De gemeente Apeldoorn stopt per direct met het standaard uitvoeren van Bibob-onderzoeken bij de verkoop van kavels voor woonwagenstandplaatsen. Aanleiding is onafhankelijk onderzoek naar de manier waarop het gemeentelijke Bibob-beleid in de praktijk is toegepast. Daaruit blijkt volgens de gemeente dat de gekozen werkwijze onbedoeld een discriminerend effect had op woonwagenbewoners.
De kwestie draait daarmee niet om het bestaan van de Wet Bibob als zodanig, maar om de manier waarop Apeldoorn de wettelijke mogelijkheden vertaalde naar de verkoop van woonwagenkavels. Het college erkent dat de uitvoering tot een ongelijke behandeling heeft geleid en heeft daarvoor excuses aangeboden aan de belangenvereniging voor woonwagenbewoners.
Bibob-toets werd standaard onderdeel van kavelverkoop
De Wet Bibob is bedoeld om te voorkomen dat overheden ongewild criminele activiteiten faciliteren. Gemeenten kunnen onder bepaalde voorwaarden onderzoek doen naar de achtergrond van personen en organisaties waarmee zij bijvoorbeeld een vergunning, subsidie of vastgoedtransactie aangaan. De gemeente Apeldoorn benadrukt dat een Bibob-onderzoek op zichzelf niet betekent dat iemand van criminaliteit wordt verdacht. Het instrument is juist bedoeld als preventieve integriteitscontrole.
In het Apeldoornse beleid waren ‘stand- en ligplaatsen’ aangewezen als een risicocategorie. Bij de uitvoering werd een woonwagenstandplaats onder die categorie gebracht. Daardoor kregen kopers van kavels voor woonwagenstandplaatsen standaard met een Bibob-onderzoek te maken. Bij reguliere woningbouwkavels gold die automatische toets niet.
Juist dat onderscheid kwam eerder onder vuur te liggen. In april werd al bericht dat woonwagenbewoners bezwaar maakten tegen de manier waarop de gemeente de Bibob-toets toepaste. Daarbij ontstond ook discussie over de onderbouwing van de aanwijzing van standplaatsen als risicocategorie. Binnenlands Bestuur berichtte eerder over de juridische kwetsbaarheid van het beleid en over de vragen die hierover binnen de gemeenteraad waren gerezen.
Gemeente trekt conclusie na onafhankelijk onderzoek
De gemeente heeft inmiddels onderzoek laten uitvoeren naar de uitvoeringspraktijk. De conclusie is dat de standaardtoets bij de verkoop van woonwagenkavels niet had moeten plaatsvinden. Volgens het college had de toepassing van het beleid een discriminerend effect op woonwagenbewoners.
Dat is een belangrijk onderscheid. De gemeente zegt niet dat de Wet Bibob onrechtmatig is toegepast als wettelijke bevoegdheid. Ook trekt Apeldoorn het algemene Bibob-beleid niet in. Het college heeft juist besloten de specifieke toepassing op woonwagenkavels te beëindigen. De categorie ‘stand- en ligplaatsen’ blijft in het gemeentelijke Bibob-beleid als zodanig bestaan, maar woonwagenstandplaatsen worden voor de toepassing daarvan niet langer automatisch als onderdeel van die categorie beschouwd.
Het eerdere Bibob-beleid van Apeldoorn kende inderdaad ‘stand- en ligplaatsen’ als risicocategorie. Dat blijkt uit de gemeentelijke beleidsregels. De beleidsregel Bibob van Apeldoorn maakt duidelijk dat de gemeente het instrument gebruikt om te voorkomen dat zij onbewust criminaliteit faciliteert. De huidige situatie moet daarom vooral worden gezien als een correctie van de uitvoeringspraktijk, niet als een afscheid van de Bibob-aanpak.
Alleen nog onderzoek bij concrete aanleiding
Voor toekomstige kopers van een woonwagenkavel verandert er daardoor iets wezenlijks. Zij krijgen niet langer automatisch een Bibob-onderzoek opgelegd vanwege het enkele feit dat zij een woonwagenstandplaats kopen. Een onderzoek blijft echter mogelijk wanneer daar een concrete aanleiding voor bestaat.
Dat sluit aan bij de bredere systematiek van de Wet Bibob. De wet geeft bestuursorganen ruimte om integriteitsonderzoek te verrichten wanneer daarvoor aanleiding bestaat, bijvoorbeeld bij vastgoedtransacties. Een gemeente kan daarbij zelf onderzoek doen en onder voorwaarden ook het Landelijk Bureau Bibob om advies vragen. De uiteindelijke beslissing blijft bij het bevoegde bestuursorgaan. Justis licht de wettelijke mogelijkheden en de rol van het Landelijk Bureau Bibob nader toe.
Daarmee verdwijnt dus niet iedere mogelijkheid om een woonwagenkavel aan een Bibob-onderzoek te onderwerpen. Het verschil is dat een koper niet meer uitsluitend vanwege de categorie woonwagenstandplaats automatisch wordt onderzocht.
Correctie na discussie over gelijke behandeling
De kwestie raakt aan een bredere vraag over de manier waarop gemeenten omgaan met woonwagenbewoners. Woonwagenbewoners vormen in het Nederlandse gelijkheids- en mensenrechtenkader een groep waarvan de culturele identiteit en woonvorm bijzondere bescherming genieten. Tegelijkertijd moeten gemeenten criminaliteit en ondermijning kunnen bestrijden en hun vastgoedtransacties kunnen beschermen tegen misbruik.
De juridische uitdaging ligt daarom in het vinden van een objectieve en proportionele balans. Een risicogericht instrument als Bibob kan gerechtvaardigd zijn wanneer daarvoor concrete en controleerbare gronden bestaan. Het enkele behoren tot een bepaalde groep of het wonen op een woonwagenstandplaats mag echter niet zonder meer de basis vormen voor een zwaardere behandeling.
Dat onderscheid is ook van belang voor de manier waarop de kwestie wordt geduid. De gemeente spreekt nu over een ‘onbedoeld discriminerend effect’ van de werkwijze. Daarmee erkent het college dat de uitvoering van het beleid ongelijk uitpakte, zonder daarmee te stellen dat iedere Bibob-toets van een woonwagenbewoner per definitie verboden zou zijn.
Apeldoorn biedt excuses aan
Het college heeft inmiddels excuses aangeboden aan de belangenvereniging voor woonwagenbewoners. Volgens burgemeester en wethouders was het nooit de bedoeling woonwagenbewoners anders of stigmatiserend te behandelen, maar is wel erkend dat de gekozen werkwijze dat effect had.
De beslissing betekent daarmee meer dan alleen een administratieve wijziging bij de verkoop van kavels. Voor de gemeente is het ook een correctie op de manier waarop een instrument ter bescherming van de bestuurlijke integriteit werd ingezet. De nieuwe lijn moet ervoor zorgen dat woonwagenkavels op dit punt niet langer anders worden behandeld dan vergelijkbare situaties, terwijl de gemeente de mogelijkheid behoudt om bij concrete integriteitssignalen alsnog onderzoek te doen.
De achtergrond van de kwestie laat bovendien zien hoe belangrijk de formulering en onderbouwing van gemeentelijk beleid zijn. Een categorie kan op papier juridisch verdedigbaar lijken, maar in de uitvoering alsnog tot ongelijke behandeling leiden. Juist daarom is het onderscheid tussen een algemene risicobeoordeling en een individuele, objectief onderbouwde aanleiding voor onderzoek van betekenis.
De gemeente Apeldoorn kiest er nu voor dat onderscheid nadrukkelijker te maken. Het Bibob-instrument blijft bestaan, maar de automatische toets bij de verkoop van woonwagenkavels verdwijnt.
Heeft u een foutje gezien of beschikt u over aanvullende informatie? Neem dan contact met ons op.
Weergaven: 44






