Inflatie stijgt in juli naar 3,2 procent

Algemeen

Motorbrandstoffen en energie drijven prijzen verder op

De inflatie in Nederland is in juli verder opgelopen. Consumentengoederen en -diensten waren volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) 3,2 procent duurder dan in dezelfde maand vorig jaar. In juni bedroeg de inflatie nog 2,9 procent.

De cijfers zijn afkomstig van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Het definitieve inflatiecijfer valt daarmee iets hoger uit dan de snelle raming van het CBS van eind juli, toen een stijging van 3,1 procent werd gemeld. De snelle raming wordt berekend op basis van nog niet alle beschikbare brongegevens.

Brandstofprijzen lopen sterk op

Vooral de ontwikkeling van de prijzen van motorbrandstoffen en energie heeft bijgedragen aan de hogere inflatie. Motorbrandstoffen waren in juli 22,0 procent duurder dan een jaar eerder, terwijl de prijsstijging in juni nog 17,3 procent bedroeg. Daarmee zijn brandstoffen een belangrijke factor achter de oplopende inflatie.

Ook energie werd duurder. Gas, elektriciteit en stadsverwarming waren in juli gemiddeld 1,1 procent duurder dan een jaar eerder, terwijl energie in juni nog 1,8 procent goedkoper was dan een jaar daarvoor. De omslag in de energieprijzen werkt daardoor direct door in het totale inflatiecijfer.

Prijzen stijgen ook binnen een maand

De prijsstijging is niet alleen zichtbaar in vergelijking met vorig jaar. Volgens het CBS lagen de prijzen van consumentengoederen en -diensten in juli gemiddeld 1,6 procent hoger dan in juni. Daarmee was juli ook op maandbasis een maand waarin consumenten gemiddeld meer betaalden.

Het inflatiecijfer wordt door het CBS berekend aan de hand van de consumentenprijsindex (CPI). Daarbij wordt gekeken naar de ontwikkeling van de prijzen van goederen en diensten die huishoudens aanschaffen en wordt de prijsontwikkeling vergeleken met dezelfde maand een jaar eerder.

Wonen blijft zwaar meewegen

Ook de kosten van huisvesting spelen een belangrijke rol in het inflatiecijfer. De woninghuren lagen in juli gemiddeld 4,4 procent hoger dan in dezelfde maand van 2025. Voor eigenaar-bewoners wordt binnen de CPI met een toegerekende huurwaarde gewerkt; die lag volgens voorlopige cijfers 4,3 procent hoger.

Huisvesting heeft daardoor een relatief groot gewicht binnen de consumentenprijsindex. In 2026 bedraagt het gezamenlijke gewicht van woninghuur en de toegerekende huur voor eigen woningen ruim 18,5 procent van de CPI. De ontwikkeling van woonlasten kan daarmee een aanzienlijk effect hebben op het algemene inflatiecijfer.

Nederlandse inflatie hoger dan eurozone

De inflatie in Nederland ligt daarmee opnieuw relatief hoog. Volgens het CBS steeg ook de inflatie in de eurozone in juli, maar minder sterk dan in Nederland. De Nederlandse prijsontwikkeling wordt onder meer beïnvloed door de specifieke ontwikkeling van energie, brandstoffen en andere uitgaven binnen de Nederlandse consumentenmarkt.

Met de stijging naar 3,2 procent ligt de inflatie in juli duidelijk boven het niveau van juni. Of de hogere inflatie de komende maanden doorzet, hangt onder meer af van de verdere ontwikkeling van energie- en brandstofprijzen en van andere consumentenprijzen.

Heeft u een foutje gezien of beschikt u over aanvullende informatie? Neem dan contact met ons op.

Weergaven: 9