Pontjes die Gelderland verbinden: waarom 49 veerponten onmisbaar blijven

Algemeen

In de zomer trekken duizenden fietsers, wandelaars, forenzen en toeristen naar de Gelderse rivieren. Sommigen stappen zonder erbij na te denken aan boord van een veerpont. Toch vormen juist die pontjes een onmisbare schakel in het landschap én in de bereikbaarheid van de provincie. Achter iedere overtocht gaat een verhaal schuil van eeuwenoude verbindingen, veranderende mobiliteit en een voortdurende strijd om financieel het hoofd boven water te houden.

Waar de rivier geen barrière is

Geen enkele provincie wordt zo sterk gevormd door rivieren als Gelderland. De Rijn splitst zich bij Pannerden in de Waal en het Pannerdensch Kanaal, waarna de Neder-Rijn overgaat in de Lek. Daar komen de IJssel en de Maas nog bij. Eeuwenlang waren bruggen schaars en vormden veren de enige manier om dorpen, steden en handelsroutes met elkaar te verbinden.

Hoewel het Nederlandse wegennet tegenwoordig wordt gedomineerd door bruggen en tunnels, zijn de veerponten allesbehalve een relikwie uit het verleden. Volgens een inventarisatie van de provincie varen in Gelderland nog altijd 49 veerponten. Daarmee beschikt de provincie over het grootste netwerk van rivierveren van Nederland. De vloot bestaat uit autoveren, fiets- en voetveren, gierponten en zelfs enkele zelfbedieningspontjes.

Meer dan een toeristische attractie

Wie denkt dat pontjes vooral een zomerse attractie zijn voor recreanten, onderschat hun maatschappelijke betekenis. Jaarlijks maken naar schatting ongeveer tien miljoen reizigers gebruik van de Gelderse veren. Onder hen bevinden zich scholieren, forenzen, hulpdiensten, ondernemers, landbouwverkeer, fietsers en wandelaars. Vooral in gebieden waar de dichtstbijzijnde brug tientallen kilometers verderop ligt, besparen de ponten veel reistijd.

Dat geldt bijvoorbeeld voor bekende verbindingen als Wageningen–Opheusden, Renkum–Heteren, Brakel–Herwijnen, Dieren–Olburgen en Doornenburg–Pannerden. Daar vormen de ponten een dagelijks onderdeel van het woon-werkverkeer, terwijl ze tegelijkertijd een belangrijke toeristische functie vervullen voor routes als het Rijnfietsnetwerk, de Maasroute en diverse langeafstandswandelingen.

De charme van langzaam reizen

Juist omdat Nederland steeds sneller lijkt te worden, oefenen pontjes een bijzondere aantrekkingskracht uit. Waar automobilisten op de snelweg nauwelijks merken dat zij een rivier oversteken, ervaren passagiers op een pont de overgang letterlijk. Even wachten aan de oever, de motor die aanslaat, het water dat onder de boot door stroomt en het uitzicht op uiterwaarden, dijken en rivierlandschap zorgen voor een korte onderbreking van de dagelijkse haast.

Voor veel recreanten hoort een ponttocht inmiddels net zo goed bij een fietstocht als een terras of een ijsje onderweg. Vooral in de zomermaanden draaien veel exploitanten dan ook op volle capaciteit.

Financiële zorgen achter het romantische beeld

Toch kent de idyllische aanblik een minder romantische achterkant. Het exploiteren van een veerpont is duur. Brandstofprijzen, onderhoud, personeel, verzekeringen en strengere veiligheidseisen zorgen ervoor dat steeds meer exploitanten moeite hebben om de begroting sluitend te krijgen. Daarbij komt dat veel ponten relatief weinig auto’s vervoeren en grotendeels afhankelijk zijn van fietsers en voetgangers.

Al jaren waarschuwen exploitanten dat zonder financiële ondersteuning verschillende verbindingen zouden verdwijnen. De provincie Gelderland besloot daarom in 2024 gemeenten structureel te ondersteunen bij exploitatietekorten van grotere veerdiensten. Veren met een jaarlijks tekort van meer dan 50.000 euro kunnen via hun gemeente aanspraak maken op provinciale subsidie, met een gezamenlijk budget van maximaal een half miljoen euro per jaar.

Die steun komt niet uit luxe. Uit onderzoek bleek dat juist de grotere autoveren een cruciale rol spelen voor de bereikbaarheid van complete regio’s, terwijl hun exploitatie vaak verliesgevend is.

Op weg naar duurzamer varen

Naast financiële uitdagingen staat de sector ook voor een verduurzamingsopgave. Waar vroeger vrijwel alle ponten op diesel voeren, verschijnen steeds vaker elektrische of hybride varianten. De provincie stimuleert die omslag met subsidieregelingen voor de aanschaf van nieuwe, duurzame veren en voor het ombouwen van bestaande ponten naar elektrische aandrijving. Daarmee moet niet alleen de uitstoot omlaag, maar worden exploitanten op termijn ook minder afhankelijk van schommelende brandstofprijzen.

Een varend stuk Gelderse identiteit

Misschien is dat wel de grootste waarde van de Gelderse pontjes: ze verbinden niet alleen twee oevers, maar ook verleden en toekomst. Waar ooit schippers met roeiboten reizigers naar de overkant brachten, varen nu moderne veerponten die dagelijks duizenden mensen veilig over de rivier zetten.

In een provincie die letterlijk door water wordt doorsneden, zijn de pontjes veel meer dan een toeristische curiositeit. Ze houden dorpen bereikbaar, ondersteunen recreatie en vormen een herkenbaar onderdeel van het Gelderse landschap. Juist omdat bruggen en tunnels steeds vanzelfsprekender lijken, valt pas op hoe bijzonder een veerpont eigenlijk is wanneer hij er niet meer vaart.

Zolang de rivieren door Gelderland stromen, zullen de pontjes waarschijnlijk blijven doen waarvoor ze al eeuwen bedoeld zijn: mensen met elkaar verbinden.

Heeft u een foutje gezien of beschikt u over aanvullende informatie? Neem dan contact met ons op.

Weergaven: 138