De aanpak van geweld en overlast in de Arnhemse binnenstad staat opnieuw op de politieke agenda. Vier fracties willen dat de gemeenteraad het onderwerp bespreekt. De directe aanleiding is een ernstig geweldsincident eind september, waarbij drie jongeren gewond raakten en de politie acht verdachten aanhield. De discussie raakt daarmee niet alleen aan de openbare orde, maar ook aan de vraag welke maatregelen de gemeente kan inzetten en hoe de resultaten daarvan worden beoordeeld.
Vechtpartij leidde tot meerdere incidenten rond het station
Volgens de politie ontstond op dinsdagavond 29 september rond 21.30 uur een vechtpartij bij station Arnhem Centraal. Daarbij was een groep van ongeveer vijftien jongeren betrokken. Toen agenten arriveerden, verspreidde de groep zich. Vervolgens vonden op verschillende locaties in de omgeving nieuwe incidenten plaats waarbij volgens de politie dezelfde groep betrokken was.
Er vielen drie gewonden. Een minderjarig slachtoffer raakte zwaargewond; de twee andere slachtoffers werden volgens de politie zelf als verdachte aangemerkt. De acht aangehouden verdachten waren tussen de zeventien en twintig jaar oud en kwamen uit verschillende plaatsen in Nederland. De politie meldde dat het onderzoek nog liep en dat vermoedelijk ook was gestoken.
Het incident is een concrete aanleiding voor de discussie over veiligheid in de binnenstad. Het zegt op zichzelf echter niet hoeveel geweldsincidenten er in Arnhem plaatsvinden, of het aantal incidenten stijgt en of bestaande maatregelen tekortschieten. Daarvoor zijn vergelijkbare cijfers over een langere periode nodig.
Politieke discussie over extra maatregelen
VVD, CDA, Arnhem Centraal en D66 willen volgens de berichtgeving over het debatverzoek de aanpak van geweld en overlast bespreken. Daarbij zijn maatregelen genoemd als preventief fouilleren, gebiedsverboden en cameratoezicht. Om vast te stellen welke voorstellen de fracties precies hebben ingediend en welke onderbouwing zij daarbij geven, is het oorspronkelijke verzoek in het gemeentelijke raadsinformatiesysteem van belang.
De gemeente beschikt al over verschillende instrumenten om de openbare orde te handhaven. Zo kan de burgemeester onder wettelijke voorwaarden een veiligheidsrisicogebied aanwijzen, waar preventief fouilleren mogelijk wordt. De juridische basis hiervoor staat in de Algemene Plaatselijke Verordening van Arnhem. Zo’n aanwijzing is geen algemene bevoegdheid om overal en op elk moment mensen te fouilleren: er moet aan de wettelijke voorwaarden zijn voldaan.
Ook cameratoezicht en gebiedsverboden zijn geen identieke maatregelen. Ze hebben verschillende doelen en juridische voorwaarden. Een politieke bespreking zal daarom duidelijk moeten maken welke maatregel voor welk probleem wordt voorgesteld, binnen welk gebied en voor welke periode.
Handhaving en veiligheid stonden eerder op de agenda
De discussie over extra toezicht is niet nieuw. In november 2025 behandelde de gemeenteraad voorstellen over de inzet van handhavers en de veiligheid in de openbare ruimte. Daarnaast beschreef het college in een brief over plekken die vrouwen als onveilig ervaren verschillende bestaande maatregelen, waaronder cameratoezicht op locaties in de binnenstad en de inzet van handhavers in burger op plekken waar seksuele intimidatie speelt.
In die brief staat dat professionals de veiligheid in wijken periodiek bespreken aan de hand van gegevens van politie en handhaving, aangevuld met hun praktijkervaring. De gemeentelijke inventarisatie van november 2025 gaat specifiek over de openbare ruimte en de veiligheid die vrouwen daar ervaren. Het document is daarmee relevant voor het bredere veiligheidsbeleid, maar vormt geen rechtstreeks bewijs voor een ontwikkeling in geweldsincidenten in de binnenstad.
Welke cijfers zijn nodig om beleid te beoordelen?
Om de effectiviteit van maatregelen te kunnen beoordelen, zijn gegevens nodig over onder meer geregistreerde geweldsincidenten, meldingen van overlast, aanhoudingen en de inzet van politie en handhaving. Daarbij maakt het verschil of cijfers betrekking hebben op de hele gemeente, alleen de binnenstad of een specifiek gebied rond het station. Ook moet duidelijk zijn over welke periode wordt vergeleken.
De gemeente en politie registreren bovendien niet noodzakelijk dezelfde soorten gebeurtenissen. Een melding, een aangifte en een door de politie geregistreerd strafbaar feit zijn verschillende gegevens. Een stijging in één categorie hoeft daarom niet automatisch te betekenen dat alle vormen van geweld of overlast toenemen.
Voor de gemeenteraad ligt er daarmee niet alleen een vraag over mogelijke extra maatregelen, maar ook over de informatie waarop besluiten worden gebaseerd. Welke inzet is er al, welke resultaten zijn meetbaar en hoe wordt bepaald of een aanvullende maatregel proportioneel en juridisch houdbaar is?
De behandeling van het debatverzoek en de eventuele stukken die daarbij worden gepubliceerd, moeten duidelijk maken welke voorstellen de fracties precies willen bespreken en welke gegevens zij daarvoor aanvoeren.
Heeft u een foutje gezien of beschikt u over aanvullende informatie? Neem dan contact met ons op.
Weergaven: 4





