Zes jaar na het uitbreken van de coronacrisis staat de horeca nog altijd overeind, maar de sector is veranderd. In Gelderland zijn duizenden horecavestigingen actief, terwijl ondernemers te maken hebben met hogere kosten, resterende coronaschulden en een consument die minder vaak buiten de deur eet. Tegelijkertijd stijgt de omzet. Achter die combinatie van cijfers zit een sector waarin hogere prijzen een belangrijke rol spelen.
Gelderland telt 9.185 horecavestigingen
Op 1 januari 2026 telde Gelderland 9.185 horecavestigingen. Dat blijkt uit de meest recente cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek. De categorie horeca omvat onder meer eet- en drinkgelegenheden en logiesverstrekkers. De cijfers voor 2025 en 2026 zijn voorlopig. Het CBS definieert een vestiging als een afzonderlijk gelegen ruimte, terrein of complex dat door een bedrijf wordt gebruikt voor de uitoefening van activiteiten.
Landelijk stonden op 1 januari 2026 50.320 horecabedrijven ingeschreven bij de Kamer van Koophandel. Dat aantal ligt dicht bij het niveau van de afgelopen jaren. In 2022 waren het er 49.846, in 2024 50.157 en in 2025 50.221. De KVK constateert tegelijkertijd dat horecaondernemers te maken hebben met hogere kosten voor energie, personeel en materialen en met problemen bij het vinden van personeel.
Het aantal horecavestigingen vertelt niet hoeveel ondernemers sinds corona zijn verdwenen. Een onderneming kan stoppen terwijl op dezelfde locatie een nieuw bedrijf begint. Voor het beoordelen van de ontwikkeling van de sector moeten daarom vestigingen, oprichtingen, opheffingen en faillissementen afzonderlijk worden bekeken.
Minder faillissementen, maar horeca blijft kwetsbaar
De horeca heeft in 2026 nog altijd een relatief hoge faillissementsgraad. In augustus werden per 100.000 horecabedrijven 21 faillissementen uitgesproken. In augustus 2025 waren dat er 30,8 per 100.000. De faillissementsgraad lag daarmee lager dan een jaar eerder, maar was volgens het CBS wel de hoogste van de onderscheiden bedrijfstakken.
Voor Gelderland registreerde het CBS in augustus 2026 27 faillissementen van bedrijven en instellingen. Dat cijfer heeft betrekking op alle bedrijfstakken en kan daarom niet worden gebruikt als het aantal failliete horecabedrijven in de provincie. Een afzonderlijk openbaar cijfer voor alleen de Gelderse horeca is in deze regionale CBS-reeks niet beschikbaar.
Daarmee is een belangrijk onderscheid zichtbaar. De horeca kent een relatief hoge faillissementsgraad, maar het beschikbare cijfer laat niet zien dat het aantal faillissementen in 2026 hoger ligt dan een jaar eerder. Een conclusie over een faillissementsgolf in de Gelderse horeca kan op basis van deze gegevens dan ook niet worden getrokken.
De coronaschuld is nog niet verdwenen
De financiële gevolgen van de coronacrisis zijn voor een deel van de ondernemers nog niet voorbij. De Belastingdienst meldt dat op 19 augustus 2026 ongeveer 79.072 ondernemers nog een betalingsregeling hadden voor de belastingschuld die tijdens het bijzondere uitstel van betaling in de coronacrisis was opgebouwd. Samen stond bij deze groep € 2,3 miljard open. Ongeveer 33 procent had de schuld volledig afgelost. Van de ondernemers met een resterende schuld liep ongeveer 35 procent achter met betalen.
Deze cijfers gelden voor alle ondernemers die onder de betreffende coronaregeling vallen. De Belastingdienst publiceert in deze cijfers geen afzonderlijke uitsplitsing voor de horeca in Gelderland. Het bedrag van € 2,3 miljard kan daarom niet aan de horeca worden toegeschreven.
De betalingsregeling voor deze coronaschulden loopt volgens de Belastingdienst tot oktober 2027. Daarmee bevindt een deel van de ondernemers zich nog altijd in een aflossingsperiode die rechtstreeks voortkomt uit de coronacrisis.
De omzet groeit, maar het aantal bezoeken daalt
De actuele omzetcijfers geven een ander beeld dan de cijfers over het consumentengedrag. De Nederlandse horeca realiseerde in het tweede kwartaal van 2026 2,2 procent meer omzet dan in hetzelfde kwartaal van 2025. Bij eet- en drinkgelegenheden bedroeg de groei 3,5 procent. Restaurants en cafés realiseerden ieder 3,2 procent meer omzet.
Een hogere omzet betekent echter niet automatisch dat er meer klanten komen. De eerste editie van de FSIN FoodPulse laat zien dat Nederlanders in het tweede kwartaal van 2026 3,8 procent minder vaak buiten de deur aten dan een jaar eerder. Tegelijkertijd steeg het gemiddelde bedrag per bezoek met 1,8 procent. De totale bestedingen aan eten en drinken buitenshuis lagen daardoor 2,1 procent lager. In hetzelfde onderzoek gaf 65,5 procent van de consumenten aan eten en drinken buiten de deur te duur te vinden.
De cijfers wijzen daarmee op een duidelijke verandering in het gedrag van consumenten. Een bezoek aan een restaurant of café kost gemiddeld meer, terwijl consumenten minder vaak voor zo’n bezoek kiezen. Het onderzoek stelt vast dat deze ontwikkeling samenvalt met een hogere ervaren prijsdrempel, maar schrijft de dalende bezoekfrequentie niet uitsluitend toe aan prijsstijgingen.
Hogere prijzen dragen de omzetgroei
Ook de analyse van ING laat een verschil zien tussen omzet en volume. Volgens ING daalde het verkoopvolume van restaurants en cafés in de eerste helft van 2026 met 1,6 procent ten opzichte van dezelfde periode in 2025. De omzet nam in dezelfde periode met bijna 3 procent toe. Volgens ING werd die omzetgroei volledig veroorzaakt door hogere prijzen.
ING meldt daarnaast dat de prijzen in de Nederlandse horeca eind 2025 gemiddeld ongeveer een kwart hoger lagen dan in 2022. Voor 2026 verwachtte de bank een gemiddelde prijsstijging van ongeveer 5 procent. Daarbij spelen volgens ING onder meer hogere arbeids-, huur- en inkoopkosten een rol.
De ontwikkeling heeft een directe consequentie voor de manier waarop de omzetcijfers moeten worden gelezen. Wanneer prijzen stijgen, kan de omzet toenemen zonder dat een horecabedrijf meer maaltijden, drankjes of overnachtingen verkoopt. Omzet is daarom geen maatstaf voor de winstgevendheid van een onderneming.
De Gelderse horeca staat er anders voor dan vóór corona
De beschikbare cijfers laten geen beeld zien van een sector die na corona simpelweg terugkeert naar de oude situatie. Gelderland telt 9.185 horecavestigingen en landelijk blijft het aantal horecabedrijven ongeveer stabiel. Tegelijkertijd ligt de faillissementsgraad in de horeca relatief hoog en blijven duizenden ondernemers in Nederland bezig met het aflossen van coronaschulden.
Daar komt een veranderend consumentengedrag bij. Nederlanders besteden per horecabezoek meer, maar gaan minder vaak. De omzetgroei van de sector wordt daardoor voor een belangrijk deel gedragen door hogere prijzen, terwijl het verkoopvolume onder druk staat.
Voor de Gelderse horeca betekent dit dat het herstel na corona niet met één cijfer kan worden beschreven. Het aantal vestigingen, de omzet, het aantal faillissementen, de schuldenlast en het consumentengedrag laten verschillende ontwikkelingen zien. De sector is groter dan tijdens de coronacrisis, maar de financiële en economische omstandigheden waaronder horecabedrijven moeten opereren zijn veranderd.
Heeft u een foutje gezien of beschikt u over aanvullende informatie? Neem dan contact met ons op.
Weergaven: 16





