In een tijd waarin de autobranche onder druk staat door elektrificatie, personeelstekorten en strengere regelgeving, probeert het Doetinchemse familiebedrijf AutoFirst Fredriks vooral nuchter te blijven. Geen grootse toekomstvisies of spectaculaire uitspraken, maar een ondernemer die dagelijks merkt hoe snel de sector verandert, en tegelijk hoeveel hetzelfde blijft.
Tijdens een gesprek op Eerste Pinksterdag vertelt eigenaar Gaby Fredriks openhartig over tweeëntwintig jaar ondernemerschap in de Achterhoek. Zijn verhaal schetst niet alleen een beeld van één autobedrijf, maar van een complete sector die langzaam kantelt.
“Het personeel is echt een ding,” zegt hij vrijwel direct wanneer hem wordt gevraagd wat ondernemen moeilijker heeft gemaakt dan tien jaar geleden. “Om goed personeel te krijgen én te houden. Iedereen loopt aan elkaar te trekken.”
Die opmerking raakt een van de grootste problemen binnen de Nederlandse autobranche. Vooral universele garages kampen al jaren met een tekort aan technisch personeel. Elektrische voertuigen, softwarediagnoses en steeds complexere auto-elektronica vragen bovendien om andere kennis dan vroeger. Dat merkt ook Fredriks dagelijks in zijn bedrijf.
Toch ligt de grootste druk volgens hem niet direct bij concurrentie. “Concurrentie valt eigenlijk wel mee,” zegt hij. “Ik heb daar niet veel last van.” De echte uitdaging zit volgens hem vooral in mensen, kennis en organisatie.
Een garage die meer doet dan alleen repareren
AutoFirst Fredriks profileert zich nadrukkelijk als universeel autobedrijf. Naast onderhoud verkoopt het bedrijf occasions en richt het zich sterk op zakelijke klanten. Vooral taxi’s, rouwvervoer en business-to-business-verkeer vormen een belangrijk deel van de werkzaamheden.
“Dat is denk ik wel het grootste deel van ons bedrijf,” vertelt Fredriks over die zakelijke markt.
Die focus op zakelijke mobiliteit sluit aan bij een bredere ontwikkeling in de sector. Veel kleinere garages zoeken tegenwoordig stabiliteit in vaste zakelijke klanten, omdat particuliere autobezitters minder trouw zijn geworden en vaker prijsvergelijkingen maken via internet.
Fredriks ziet bovendien dat het traditionele idee van autobezit langzaam verandert. “Mensen zullen auto’s gaan huren, lenen en leasen,” zegt hij. “Niet echt meer bij eigendom.”
Dat sluit aan bij landelijke trends waarin private lease, deelmobiliteit en abonnementsvormen groeien. Ook binnen zijn eigen bedrijf merkt hij die verschuiving. “Het financial lease-gebeuren is wel gestegen, absoluut.”
Elektrisch rijden groeit, maar zonder explosie
Hoewel elektrisch rijden politiek en maatschappelijk veel aandacht krijgt, merkt Fredriks in de dagelijkse praktijk nog geen revolutionaire omslag. “We verkopen wel redelijk wat elektrisch,” zegt hij, “maar het is niet zo dat het ineens boom in business is.”
Dat genuanceerde beeld wijkt af van de soms spectaculaire verwachtingen rondom elektrisch rijden. Volgens Fredriks groeit de markt wel degelijk, maar vooral geleidelijk. Hij verwacht dat vooral de occasionmarkt voor elektrische voertuigen de komende jaren groter wordt.
“De overheid wil gewoon elektrificatie,” zegt hij. “Dat zie je nu al in de binnensteden. Als je een bedrijf bent, dan moet je met een elektrisch voertuig de stad in.”
Daarmee verwijst hij naar de opkomst van zero-emissiezones in Nederlandse steden, die ondernemers steeds vaker richting elektrisch vervoer duwen. Voor universele garages betekent dat ook een nieuwe realiteit: elektrische auto’s hebben minder traditioneel onderhoud nodig, waardoor het verdienmodel verandert.
“Ik denk dat we natuurlijk van fossiele brandstoffen afgaan,” zegt Fredriks over de toekomst. “Het wordt elektrisch, toch een stukje minder onderhoud. Het verdienmodel gaat anders worden.”
Software wordt belangrijker dan de brug
Misschien wel de opvallendste uitspraak uit het gesprek gaat niet over auto’s, maar over software. Op de vraag welke investering de afgelopen jaren het meeste verschil heeft gemaakt, hoeft Fredriks niet lang na te denken: “Software. Absoluut.”
Daarmee bedoelt hij niet alleen software in moderne voertuigen, maar vooral de digitalisering van zijn eigen bedrijfsvoering. “Boekhoudkundig, data van onderhoudsgegevens, dat soort dingen.”
Waar garages vroeger draaiden op technische kennis en sleutelervaring, verschuift een deel van het werk steeds meer richting data, planning en digitale klantrelaties. Onderhoudshistorie, foutcodes, leaseadministratie en online communicatie spelen een steeds grotere rol.
Fredriks verwacht dat die ontwikkeling alleen maar sterker wordt richting 2035. “Meer datasoftware,” zegt hij. “Dat zal echt een groot deel gaan worden.”
Achterhoekse nuchterheid in een veranderende markt
Opvallend is dat Fredriks weinig doemscenario’s schetst. Zelfs de opkomst van Chinese automerken ziet hij niet als bedreiging. “Ik zie het als een kans,” zegt hij. “Gezonde concurrentie.”
Ook over ondernemersnetwerken in de regio blijft hij nuchter. Volgens hem houden veel ondernemers in de Achterhoek “hun boekje dicht bij zichzelf” en wordt er relatief weinig collectief samengewerkt.
Het typeert misschien ook de cultuur van veel familiebedrijven in Oost-Nederland: pragmatisch, voorzichtig en gericht op continuïteit in plaats van snelle groei.
En juist dat lijkt voorlopig de kracht van bedrijven als AutoFirst Fredriks. Terwijl de automotive wereld verandert door elektrificatie, software en nieuwe vormen van mobiliteit, probeert het bedrijf vooral mee te bewegen zonder zijn eigen karakter te verliezen.


Heeft u een foutje gezien of beschikt u over aanvullende informatie? Neem dan contact met ons op.



