluitend naar het Nederlandse wagenpark kan kijken. Een Duitse of Belgische auto die in Nederland wordt opgeladen, legt voor het Nederlandse elektriciteitsnet geen andere belasting op dan een Nederlandse elektrische auto. Tegelijkertijd rijden Nederlandse elektrische auto’s over de grens. Van de kilometers die Nederlandse personenauto’s in 2024 aflegden, werd 14,4 procent buiten Nederland gereden.
De elektrificatie van het wegverkeer is daarmee voor een belangrijk deel een Europees infrastructuurvraagstuk.
Laadinfrastructuur groeit, maar het net blijft bepalend
Nederland beschikt al over een omvangrijk laadnetwerk. Volgens de Rijksoverheid waren er in januari 2026 ruim 1,2 miljoen laadpunten, inclusief openbare en private laadpunten. Het kabinetsdoel is 1,7 miljoen openbare en private laadpunten in 2030. Tegelijkertijd wordt gewerkt aan slim laden om de beschikbare netcapaciteit beter te benutten.
ElaadNL waarschuwt in zijn model niet voor een simpel tekort aan elektriciteit, maar beschrijft vooral de beperkingen van het elektriciteitsnet en de beschikbaarheid van laadvermogen. In veel gebieden is afnamecongestie al aanwezig. Tegelijkertijd kunnen elektrische voertuigen volgens de studie juist flexibiliteit bieden doordat ze buiten de piekuren kunnen laden.
Daarmee ontstaat een paradox. De groei van elektrische mobiliteit vergroot de vraag naar elektriciteit en naar netcapaciteit, maar elektrische auto’s kunnen tegelijkertijd helpen om de beschikbare capaciteit efficiënter te gebruiken.
Geen technische onmogelijkheid, wel een infrastructuurvraagstuk
De beschikbare cijfers geven geen aanleiding om volledige elektrificatie van personenauto’s als technisch onmogelijk te beschouwen. De meest recente ElaadNL-prognose rekent voor 2050 met 10,9 miljoen volledig elektrische personenauto’s en een elektriciteitsvraag van 28,4 terawattuur per jaar. Dezelfde prognose gaat uit van een veel grotere totale Nederlandse elektriciteitsvraag in 2050.
Daarmee verschuift de kern van het vraagstuk. De vraag is niet alleen of er voldoende elektriciteit kan worden opgewekt, maar of productie, netcapaciteit, laadvoorzieningen en laadmomenten op elkaar kunnen worden afgestemd. Voor vrachtverkeer komt daar de behoefte aan zwaar en snel laden bij. En omdat een deel van het verkeer uit buitenlandse voertuigen bestaat, is ook grensoverschrijdende infrastructuur noodzakelijk.
De huidige cijfers laten dus geen eenvoudige tegenstelling zien tussen elektrisch vervoer en het elektriciteitsnet. Ze laten zien dat beide systemen steeds sterker met elkaar verbonden raken. De verdere elektrificatie van het wegverkeer wordt daarmee niet alleen een mobiliteitsvraagstuk, maar ook een vraagstuk over de inrichting van het Nederlandse en Europese energiesysteem.
Dit artikel is opgesteld op basis van de meest recente gegevens van het Centraal Bureau voor de Statistiek, ElaadNL, Netbeheer Nederland en de Rijksoverheid. De inhoud en redactionele uitwerking zijn verzorgd door de redactie van Gelderland Magazine.
Heeft u een foutje gezien of beschikt u over aanvullende informatie? Neem dan contact met ons op.
Weergaven: 2






