De Nederlandse economie blijft de komende jaren groeien, maar het groeitempo blijft gematigd. Tegelijkertijd zorgen geopolitieke spanningen en sterk gestegen energieprijzen voor nieuwe onzekerheid over de economische vooruitzichten. Dat blijkt uit de nieuwste raming van het Centraal Planbureau (CPB). Het bruto binnenlands product groeit volgens de basisraming in 2026 met 1,4 procent en in 2027 met 1,1 procent.
Het CPB presenteerde op 12 maart het Centraal Economisch Plan (CEP) 2026, met daarin de verwachtingen voor de Nederlandse economie en de overheidsfinanciën. Volgens het planbureau is de economische ontwikkeling vooralsnog veerkrachtig, maar zijn de risico’s groter geworden. Vooral de internationale situatie maakt het moeilijker om de ontwikkeling van de economie nauwkeurig te voorspellen.
Nederlandse economie groeit gematigd door
De groei van de Nederlandse economie wordt de komende jaren vooral gedragen door huishoudens en de overheid. Consumenten blijven meer uitgeven en ook de overheidsbestedingen nemen toe. In 2025 groeide de Nederlandse economie nog met 1,9 procent. Voor 2026 en 2027 verwacht het CPB respectievelijk 1,4 en 1,1 procent groei.
Daarmee blijft Nederland economisch groeien, maar ligt het tempo duidelijk lager dan in sommige eerdere jaren. Het CPB benadrukt bovendien dat de ramingen met een uitzonderlijk grote onzekerheid zijn omgeven. Internationale handelsontwikkelingen, geopolitieke conflicten en de energieprijzen kunnen het economische beeld snel veranderen.
Die onzekerheid is belangrijk, omdat Nederland sterk afhankelijk is van internationale handel. Problemen in de wereldhandel kunnen daardoor niet alleen exporterende bedrijven raken, maar ook investeringen, consumentenvertrouwen en de economische activiteit in Nederland.
Hogere energieprijzen werken door in inflatie
Een belangrijk aandachtspunt is de ontwikkeling van de energieprijzen. De recente stijging van de olie- en gasprijzen was nog niet verwerkt in de basisraming van het CPB. Het planbureau waarschuwt daarom dat de inflatie hoger kan uitvallen dan in de oorspronkelijke prognose.
Op basis van de marktverwachtingen voor olie en gas zou de energie-inflatie rechtstreeks ongeveer 0,6 procentpunt kunnen toevoegen aan de totale inflatie. In de oorspronkelijke raming komt de inflatie in 2026 uit op 2,3 procent. De recente ontwikkelingen op de energiemarkt kunnen dat beeld echter veranderen.
Hogere energieprijzen hebben bovendien gevolgen die verder gaan dan alleen de energierekening. Brandstoffen worden duurder, terwijl bedrijven met hogere kosten voor energie en transport te maken krijgen. Die kosten kunnen vervolgens worden doorberekend in de prijzen van goederen en diensten. Daardoor kan een energieprijsschok uiteindelijk breder doorwerken in de economie.
Koopkracht stijgt in 2026, maar nauwelijks in 2027
Voor huishoudens is het economische beeld gemengd. Het CPB verwacht dat de doorsnee koopkracht in 2026 met ongeveer 1,4 procent stijgt. De belangrijkste reden daarvoor is dat de lonen naar verwachting sterker stijgen dan de inflatie.
Voor 2027 ziet het beeld er minder gunstig uit. De koopkracht blijft dan naar verwachting per saldo ongeveer gelijk. Lastenverzwaringen uit het coalitieakkoord werken volgens het CPB een deel van de reële loonstijging weg. Over de gehele kabinetsperiode komt de gemiddelde jaarlijkse koopkrachtgroei daardoor slechts beperkt uit.
Voor consumenten betekent dit dat economische groei niet automatisch leidt tot een grote verbetering van de financiële positie van huishoudens. Vooral wanneer energie, boodschappen en andere vaste lasten sneller stijgen, kan een beperkte koopkrachtgroei in de praktijk weinig ruimte opleveren.
Overheidsfinanciën komen verder onder druk
Naast de ontwikkeling van de economie kijkt het CPB naar de financiële positie van de overheid. Ook daar zijn de vooruitzichten minder ruim. Hogere uitgaven aan onder meer defensie, zorg en sociale zekerheid zorgen ervoor dat het begrotingstekort verder oploopt.
Het EMU-saldo verslechtert volgens de raming van 1,6 procent van het bbp in 2025 naar 1,9 procent in 2027. Op langere termijn neemt de druk op de overheidsfinanciën verder toe. Het CPB wijst daarbij onder meer op oplopende uitgaven voor defensie en klimaat, terwijl de structurele ruimte aan de inkomstenkant beperkter is.
Daarmee ontstaat voor het kabinet een lastige combinatie. Aan de ene kant zijn extra investeringen nodig in onder meer defensie, energie, infrastructuur en de economie. Aan de andere kant moeten de overheidsfinanciën op langere termijn houdbaar blijven.
Energiecrisis kan economische groei verder afremmen
De grootste onzekerheid zit momenteel in de ontwikkeling van de energieprijzen en de internationale geopolitieke situatie. Het CPB heeft daarom naast de basisraming verschillende scenario’s doorgerekend waarin energieprijzen langer of sterker stijgen.
In een scenario waarin de hogere energieprijzen tijdelijk zijn, zou de economische groei in 2026 uitkomen op ongeveer 1,0 procent en in 2027 op 0,8 procent. Bij een scenario met langdurig hogere energieprijzen daalt de groei volgens de berekeningen naar 0,3 procent in 2026 en komt deze in 2027 uit op nul procent.
Dat verschil maakt duidelijk hoe gevoelig de Nederlandse economie is voor een langdurige energieprijsschok. Hogere kosten drukken de koopkracht van huishoudens en verhogen de productiekosten van bedrijven. Tegelijkertijd kunnen onzekerheid en lagere winstmarges ervoor zorgen dat ondernemingen investeringen uitstellen.
Vooral energie-intensieve sectoren kunnen daardoor relatief hard worden geraakt. Maar ook transportbedrijven, de industrie en ondernemingen die veel afhankelijk zijn van internationale handelsstromen kunnen de gevolgen merken.
Geen automatische terugkeer naar coronasteun
Het CPB waarschuwt tegelijkertijd tegen een automatische reactie waarbij hogere energieprijzen direct leiden tot nieuwe brede steunmaatregelen vanuit de overheid. Volgens het planbureau moeten beleidsmakers rekening houden met de structurele gevolgen van hun keuzes en voorkomen dat tijdelijke problemen leiden tot langdurige lasten voor de overheidsfinanciën.
CPB-directeur Pieter Hasekamp benadrukte bij de presentatie van de raming dat hogere energieprijzen huishoudens en bedrijven raken, maar dat prijsstijgingen niet automatisch betekenen dat opnieuw grootschalige overheidssteun nodig is. Volgens het CPB blijft het belangrijk om juist te investeren in de structurele kracht van de Nederlandse economie, waaronder productiviteit, duurzaamheid en gezonde overheidsfinanciën.
Nederlandse economie staat voor lastige combinatie
De nieuwe CPB-raming schetst daarmee geen beeld van een Nederlandse economie die tot stilstand komt. De groei blijft overeind en de uitgangspositie van Nederland is volgens het planbureau relatief solide. Tegelijkertijd is duidelijk dat de ruimte voor tegenvallers kleiner wordt wanneer energieprijzen langere tijd hoog blijven.
Voor huishoudens betekent dat voorlopig een beperkte verbetering van de koopkracht, terwijl bedrijven rekening moeten houden met hogere kosten en onzekerheid over de internationale economie. Voor de overheid komt daar de uitdaging bij om stijgende uitgaven te combineren met houdbare overheidsfinanciën.
De economische groei van Nederland lijkt daarmee de komende jaren vooral gematigd door te gaan. De vraag is niet zozeer óf de economie groeit, maar hoeveel ruimte er overblijft wanneer hogere energieprijzen, geopolitieke onzekerheid en toenemende overheidsuitgaven tegelijk op de Nederlandse economie drukken.
Heeft u een foutje gezien of beschikt u over aanvullende informatie? Neem dan contact met ons op.
Weergaven: 2






