Franse staatsschuld roept herinneringen op aan Griekse schuldencrisis

Franse staatsschuld roept herinneringen op aan Griekse schuldencrisis: welke druk kan Europa uitoefenen?

Buitenland

De oplopende Franse staatsschuld zet de Europese begrotingsregels opnieuw in de schijnwerpers. De financiële markten kijken kritisch naar de mogelijkheden van de Franse regering om het begrotingstekort terug te dringen, terwijl politieke verdeeldheid het vaststellen van maatregelen bemoeilijkt. De situatie roept herinneringen op aan de Griekse schuldencrisis, toen Europese landen financiële steun afhankelijk maakten van ingrijpende hervormingen. Maar kan de Europese Unie Frankrijk op dezelfde manier aanpakken en wat heeft de Griekse aanpak uiteindelijk opgeleverd?

Franse staatsschuld onder druk door aanhoudend begrotingstekort

Frankrijk kampt met een structureel begrotingstekort en een stijgende overheidsschuld. Volgens de economische najaarsraming van de Europese Commissie bedroeg het begrotingstekort in 2025 naar verwachting 5,1 procent van het bruto binnenlands product (bbp). De overheidsschuld kwam dat jaar uit op ongeveer 115,6 procent van het bbp. Voor 2026 verwachtte de Commissie opnieuw een tekort van 5,1 procent, met een verdere stijging van de schuld.

De financiële markten volgen de ontwikkelingen nauwlettend. Op 19 oktober 2026 liep het rendement op Franse tienjarige staatsleningen volgens Reuters op tot ongeveer 4,9 procent, tegen de achtergrond van politieke onzekerheid en zorgen over de begroting. Een hoger rendement betekent dat de Franse staat bij nieuwe leningen duurder uit kan zijn. De gevolgen voor de totale rentelasten ontstaan geleidelijk, omdat bestaande leningen niet allemaal tegelijk aflopen.

Een hoge staatsschuld betekent niet automatisch dat een land zijn betalingsverplichtingen niet kan nakomen. De looptijd van leningen, economische groei, belastinginkomsten en het vertrouwen van beleggers spelen eveneens een rol. Wel wordt het lastiger om de schuld te stabiliseren wanneer de overheid structureel meer uitgeeft dan zij ontvangt en de rentelasten toenemen.

Europese begrotingsregels verplichten Frankrijk tot maatregelen

Frankrijk valt al onder de Europese procedure voor buitensporige begrotingstekorten. De Europese Raad besloot daar op 26 juli 2024 toe, nadat het Franse tekort over 2023 op 5,5 procent van het bbp was uitgekomen. De Europese norm voor het begrotingstekort bedraagt 3 procent van het bbp.

Op 21 januari 2025 stelde de Raad een concreet begrotingstraject vast. Frankrijk moet het buitensporige tekort volgens die aanbeveling uiterlijk in 2029 hebben gecorrigeerd. Ook werden grenzen vastgesteld voor de jaarlijkse nominale groei van de netto-overheidsuitgaven. De afspraken staan in de officiële aanbeveling van de Raad van de Europese Unie.

Brussel kan de Franse begroting daarmee niet volledig naar eigen inzicht vaststellen. De Franse regering blijft verantwoordelijk voor de concrete keuzes over belastingen, pensioenen, overheidsdiensten en andere uitgaven. Wel kan de Europese Unie de voortgang beoordelen en binnen de geldende regels verdere procedurele stappen zetten wanneer een lidstaat onvoldoende maatregelen neemt.

Frankrijk staat hierin niet alleen. Ook andere EU-landen vallen onder procedures voor buitensporige tekorten. De toepassing van de regels is daarmee onderdeel van een breder Europees begrotingsbeleid en niet uitsluitend een maatregel tegen Parijs.

Griekse schuldencrisis: leningen in ruil voor hervormingen

De Griekse schuldencrisis liet zien hoe ver Europese voorwaarden kunnen gaan wanneer een land externe financiële steun nodig heeft. Nadat het vertrouwen van beleggers in de Griekse overheidsfinanciën was weggevallen, kreeg het land vanaf 2010 internationale steun. Die bestond uit leningen van Europese landen en instellingen en uit steun van het Internationaal Monetair Fonds (IMF).

Aan de financiële programma’s waren ingrijpende voorwaarden verbonden. Griekenland moest onder meer de belastinginning verbeteren, overheidsuitgaven terugdringen en hervormingen doorvoeren in het pensioenstelsel, de arbeidsmarkt en het openbaar bestuur. De maatregelen moesten de overheidsfinanciën verbeteren en het vertrouwen van kredietverstrekkers herstellen.

De gevolgen waren aanzienlijk. De economie kromp sterk en de werkloosheid liep op. Bezuinigingen en belastingverhogingen drukten de koopkracht en de binnenlandse vraag. Tegelijkertijd werden structurele hervormingen doorgevoerd en verbeterde de begrotingspositie. Volgens het Europees Stabiliteitsmechanisme (ESM) bereikte Griekenland in 2017 een begrotingsoverschot en kreeg het opnieuw toegang tot de financiële markten. Het financiële steunprogramma van het ESM eindigde in 2018.

Dat betekent niet dat alle economische problemen daarmee verdwenen. De Griekse ervaring laat zien dat begrotingsdiscipline en hervormingen kunnen bijdragen aan financiële stabilisatie, maar ook dat de gekozen maatregelen grote maatschappelijke gevolgen kunnen hebben.

Heeft Griekenland de Europese leningen terugbetaald?

Griekenland heeft daadwerkelijk leningen afgelost, maar de volledige Europese steun is nog niet terugbetaald. Het land loste zijn resterende leningen bij het IMF in april 2022 vervroegd af. Ook zijn delen van andere leningen eerder terugbetaald dan oorspronkelijk gepland.

De Europese leningen lopen echter veel langer door. Volgens het ESM worden de leningen van het Europees Stabiliteitsmechanisme aan Griekenland tussen 2034 en 2060 terugbetaald. Voor de leningen van de Europese Financiële Stabiliteitsfaciliteit loopt de huidige terugbetalingsperiode door tot 2070. De looptijden zijn mede verlengd als onderdeel van maatregelen om de Griekse schuld beter beheersbaar te maken. De actuele planning staat in het overzicht van de terugbetaling van ESM- en EFSF-leningen.

De Griekse aanpak heeft dus geleid tot hervormingen, financiële stabilisatie en daadwerkelijke aflossingen. Tegelijkertijd zijn aanzienlijke verplichtingen blijven bestaan. De looptijd van de leningen maakt duidelijk dat herstel van toegang tot de financiële markten niet hetzelfde is als het volledig aflossen van de staatsschuld.

Kan Frankrijk net zo worden aangepakt als Griekenland?

De juridische uitgangspositie van Frankrijk verschilt van die van Griekenland tijdens de zwaarste jaren van de crisis. Frankrijk kan momenteel nog geld lenen op de financiële markten en heeft geen vergelijkbaar internationaal steunprogramma nodig. Daarom kan de Europese Unie niet uitsluitend op grond van het hoge begrotingstekort dezelfde vergaande voorwaarden opleggen als aan een land dat afhankelijk is van noodsteun.

De Europese begrotingsregels bieden wel mogelijkheden om Frankrijk tot correctie te bewegen. Wanneer de Franse regering onvoldoende voortgang boekt, kan de procedure worden aangescherpt en kunnen, afhankelijk van de omstandigheden en de toepasselijke regels, financiële sancties aan de orde komen. De Europese Raad licht de procedure voor buitensporige tekorten en de mogelijke vervolgstappen toe.

Mocht Frankrijk in de toekomst daadwerkelijk financiële noodsteun nodig hebben, dan kan de situatie veranderen. Bij financiële steun kunnen voorwaarden worden gesteld aan het begrotingsbeleid en aan hervormingen. Dat is echter een ander juridisch en economisch scenario dan de procedure die nu tegen Frankrijk loopt.

Franse begroting: bezuinigen, hervormen of economische groei stimuleren?

De discussie draait daarmee niet alleen om de vraag hoeveel Frankrijk moet bezuinigen, maar ook om de manier waarop de overheid de schuld houdbaar kan maken. Uitgaven beperken en inkomsten verhogen kunnen het tekort terugdringen, maar de effecten hangen af van de gekozen maatregelen en de economische omstandigheden.

Ook groei speelt een rol. Een economie die sterker groeit, kan meer belastinginkomsten opleveren en de verhouding tussen staatsschuld en bbp verbeteren. Daar staat tegenover dat uitstel van maatregelen de rentelasten kan verhogen en de ruimte voor toekomstige overheidsuitgaven kan verkleinen. De Franse regering moet binnen de Europese afspraken een begrotingstraject vinden dat zowel financieel geloofwaardig als politiek uitvoerbaar is.

Hoe ver Europa daarbij moet gaan, blijft een vraagstuk waarin financiële discipline, nationale beleidsvrijheid en de maatschappelijke gevolgen van hervormingen tegenover elkaar staan. De ervaringen van Griekenland bieden daarvoor aanknopingspunten, maar vormen geen bewijs dat exact dezelfde aanpak bij Frankrijk dezelfde uitkomst zal hebben.

Dit artikel is opgesteld door de redactie van Gelderland Magazine op basis van documenten van de Europese Commissie, de Raad van de Europese Unie, het Europees Stabiliteitsmechanisme en berichtgeving van Reuters.

Heeft u een foutje gezien of beschikt u over aanvullende informatie? Neem dan contact met ons op.

Weergaven: 7