Inflatie loopt weer op: wat betekent 3,5 procent prijsstijging voor Nederlandse huishoudens?

Landelijk

De inflatie in Nederland is in mei uitgekomen op 3,5 procent. Daarmee is het dagelijks leven opnieuw duurder geworden dan een jaar eerder. Het cijfer markeert een duidelijke stijging ten opzichte van april, toen de inflatie nog 2,8 procent bedroeg. Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) gaat het om de ontwikkeling van de consumentenprijzen ten opzichte van dezelfde maand een jaar eerder.

Hoewel een inflatiecijfer van 3,5 procent aanzienlijk lager ligt dan de pieken die Nederland in 2022 kende, laat de stijging zien dat de prijsdruk in de economie nog niet verdwenen is. Voor consumenten betekent dit dat veel producten en diensten gemiddeld duurder zijn geworden, ook al verschilt de impact sterk per huishouden.

Een opvallende versnelling

De stijging van 2,8 naar 3,5 procent in één maand tijd valt op. Inflatie beweegt normaal gesproken geleidelijk, waardoor een sprong van 0,7 procentpunt vragen oproept over de onderliggende oorzaken. Het CBS meldt dat de consumentenprijzen in mei bovendien 0,1 procent hoger lagen dan in april.

Volgens analyses die volgden op de CBS-cijfers lijken vooral hogere energieprijzen een belangrijke rol te spelen. Ook uitgaven die Nederlanders in het buitenland doen, zoals vakanties en reizen, werden duurder. Daarnaast bleven diensten relatief sterk in prijs stijgen.

Dat laatste is economisch relevant. Waar energieprijzen vaak schommelen door internationale ontwikkelingen, wijst een aanhoudende stijging van dienstenprijzen vaker op binnenlandse factoren zoals loonkosten, huurprijzen en een sterke vraag naar diensten.

Waarom inflatie niet voor iedereen hetzelfde voelt

Het inflatiecijfer van 3,5 procent is een gemiddelde. In de praktijk ervaren huishoudens prijsstijgingen verschillend. Een gezin dat veel uitgeeft aan energie, vervoer of vakanties merkt mogelijk meer van de inflatie dan iemand met een ander bestedingspatroon.

De consumentenprijsindex (CPI), waarmee het CBS de inflatie berekent, is gebaseerd op een breed pakket van goederen en diensten dat representatief moet zijn voor de gemiddelde Nederlandse consument. Daarin zitten onder meer boodschappen, kleding, brandstof, huur, verzekeringen en recreatieve uitgaven.

Daardoor kan de persoonlijke inflatie van individuele huishoudens aanzienlijk afwijken van het landelijke gemiddelde.

Inflatie lager dan tijdens de crisisjaren, maar nog boven de norm

Hoewel 3,5 procent relatief gematigd lijkt vergeleken met de dubbele cijfers van enkele jaren geleden, ligt het niveau nog steeds boven de inflatiedoelstelling van ongeveer 2 procent die de Europese Centrale Bank nastreeft. Economen beschouwen die grens doorgaans als een gezond evenwicht tussen prijsstabiliteit en economische groei.

De recente stijging onderstreept dat de inflatie in Nederland hardnekkiger blijft dan veel beleidsmakers hadden gehoopt. Vooral stijgende energieprijzen en binnenlandse kostenfactoren lijken daarbij een rol te spelen.

Wat betekent dit voor de komende maanden?

Het CBS wijst erop dat het gepubliceerde cijfer aanvankelijk een snelle raming betrof, gebaseerd op nog niet volledig beschikbare gegevens. Inmiddels zijn de reguliere mei-cijfers gepubliceerd, maar de komende maanden zullen moeten uitwijzen of de stijging een tijdelijke uitschieter is of het begin van een nieuwe periode van oplopende inflatie.

Voor huishoudens blijft vooral de koopkrachtontwikkeling van belang. Als lonen minder snel stijgen dan de prijzen, neemt de koopkracht af. Stijgen lonen juist harder dan de inflatie, dan kunnen huishoudens de hogere prijzen beter opvangen. De ontwikkeling van energieprijzen, lonen en internationale economische omstandigheden zal daarom de komende maanden nauwlettend worden gevolgd door beleidsmakers, werkgevers en consumenten.

Heeft u een foutje gezien of beschikt u over aanvullende informatie? Neem dan contact met ons op.