Natuur Gelderland, landschap en meertje, ondergaande zon

Gelderland investeert miljoenen in natuur: wat levert het daadwerkelijk op?

Natuur

Gelderland trekt de komende jaren opnieuw miljoenen euro’s uit voor natuur, biodiversiteit en landschapsherstel. Alleen al voor de regeling Biodiversiteit en Landschap is in 2026 en 2027 € 8,5 miljoen beschikbaar. Daarnaast staat € 75 miljoen klaar voor natuurherstel in Natura 2000-gebieden en is voor het reguliere natuurbeheer in de periode 2026-2031 een subsidieplafond van €187,2 miljoen vastgesteld. De bedragen zijn fors, maar roepen ook een journalistiek interessante vraag op: wordt de Gelderse natuur aantoonbaar beter van al dat geld?

Het antwoord van de provincie zelf is genuanceerd. Er zijn duidelijke successen, maar het algemene herstel van de biodiversiteit is nog niet bereikt. Sommige soorten en leefgebieden herstellen, terwijl andere nog steeds achteruitgaan. Daarmee lijkt Gelderland voor dezelfde uitdaging te staan als Limburg met de korenwolf: niet alleen geld uitgeven aan natuur, maar ook aantonen dat de investering leidt tot een blijvend resultaat.

Miljoenen voor natuur, landschap en biodiversiteit

De nieuwste investering van Gelderland bedraagt €8,5 miljoen voor 2026 en 2027. Provinciale Staten besloten daar in juli 2026 toe. Het geld is bedoeld voor projecten die biodiversiteit en landschap versterken of herstellen. Denk aan het aanleggen van heggen, poelen, boomgaarden en houtsingels, maar ook aan het verbeteren van leefgebieden voor bijzondere planten en dieren.

Volgens de provincie Gelderland was er in 2024 € 2 miljoen en in 2025 € 3,5 miljoen beschikbaar voor deze regeling. Beide subsidieplafonds waren binnen één dag bereikt. Dat laat zien dat er veel belangstelling bestaat voor maatregelen die natuur dichter bij inwoners en landbouwgebieden brengen. Tegelijkertijd gaat het om subsidiebudgetten en niet automatisch om bedragen die al volledig zijn uitgegeven.

Daar komt een veel grotere geldstroom bij. Voor de uitvoering van het landelijke Programma Natuur heeft Gelderland een subsidieplafond van € 75 miljoen. Dat geld is bedoeld voor natuurherstel in Natura 2000-gebieden, waaronder bosrevitalisering en de bestrijding van invasieve exoten. De provinciale regeling Programma Natuur maakt duidelijk dat het om maatregelen gaat die nodig zijn om soorten en habitattypen in Natura 2000-gebieden in stand te houden of te herstellen.

Nog eens € 187 miljoen voor regulier natuurbeheer

Wie alleen naar de extra programma’s kijkt, ziet bovendien slechts een deel van de financiële inzet. Voor het reguliere beheer van bestaande natuur heeft Gelderland voor de nieuwe zesjarige beheercyclus een subsidieplafond van €187,2 miljoen vastgesteld.

Dat bedrag staat in het openstellingsbesluit voor het Subsidiestelsel Natuur en Landschap. Het geld is bedoeld voor terreinbeherende organisaties en particuliere beheerders voor het basisbeheer van bestaande natuur. Het is daarmee niet correct om de volledige € 187,2 miljoen aan soortenbescherming toe te schrijven. Het gaat om veel breder natuurbeheer.

Ook voor agrarisch natuurbeheer wordt aanzienlijk geïnvesteerd. Voor de periode 2023-2028 stelde Gelderland eerder € 91,72 miljoen beschikbaar voor het voortzetten en uitbreiden van het Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer. Daar kwam nog eens € 18,1 miljoen bij voor beheer dat moet bijdragen aan het herstel van stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden en natuurinclusieve landbouw. Dat staat in een provinciaal besluit over de openstelling van het agrarisch natuurbeheer.

Het zijn dus geen bedragen die zonder meer bij elkaar mogen worden opgeteld als één rekening voor biodiversiteit. De programma’s hebben verschillende doelen, lopen deels naast elkaar en worden soms met Europese of landelijke middelen gefinancierd. Maar samen maken ze wel duidelijk dat natuurbeleid in Gelderland een omvangrijke publieke investering is.

Gelderland ziet herstel, maar nog geen brede ommekeer

De belangrijkste vraag is vervolgens wat daar tegenover staat. De provincie meet de ontwikkeling van de biodiversiteit periodiek. De meest recente rapportage kijkt naar de periode vanaf ongeveer 1990 tot en met 2023.

Het beeld is gemengd. In de rapportage over de biodiversiteit in Gelderland staat dat de biodiversiteit in bossen en moerassen tekenen van herstel vertoont. Bij zoogdieren gaat het relatief goed en ook de ontwikkeling van broedvogels is de laatste jaren gunstiger. Daar staan echter forse problemen tegenover. Buiten natuurgebieden, op de heide en bij verschillende soortgroepen is de achteruitgang nog niet gestopt.

De provincie concludeert daarom zelf dat het ingezette herstel nog onvoldoende is voor een algeheel herstel van planten en dieren in Gelderland. Dat is een belangrijke nuancering bij de miljoeneninvesteringen. Er zijn resultaten, maar er kan op basis van de eigen monitoring niet worden gezegd dat het probleem van de achteruitgaande biodiversiteit in de provincie is opgelost.

Niet iedere investering levert hetzelfde resultaat

Dat verschil tussen gebieden en soorten is belangrijk. Een natuurmaatregel kan lokaal zeer succesvol zijn zonder dat daardoor meteen de hele Gelderse biodiversiteit verbetert.

In bossen bijvoorbeeld is volgens de provinciale rapportage sprake van een matige toename van de biodiversiteit onder kenmerkende dieren. Bossen zijn gemiddeld ouder geworden, waardoor meer boomholtes en dood hout beschikbaar zijn. Dat biedt kansen aan soorten als de franjestaart, groene specht en bosuil. Tegelijkertijd hebben droge bossen op zandgronden, waaronder grote delen van de Veluwe, te maken met droogte en bodemverzuring.

Ook in Natura 2000-gebieden is het beeld niet zwart-wit. Gelderland heeft voor elf stikstofgevoelige gebieden zogenoemde natuurdoelanalyses opgesteld. Daarin wordt per natuurdoel beoordeeld of de doelen met het bestaande beleid haalbaar zijn. Volgens de provinciale analyses luidt het oordeel in sommige gevallen ‘ja’, maar in andere gevallen ‘ja, mits’ of ‘nee, tenzij’. Vooral bij die laatste categorie zijn aanvullende maatregelen nodig.

Dat betekent dat geld uitgeven aan natuurherstel niet automatisch betekent dat een natuurdoel ook wordt gehaald.

Gelderland werkt met tientallen soorten

De aanpak verschilt bovendien van het Limburgse korenwolfprogramma. Limburg heeft jarenlang een relatief geconcentreerd programma gehad rond één zeer specifieke soort, inclusief fokkerij en uitzettingen. Gelderland werkt veel meer met leefgebieden en soortgroepen.

In het Natuurbeheerplan 2026 staan verschillende leefgebieden waarin meerdere soorten tegelijk centraal staan. In gebieden met kruidenrijke akkers en landschapselementen gaat het bijvoorbeeld om soorten als patrijs en kneu. Rond poelen worden onder meer boomkikker, knoflookpad, poelkikker en kamsalamander genoemd. In natte landschapselementen zijn onder andere modderkruipers, beekprik en bittervoorn doelsoorten.

Dat heeft een belangrijk voordeel: één investering kan meerdere soorten tegelijk helpen. Het nadeel is dat het moeilijker wordt om aan één soort een duidelijk prijskaartje te hangen en vervolgens te bepalen of die investering succesvol is.

Het succes zit soms in het landschap

Dat maakt het verleidelijk om alleen naar aantallen dieren te kijken, maar ook dat kan misleidend zijn. Een aangelegde poel, herstelde heide of verbeterde bosrand kan jaren nodig hebben voordat de effecten zichtbaar worden. Sommige soorten keren pas terug wanneer verschillende omstandigheden tegelijkertijd verbeteren.

Gelderland kiest daarom nadrukkelijk voor verbetering van leefgebieden. De provincie schrijft in het Natuurbeheerplan 2026 dat het agrarisch natuurbeheer sinds 2016 meer gericht is op gebieden waar maatregelen voor doelsoorten kansrijk zijn. Evaluaties laten volgens de provincie zien dat de inzet van agrarische collectieven de effectiviteit en efficiëntie van het beheer heeft verbeterd.

Dat is een wezenlijk verschil met simpelweg geld verdelen over het landschap. Het idee is dat maatregelen worden geconcentreerd op plaatsen waar ze ecologisch het meeste effect kunnen hebben.

Maar de rekening loopt wel door

Daarmee blijft de vraag naar de doelmatigheid bestaan. De provincie Gelderland rapporteerde over 2025 bijvoorbeeld € 168 miljoen aan uitgaven binnen het programma Vitaal Platteland. Daaronder vallen onder meer een bijdrage aan 1.600 hectare natuurinclusieve landbouw en 44 biodiversiteitssubsidies voor gemeenten en bos- en landgoedeigenaren. De jaarstukken 2025 laten tegelijkertijd zien dat dit programma veel breder is dan alleen biodiversiteit.

Juist daarom is een simpele rekensom van ‘miljoenen gedeeld door aantal soorten’ onmogelijk. De provincie financiert tegelijkertijd natuurbeheer, landbouw, water, stikstofmaatregelen, landschapselementen en herstel van Natura 2000-gebieden. Bovendien lopen veel programma’s over meerdere jaren en worden ze mede met Rijks- en Europese middelen gefinancierd.

De relevante vraag is daarom niet hoeveel euro één vogel, kikker of vlinder kost. Interessanter is of de provincie vooraf voldoende duidelijk maakt welk natuurdoel met een investering wordt nagestreefd, wanneer resultaat wordt verwacht en wanneer een maatregel als succesvol wordt beschouwd.

Wat levert het geld uiteindelijk op?

Gelderland kan op onderdelen aantoonbare vooruitgang laten zien. In bossen en moerassen zijn herstelverschijnselen zichtbaar, sommige zoogdieren doen het goed en op verschillende plaatsen hebben natuurherstelprojecten geleid tot betere leefomstandigheden. De provincie stelt bovendien niet zelf dat de biodiversiteitscrisis is opgelost; integendeel, haar meest recente rapportage erkent dat een groot aantal soorten nog steeds achteruitgaat.

Dat maakt de Gelderse situatie interessanter dan een simpel oordeel over verspilling of succes. De provincie investeert aantoonbaar veel geld in natuur en kan daar ook concrete resultaten tegenover zetten, maar het algemene doel, herstel van de biodiversiteit, is nog niet bereikt.

De komende jaren wordt daarom vooral interessant of de omvangrijke investeringen ook zichtbaar worden in de natuurstatistieken. Niet alleen in het aantal aangelegde poelen, hectares beheerde natuur of verstrekte subsidies, maar in de ontwikkeling van planten- en dierenpopulaties.

Daar ligt uiteindelijk de belangrijkste maatstaf. Een natuurprogramma is niet succesvol omdat er geld is uitgegeven of omdat er hectares zijn ingericht. Het is succesvol wanneer het landschap daarna aantoonbaar meer soorten kan dragen en die soorten zich zonder voortdurende extra ingrepen kunnen handhaven.

Gelderland heeft de afgelopen jaren veel geïnvesteerd om dat mogelijk te maken. De eigen cijfers laten zien dat sommige onderdelen de goede kant op gaan. Maar dezelfde cijfers maken ook duidelijk dat de provincie er nog lang niet is.

Heeft u een foutje gezien of beschikt u over aanvullende informatie? Neem dan contact met ons op.

Weergaven: 7