De omgevingsvergunning voor de opvang van 55 alleenstaande minderjarige vreemdelingen aan de Schoenaker 6 in Beuningen blijft in stand. De Rechtbank Gelderland oordeelde op 15 oktober 2026 dat het gemeentebestuur voldoende heeft gemotiveerd waarom de opvang op deze locatie ruimtelijk aanvaardbaar is. De uitspraak gaat niet alleen over de opvang zelf, maar ook over de vraag welke eisen aan participatie, sociale veiligheid en de motivering van een omstreden gemeentelijk besluit worden gesteld.
Omgevingsvergunning Beuningen: waarom stapten omwonenden naar de rechter?
Het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) wil een voormalig kantoorpand aan de Schoenaker 6 gebruiken voor de opvang van 55 alleenstaande minderjarige vreemdelingen. Het gaat om jongeren die zonder ouder of andere wettelijke verzorger naar Nederland zijn gekomen. Het college van burgemeester en wethouders verleende daarvoor op 9 maart 2026 een omgevingsvergunning voor een periode van tien jaar.
Tegen het besluit kwamen omwonenden en vastgoedbedrijf P3B Onroerend Goed B.V. in beroep. Zij brachten onder meer bezwaren naar voren over de betrokkenheid van belanghebbenden, de sociale veiligheid en de uitvoerbaarheid van het plan. Ook werden vragen gesteld over de ruimtelijke gevolgen en mogelijke alternatieve locaties.
De procedure draaide om de juridische toestemming om het pand voor opvang te gebruiken, in afwijking van het omgevingsplan. De rechtbank benadrukt dat de aanvraag voor deze eerste fase niet de afzonderlijke vergunningen voor bouwactiviteiten omvat. Daarvoor is een aparte procedure nodig.
De voorgeschiedenis is terug te vinden in het ontwerpbesluit van de Omgevingsdienst Groene Metropool, dat de gemeente Beuningen in januari 2026 ter inzage legde.
Participatie bij opvang: wanneer is inspraak voldoende?
Een belangrijk onderdeel van de rechtszaak was de vraag of belanghebbenden voldoende bij de voorbereiding van het plan waren betrokken. Bij bepaalde buitenplanse omgevingsplanactiviteiten kan participatie verplicht zijn. De gemeenteraad van Beuningen heeft categorieën aangewezen waarvoor die verplichting geldt, waaronder initiatieven die naar verwachting maatschappelijk onrustig of controversieel zijn.
De rechtbank beoordeelde of aan de toepasselijke participatie-eisen was voldaan. Daarbij keek zij naar de voorbereiding van de aanvraag en de informatie over de wijze waarop betrokkenen waren geraadpleegd. De rechter stelde niet als algemene eis dat iedere belanghebbende persoonlijk door de gemeente of het COA moet zijn benaderd.
De juridische vraag was bovendien niet of Beuningen in algemene zin opvang moet bieden, maar of het college de ruimtelijke gevolgen van deze concrete locatie voldoende heeft onderzocht en de betrokken belangen zorgvuldig heeft afgewogen. De rechtbank zag op dit punt geen reden om de vergunning te vernietigen.
Dat onderscheid is van belang bij gemeentelijke besluiten waarover maatschappelijk discussie bestaat. Participatie betekent niet automatisch dat alle betrokkenen het met een plan eens moeten zijn. Wel moet het bestuur voldoen aan de wettelijke eisen en inzichtelijk maken hoe de relevante belangen zijn meegewogen.
Sociale veiligheid bij opvanglocaties: welke voorwaarden gelden?
Ook de veiligheidsmaatregelen vormden onderwerp van het beroep. De bezwaarmakers vonden dat de vergunning verdergaande voorwaarden had moeten bevatten, onder meer in de vorm van een uitgebreider veiligheidsplan. Volgens hen waren afspraken met het COA niet allemaal op dezelfde manier juridisch afdwingbaar als voorschriften bij een vergunning.
Het college verbond aanvullende voorschriften aan de vergunning. Daarin zijn 24 uur per dag beveiliging en hulpverleners op de locatie verplicht gesteld. Ook moeten het omwonendenoverleg worden voortgezet, een bedrijfsnoodplan aanwezig zijn en een meldsysteem beschikbaar zijn waarmee overlast kan worden doorgegeven.
De rechtbank oordeelde dat het college voldoende voorwaarden aan de omgevingsvergunning had verbonden. Niet iedere afspraak over begeleiding, activiteiten of samenwerking met andere organisaties hoeft volgens de rechter als afzonderlijk voorschrift in een omgevingsvergunning te worden opgenomen. Zulke gedetailleerde maatregelen passen niet allemaal binnen het ruimtelijke toetsingskader.
Dat betekent niet dat de rechter heeft vastgesteld dat zich nooit incidenten of overlast zullen voordoen. De beoordeling ging over de vraag of het college de mogelijke gevolgen voor de fysieke leefomgeving voldoende heeft meegewogen en of de vergunning passende voorschriften bevat.
Ruimtelijke gevolgen en alternatieve locaties
Naast participatie en veiligheid voerden de bezwaarmakers ook andere argumenten aan over de geschiktheid van de locatie en de uitvoerbaarheid van het plan. De rechtbank beoordeelde deze beroepsgronden binnen het toepasselijke juridische kader. Een deel van de aangevoerde argumenten kon niet tot vernietiging van de vergunning leiden, omdat de ingeroepen normen niet strekten tot bescherming van de belangen van de betreffende eiseres.
De rechtbank kwam uiteindelijk tot het oordeel dat het college voldoende had gemotiveerd waarom de opvang op deze plek en in deze vorm voldoet aan het criterium van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. De beroepen zijn daarom ongegrond verklaard.
De gemeente beschrijft op haar eigen informatiepagina over de opvanglocatie aan de Schoenaker de afspraken met het COA en de rol van begeleiding en beveiliging. Die informatie geeft de bestuurlijke achtergrond weer; de rechterlijke uitspraak bepaalt hoe de aangevochten vergunning juridisch is beoordeeld.
Wat betekent de uitspraak voor gemeentelijke besluitvorming?
De uitspraak maakt duidelijk dat een gemeente bij een omstreden opvanglocatie de ruimtelijke gevolgen en de belangen van omwonenden moet onderzoeken en motiveren. Tegelijkertijd is de toetsing door de bestuursrechter begrensd: niet iedere wens van een bezwaarmaker hoeft als vergunningvoorschrift te worden overgenomen.
De uitspraak heeft betrekking op deze specifieke locatie, de ingediende beroepsgronden en de onderbouwing van het besluit van Beuningen. Zij vormt geen algemene garantie dat iedere opvanglocatie onder vergelijkbare omstandigheden een vergunning kan krijgen. Ook zegt de uitspraak op zichzelf niets over de feitelijke ervaringen met de opvang nadat deze in gebruik is genomen.
De volledige uitspraak is beschikbaar via Rechtspraak.nl, zaaknummers ARN 26/2091 en ARN 26/2103.
Dit artikel is opgesteld door de redactie van Gelderland Magazine op basis van de rechterlijke uitspraak en openbare documenten van de gemeente Beuningen.
Heeft u een foutje gezien of beschikt u over aanvullende informatie? Neem dan contact met ons op.
Weergaven: 291





