Toen econoom en geograaf Gert-Jan Hospers in 2017 zijn rapport De kracht van de Gelderse maakindustrie presenteerde, beschreef hij een provincie vol “verborgen kampioenen”: bedrijven die nauwelijks bekend zijn bij het grote publiek, maar wereldwijd een leidende positie innemen in hun niche. Negen jaar later blijkt zijn analyse opvallend actueel. Sterker nog: veel van de uitdagingen die hij toen signaleerde, zijn inmiddels bepalend voor de toekomst van de Gelderse economie geworden.
Van eiersorteermachines uit Barneveld en industriële bakkerijsystemen uit Terborg tot gespecialiseerde metaalbewerking in de Achterhoek en watertechnologie uit Doetinchem: overal in Gelderland bevinden zich bedrijven die internationaal concurreren, exporteren en innoveren. Ze vormen samen de stille economische motor van de provincie.
Een provincie die meer maakt dan veel mensen denken
Nederland wordt vaak gezien als een diensteneconomie, maar Gelderland behoort nog altijd tot de belangrijkste industriële regio’s van het land. In zijn rapport becijfert Hospers dat de provincie bijna 8.000 industriële bedrijven telt, goed voor ongeveer 100.000 banen en 13 procent van het regionale bruto binnenlands product. De industrie vertegenwoordigt daarmee een aanzienlijk deel van de Gelderse economie.
Maar het belang van de sector reikt verder dan de fabrieksmuren. Productiebedrijven zorgen voor opdrachten bij logistieke dienstverleners, ingenieursbureaus, softwarebedrijven en technische opleiders. Bovendien ontstaan veel innovaties juist in de maakindustrie, waarna ze hun weg vinden naar andere sectoren.
Waar de aandacht in het verleden vaak uitging naar grote multinationals, laat Gelderland zien dat economische kracht ook schuilt in gespecialiseerde familiebedrijven die vaak al generaties lang in dezelfde regio gevestigd zijn.
De verborgen kampioenen
Een centraal begrip in het rapport van Hospers is dat van de “verborgen kampioen”. Het zijn bedrijven die wereldwijd actief zijn in een zeer specifieke markt, maar buiten hun vakgebied nauwelijks bekendheid genieten. Ze produceren geen consumentenmerken, maar hoogwaardige onderdelen, machines of complete systemen die elders in de wereld worden gebruikt.
Hun succes berust op een combinatie van specialisatie, innovatie en langetermijndenken . Ze investeren niet voor het volgende kwartaal, maar voor de volgende generatie. Juist daardoor blijken veel van deze ondernemingen opmerkelijk veerkrachtig.
Veel van de bedrijven die Hospers in 2017 noemt, zijn in 2026 nog steeds actief en vaak verder gegroeid. Namen als 247TailorSteel, Kaak, Kinkelder, Nedap, Bronkhorst High-Tech, Nooteboom Trailers en Gazelle behoren nog altijd tot de toonaangevende spelers binnen hun marktsegment. Sommige zijn inmiddels uitgegroeid tot internationale referenties op het gebied van digitalisering en geavanceerde productie.
Produceren met een missie
Volgens Hospers onderscheidt de Gelderse maakindustrie zich doordat veel bedrijven niet uitsluitend gericht zijn op economische groei. Ze leveren tegelijkertijd oplossingen voor maatschappelijke vraagstukken rond voedselvoorziening, gezondheid, energie, duurzaamheid en waterbeheer.
Dat profiel sluit goed aan bij de kennisclusters waar Gelderland rijk aan is . Rond Wageningen bevindt zich een internationaal erkend ecosysteem voor voedselinnovatie. In Arnhem-Nijmegen ligt de nadruk op energie en gezondheid, terwijl de Achterhoek zich ontwikkelde tot een sterke regio voor hightech maakindustrie en slimme productietechnologie.
Juist deze combinatie van ondernemerschap en maatschappelijke relevantie maakt de Gelderse industrie bijzonder. Veel bedrijven werken niet alleen aan efficiëntere productie, maar ook aan circulaire materialen, energiebesparing en duurzamere productieketens.
Van Smart Industry naar Industry 5.0
Een van de belangrijkste thema’s in het rapport uit 2017 is de opkomst van Smart Industry: de digitalisering van productieprocessen met behulp van robots, sensoren, data en slimme software. Hospers beschreef dit destijds als de vierde industriële revolutie.
In 2026 is die revolutie grotendeels werkelijkheid geworden.
Waar bedrijven negen jaar geleden nog experimenteerden met robotisering en automatisering, zijn digitale productielijnen tegenwoordig gemeengoed. Kunstmatige intelligentie, voorspellend onderhoud, geavanceerde data-analyse en digitale tweelingen spelen een steeds grotere rol in moderne fabrieken.
De discussie is inmiddels verschoven van Industry 4.0 naar Industry 5.0. Niet alleen efficiëntie staat centraal, maar ook samenwerking tussen mens en technologie, duurzaamheid, veerkracht en strategische autonomie. De vraag is niet langer hoe slim een fabriek kan worden, maar hoe flexibel, veilig en toekomstbestendig zij is.
Een voorspelling die uitkwam: personeel als grootste uitdaging
Van alle onderwerpen die Hospers in 2017 benoemde, blijkt het tekort aan technisch personeel misschien wel het meest profetisch. Destijds waarschuwde hij al dat bedrijven steeds meer moeite hadden om gekwalificeerde technici te vinden.
In 2026 geldt dat tekort als een van de grootste remmende factoren voor verdere groei.
Bedrijven zoeken operators, engineers, softwareontwikkelaars, monteurs en technisch specialisten, maar de vijver waaruit zij kunnen vissen wordt steeds kleiner. Vergrijzing, pensionering van ervaren vakmensen en een blijvend tekort aan technische instroom zorgen ervoor dat veel ondernemingen meer werk hebben dan zij kunnen uitvoeren.
Daardoor wordt digitalisering niet alleen gezien als een innovatievraagstuk, maar ook als een oplossing voor arbeidsmarktkrapte. Robots vervangen niet de mens, maar vullen het tekort aan mensen gedeeltelijk op.
Nieuwe uitdagingen die in 2017 nog niet zichtbaar waren
Opvallend is dat enkele van de grootste thema’s van 2026 nauwelijks voorkomen in het oorspronkelijke rapport. Dat is begrijpelijk, want de wereld zag er toen fundamenteel anders uit.
Sindsdien kregen bedrijven te maken met de coronapandemie, verstoringen van internationale toeleveringsketens, de oorlog in Oekraïne, stijgende energieprijzen en toenemende geopolitieke spanningen. Daardoor zijn leveringszekerheid, Europese productiecapaciteit en strategische onafhankelijkheid veel belangrijker geworden.
Ook cyberveiligheid heeft een veel grotere plaats gekregen. Hospers noemt cybercriminaliteit al als een opkomend risico, maar inmiddels behoort digitale veiligheid tot de kernverantwoordelijkheden van directies en bestuurders. Productiebedrijven zijn meer verbonden dan ooit, maar daardoor ook kwetsbaarder voor digitale aanvallen.
Samenwerking als sleutel
De belangrijkste conclusie van Hospers blijft echter onverminderd relevant: de toekomst van de Gelderse maakindustrie hangt af van samenwerking. Bedrijven, onderwijsinstellingen en overheden zullen elkaar nodig hebben om personeel op te leiden, innovatie te versnellen en nieuwe markten te ontwikkelen.
Dat gebeurt inmiddels op veel plekken in de provincie. Bedrijfsscholen, fieldlabs, regionale innovatiehubs en samenwerkingsverbanden tussen onderwijs en bedrijfsleven vormen de basis voor verdere groei. De maakindustrie wordt daardoor niet alleen slimmer, maar ook beter verbonden.
Conclusie
Wie het rapport van Gert-Jan Hospers vandaag leest, ontdekt geen historisch document, maar een analyse die verrassend veel van haar actualiteit heeft behouden. De verborgen kampioenen bestaan nog steeds. De behoefte aan innovatie is groter dan ooit. En de strijd om technisch talent bepaalt in belangrijke mate de economische toekomst van de provincie.
Gelderland is daarmee veel meer dan een groene provincie met een sterke landbouwtraditie. Achter de fabriekspoorten bevindt zich een wereld van gespecialiseerde productiebedrijven die internationaal concurreren, technologische vernieuwing aanjagen en oplossingen ontwikkelen voor maatschappelijke uitdagingen.
De grootste verdienste van Hospers is misschien wel dat hij deze stille kracht al vroeg herkende. Wat hij in 2017 beschreef als de kracht van de Gelderse maakindustrie, blijkt in 2026 nog altijd een van de belangrijkste economische troeven van de provincie te zijn.
Bron: Gert-Jan Hospers, De kracht van de Gelderse maakindustrie (Provincie Gelderland, 2017).
Heeft u een foutje gezien of beschikt u over aanvullende informatie? Neem dan contact met ons op.






