Electrische auto aan laadpaal

1,7 miljoen auto’s verkocht in 2025: elektrische auto nog vooral voor hogere inkomens

Algemeen

In 2025 zijn in Nederland ruim 1,7 miljoen personenauto’s nieuw of tweedehands gekocht of van eigenaar gewisseld. Daarvan hadden bijna 259 duizend auto’s een stekker. De cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) laten tegelijk een duidelijke inkomensverschillen zien: elektrische en plug-in hybride auto’s zijn aanzienlijk vaker terechtgekomen bij huishoudens met hogere inkomens.

Vooral hogere inkomens kiezen voor een auto met stekker

Van de ruim 1,7 miljoen personenauto’s die in 2025 door particulieren werden gekocht of van eigenaar wisselden, waren bijna 259 duizend volledig elektrisch of plug-in hybride. Dat komt neer op ongeveer 15 procent van het totale aantal. Benzine bleef met bijna 1,4 miljoen auto’s echter veruit de grootste categorie.

De verdeling naar inkomen laat zien dat de overstap naar elektrisch rijden niet gelijkmatig over huishoudens is verdeeld. Volgens het CBS kochten mensen uit de hoogste 10 procent inkomensgroep bijna 75 duizend stekkerauto’s. Dat is ongeveer 29 procent van alle verkochte elektrische en plug-in hybride personenauto’s, terwijl deze groep slechts een tiende van de inkomensverdeling vertegenwoordigt. De inkomensgroep daaronder kocht ongeveer 48 duizend stekkerauto’s.

Daarmee ontstaat een genuanceerder beeld van de Nederlandse verduurzaming van het wagenpark. De cijfers laten wel zien dat elektrische auto’s terrein winnen, maar ook dat de aanschaf ervan in 2025 nog sterk samenhing met het beschikbare huishoudinkomen.

Benzineauto blijft de norm

Ondanks de groei van auto’s met een stekker was benzine in 2025 nog altijd dominant. Bijna 1,4 miljoen van de verkochte of overgeschreven personenauto’s reden op benzine. Diesel speelde een veel kleinere rol en was relatief vaker vertegenwoordigd bij huishoudens met de laagste inkomens.

Het CBS onderscheidt in zijn onderzoek volledig elektrische auto’s, oftewel FEV’s, en plug-in hybrides, oftewel PHEV’s. Samen vormden deze categorieën bijna 259 duizend van de verkochte personenauto’s. Het is daarbij belangrijk om de cijfers niet te interpreteren als uitsluitend nieuwe autoverkopen: het onderzoek omvat zowel nieuwe als gebruikte auto’s en eigendomsoverdrachten door particulieren.

Dat onderscheid is journalistiek relevant. Een stijging van het aantal verkochte elektrische auto’s betekent namelijk niet automatisch dat een even groot aantal nieuwe elektrische auto’s op de weg is gekomen. Een gebruikte auto kan immers meerdere keren van eigenaar wisselen, terwijl het CBS iedere auto binnen het onderzochte jaar maximaal één keer meetelt.

Lagere inkomens zijn vaker aangewezen op oudere auto’s

Ook de leeftijd van de verkochte auto’s verschilt sterk per inkomensgroep. Van alle auto’s die in 2025 werden verkocht of van eigenaar wisselden, waren ruim 395 duizend exemplaren 16 jaar of ouder. Slechts 148 duizend auto’s waren nieuw.

Bij de 20 procent huishoudens met de laagste inkomens was ongeveer twee derde van de gekochte auto’s ouder dan tien jaar. Bij huishoudens met de hoogste 20 procent inkomens was juist een kwart van de aangeschafte auto’s maximaal twee jaar oud. Het verschil onderstreept dat de financiële ruimte van huishoudens niet alleen invloed heeft op het type aandrijving, maar ook op de leeftijd van de auto die zij kunnen aanschaffen.

De cijfers zeggen overigens niet dat inkomen de enige reden is voor de keuze van een auto. Ook factoren als huishoudsamenstelling, woonplaats, rijafstand, beschikbaarheid van openbaar vervoer en het aanbod op de tweedehandsmarkt kunnen een rol spelen. Het CBS beschrijft hier vooral een statistische samenhang en geen oorzakelijk verband.

Gelderland staat op de vierde plaats

De verschillen zijn ook geografisch zichtbaar. Zuid-Holland kende in 2025 met ruim 325 duizend verkochte of overgeschreven personenauto’s het hoogste aantal. Noord-Brabant volgde met ruim 268 duizend en Noord-Holland met bijna 236 duizend.

Gelderland stond met ongeveer 220,6 duizend auto’s op de vierde plaats. Daarmee lag het aantal in de provincie aanzienlijk hoger dan bijvoorbeeld in Overijssel, waar ruim 127 duizend auto’s werden verkocht of van eigenaar wisselden. Flevoland en Zeeland sloten de provinciale ranglijst met respectievelijk ongeveer 49 duizend en 41 duizend auto’s.

Deze aantallen zeggen vooral iets over het totale aantal transacties en niet rechtstreeks over autobezit per inwoner. Een grote provincie heeft immers automatisch meer potentiële autobezitters en daarmee doorgaans ook meer voertuigtransacties.

Wat zeggen de cijfers over de overgang naar elektrisch rijden?

De cijfers van 2025 maken duidelijk dat de Nederlandse automarkt volop verandert, maar dat de transitie naar elektrisch rijden nog niet voor alle huishoudens even toegankelijk is. Vooral hogere inkomens kopen auto’s met een stekker, terwijl huishoudens met lagere inkomens relatief vaak oudere auto’s aanschaffen.

Dat verschil kan relevant worden naarmate het Nederlandse wagenpark verder elektrificeert. Voor huishoudens die afhankelijk zijn van de betaalbare tweedehandsmarkt is niet alleen de prijs van een nieuwe elektrische auto van belang, maar ook de beschikbaarheid en betaalbaarheid van gebruikte elektrische auto’s. De CBS-cijfers van 2025 laten zien dat juist daar nog een duidelijke inkomensgrens zichtbaar is.

Voor de registratie van voertuigen is het kentekenregister van de RDW de officiële basisregistratie. De RDW omschrijft dit register als een betrouwbare en actuele registratie van voertuiggegevens en gegevens over eigenaren en houders. Het CBS gebruikt voor dit onderzoek gegevens over wijzigingen in de tenaamstelling en koppelt die aan gegevens over huishoudens en inkomen.

Niet iedere eigenaarsoverdracht is een nieuwe autoverkoop

Een belangrijke kanttekening bij de cijfers is de betekenis van het woord ‘verkocht’. Het CBS registreert in dit onderzoek unieke nieuw verkochte en tweedehands personenauto’s die in 2025 van eigenaar zijn gewisseld. Wanneer dezelfde auto in dat jaar meerdere keren van eigenaar verandert, wordt die auto slechts één keer meegeteld.

Het cijfer van 1,7 miljoen moet daarom niet worden gelezen als 1,7 miljoen nieuwe auto’s die in 2025 aan het Nederlandse wagenpark zijn toegevoegd. Het gaat om personenauto’s die nieuw of tweedehands zijn gekocht of waarbij de geregistreerde eigenaar veranderde. Dat maakt de cijfers vooral waardevol om inzicht te krijgen in de automarkt en de kenmerken van de auto’s die door verschillende inkomensgroepen worden aangeschaft.

De conclusie is daarmee minder simpel dan alleen dat Nederland snel elektrisch gaat rijden. De cijfers laten vooral een overgang zien die ongelijk over de bevolking is verdeeld. Zolang nieuwe en relatief jonge elektrische auto’s financieel vooral binnen bereik zijn van hogere inkomens, blijft de benzineauto voor veel huishoudens een belangrijk onderdeel van de tweedehandsmarkt.

Heeft u een foutje gezien of beschikt u over aanvullende informatie? Neem dan contact met ons op.

Weergaven: 23