Rundveebedrijf van de Fam. Hooijer in Arnhem, gebouwd in de heuvels

Gelderland kruipt onder je huid

Columns

Toen ik jonger was, dacht ik eerlijk gezegd dat Gelderland vooral “de provincie ertussenin” was. Niet zo uitgesproken als Limburg, niet zo luidruchtig als Amsterdam of Rotterdam, niet zo toeristisch als Zeeland. Maar hoe ouder ik word, hoe meer ik besef dat juist daarin de kracht van Gelderland zit. Het hoeft zich niet op te dringen. Het is er gewoon. Stevig, groen en verrassend veelzijdig.

Als ik aan Gelderland denk, zie ik niet één landschap, maar een verzameling werelden. Ik zie de eindeloze bossen van de Veluwe, waar je soms kilometers kunt wandelen zonder iemand tegen te komen. Wist je dat de Veluwe met ruim duizend vierkante kilometer een van de grootste aaneengeschakelde natuurgebieden van West-Europa is? Er leven edelherten, wilde zwijnen en zelfs wolven. Dat laatste blijft toch bijzonder: een dier dat jarenlang alleen in geschiedenisboeken voorkwam, loopt nu weer rond op Gelderse bodem.

Landhuis Mariëndaal in Oosterbeek (foto: Mike Tomale)

Tegelijkertijd denk ik aan rivieren. De Rijn die Nederland binnenkomt bij Lobith. De Waal, die breed en koppig door het landschap trekt. De IJssel, die misschien wel de mooiste rivier van Nederland is. Rivieren bepalen het ritme van Gelderland. Ze zorgen voor vruchtbare grond, maar herinneren ook aan de strijd tegen het water. Misschien maakt dat de provincie wel zo nuchter: hier weet men dat schoonheid en kwetsbaarheid vaak hand in hand gaan.

En dan de steden. Nijmegen voelt voor mij altijd alsof oud en jong elkaar daar voortdurend ontmoeten. De oudste stad van Nederland, zeggen ze, al wordt daar elders soms nog wat over gediscussieerd, maar tegelijkertijd een bruisende studentenstad. Tijdens de Vierdaagse verandert Nijmegen elk jaar in een zee van wandelaars, muziek en blarenpleisters. Meer dan veertigduizend deelnemers uit tientallen landen lopen daar samen een tocht die eigenlijk veel meer is dan alleen wandelen. Het is een oefening in doorzettingsvermogen en verbondenheid.

Arnhem heeft weer een heel andere sfeer. Creatiever misschien. Groener ook. De stad draagt nog altijd de geschiedenis van de Slag om Arnhem met zich mee. “A bridge too far” is niet alleen een film, maar ook een litteken dat onderdeel van de identiteit is geworden. Toch voelt Arnhem niet zwaar. Eerder veerkrachtig. Misschien past dat wel bij Gelderland als geheel: geen provincie van grote woorden, maar van stille volharding.

Boomgaard d’n Kerkewaerdt in Wadenoijen (foto: Mike Tomale)

Wat ik mooi vind aan Gelderland, is dat het nergens overdreven perfect probeert te zijn. De provincie heeft rafelranden. Oude bedrijventerreinen naast eeuwenoude kastelen. Boerenprotesten op het Malieveld vinden vaak hun oorsprong op het Gelderse platteland. Hier wordt gewerkt, geproduceerd en gediscussieerd. Gelderland is niet alleen natuur en toerisme; het is ook landbouw, logistiek en maakindustrie. De provincie heeft zelfs de meeste inwoners van alle provincies buiten de Randstad. Dat vergeten mensen vaak.

Soms rijd ik door de Betuwe en denk ik aan hoe typisch Nederlands dit landschap eigenlijk is. Fruitboomgaarden, dijken, kleine dorpen met kerktorens die boven de bomen uitsteken. In het voorjaar veranderen delen van de Betuwe in een witte en roze zee van bloesem. Het is een schoonheid die niet schreeuwt, maar fluistert. Misschien moet je ouder worden om dat echt te waarderen.

En ergens heeft Gelderland ook iets eigenzinnigs. De Achterhoek bijvoorbeeld voelt bijna als een aparte wereld binnen Nederland. Een streek waar noaberschap (naar elkaar omkijken – (noaberschap = Twente)) nog steeds serieus wordt genomen. Waar dialect geen curiositeit is, maar onderdeel van het dagelijks leven. Ik vind dat mooi. In een tijd waarin alles sneller, internationaler en digitaler wordt, bewaart Gelderland op veel plekken nog een vorm van menselijke schaal.

De monding van de Heelsumse Beek bij Renkum (foto: Mike Tomale)

Toch is deze hommage geen romantisch sprookje. Ook Gelderland verandert. Dorpen vergrijzen, boeren stoppen, jongeren trekken naar de stad en de druk op de natuur neemt toe. De Veluwe is populairder dan ooit, maar juist dat succes bedreigt soms de rust waarvoor mensen komen. En de woningnood speelt hier net zo goed als elders in Nederland. Misschien is dat precies waarom ik Gelderland waardeer: het is geen openluchtmuseum. Het leeft. Het schuurt soms. Het zoekt voortdurend balans tussen behoud en vooruitgang.

Wat me uiteindelijk misschien het meest raakt, is dat Gelderland geen provincie van uiterlijk vertoon is. Je moet haar een beetje leren kennen. Niet alleen via ansichtkaarten van heidevelden of kastelen, maar juist door er rond te rijden op een doordeweekse ochtend. Door koffie te drinken in een klein dorp. Door mist boven de uiterwaarden te zien hangen. Door een gesprek aan te knopen met iemand die hier al zijn hele leven woont en zonder opsmuk vertelt waarom hij nergens anders wil zijn.

Misschien is dat wel de essentie van Gelderland: het hoeft je niet te overtuigen. Het kost geen moeite om hip of spectaculair te zijn. Maar juist daardoor blijft het hangen. Als een landschap dat langzaam onder je huid kruipt. En eerlijk gezegd denk ik dat Nederland zonder Gelderland een stuk leger zou aanvoelen.

Mike Tomale

Heeft u een foutje gezien of beschikt u over aanvullende informatie? Neem dan contact met ons op.