Adder Wolfhezerheide in de knel: kleine populatie raakt steeds verder geïsoleerd

Natuur

De adder op de Wolfhezerheide staat zwaar onder druk. De populatie is in enkele jaren sterk afgenomen en bestaat inmiddels nog uit ongeveer dertig volwassen dieren. Tegelijkertijd is de groep genetisch weinig gevarieerd en heeft de adder op de Wolfhezerheide nauwelijks contact met andere populaties op de Veluwe. Natuurbeschermingsorganisatie RAVON heeft daarom al adders uit andere gebieden bijgeplaatst om uitsterven te voorkomen.

De situatie rond Wolfheze laat zien dat natuurgebieden op een kaart met elkaar verbonden kunnen lijken, terwijl dieren ze in de praktijk nauwelijks kunnen bereiken. Versnippering door wegen, verdroging en de beperkte mobiliteit van de adder hebben van de Wolfhezerheide een geïsoleerd leefgebied gemaakt. Juist daarom is de ontwikkeling van nieuwe natuur rondom Wolfheze belangrijk.

Hoeveel adders leven er nog op de Wolfhezerheide?

De omvang van de adderpopulatie op de Wolfhezerheide is de afgelopen jaren sterk afgenomen. Volgens het onderzoek dat sinds 2017 door RAVON wordt uitgevoerd, waren er in 2020 nog iets meer dan zestig adders. In 2026 wordt gesproken over ongeveer 25 tot 30 volwassen dieren. De provincie Gelderland vermeldt in haar biodiversiteitsrapportage dat zich onder die volwassen dieren nog maar ongeveer tien mannetjes bevinden. Gelderse biodiversiteitsrapportage 2024

Dat kleine aantal maakt de populatie kwetsbaar voor toevallige gebeurtenissen. Een periode met extreem droog weer, een natuurbrand of een tegenvallend voortplantingsseizoen kan bij een groep van deze omvang relatief grote gevolgen hebben. Vooral het geringe aantal mannetjes is een probleem, omdat daardoor steeds minder dieren beschikbaar zijn voor de voortplanting.

De NOS berichtte in februari 2026 over de noodsituatie. RAVON kondigde toen aan opnieuw jonge mannelijke adders op de Wolfhezerheide te willen uitzetten.

Waarom zijn de adders op Wolfheze zo geïsoleerd?

De Wolfhezerheide ligt in een landschap met verschillende natuurgebieden, maar voor de adder vormen die gebieden geen aaneengesloten leefgebied. De dichtstbijzijnde andere adderpopulatie bevindt zich hemelsbreed ongeveer zeven tot acht kilometer verderop.

Dat lijkt op het eerste gezicht geen grote afstand. Adders zijn echter relatief honkvaste dieren en verplaatsen zich volgens de provincie hooguit enkele honderden meters. Wegen en andere barrières kunnen daardoor een veel grotere betekenis hebben dan de afstand op een kaart doet vermoeden.

De provincie Gelderland schrijft dat leefgebieden van adders vanaf de jaren zeventig steeds sterker versnipperd raakten door de aanleg van snelwegen op de Veluwe. Ook de verdroging van het Heelsumse beekdal heeft volgens de provincie geleid tot een afname van zowel de oppervlakte als de kwaliteit van geschikt leefgebied. Provincie Gelderland – biodiversiteitsrapportage

Het oorspronkelijke onderzoek naar de Wolfhezer populatie bevestigt dat versnippering en achteruitgang van leefgebied belangrijke factoren zijn. In het in 2025 verschenen artikel “Adders op de Wolfhezerheide in de knel” van RAVON wordt de populatie beschreven als volledig geïsoleerd en afnemend.

Waarom zijn ecologische verbindingen niet genoeg?

De situatie bij Wolfheze maakt duidelijk dat een ecologische verbinding niet automatisch voor iedere diersoort werkt. Over de Veluwe zijn verschillende ecoducten aangelegd om natuurgebieden met elkaar te verbinden. Toch lukt het de Wolfhezer adders niet om via die routes andere populaties te bereiken.

Dat betekent niet dat de ecoducten geen effect hebben. De provincie beschrijft bijvoorbeeld dat een gladde slang via een ecoduct over de A50 vanuit de Wolfhezerheide de Doorwerthse Heide heeft weten te bereiken. Voor de adder ligt dat anders. Het dier is minder mobiel en stelt specifieke eisen aan zijn leefomgeving. Gelderse biodiversiteitsrapportage 2024

Een natuurverbinding moet daarom niet alleen zichtbaar zijn op een kaart, maar ook daadwerkelijk bruikbaar zijn voor de soort waarvoor zij bedoeld is. Voor een adder zijn onder meer geschikte plekken om te overwinteren, te zonnen, te jagen en zich voort te planten van belang.

Wolfhezer adders hebben opvallend weinig genetische variatie

Het probleem van de adder op de Wolfhezerheide gaat verder dan het aantal dieren. Onderzoekers hebben ook gekeken naar de genetische samenstelling van de populatie. Daaruit kwam naar voren dat de genetische diversiteit aanzienlijk lager is dan bij grotere Nederlandse adderpopulaties.

Ook aan de buitenkant zijn opvallende verschillen zichtbaar. De adders uit Wolfheze hebben veel meer kleine kopschubben dan soortgenoten uit andere gebieden. Op de Wolfhezerheide gaat het gemiddeld om dertien tot achttien kopschubben op het onderzochte deel van de kop, terwijl elders gemiddeld vier tot zeven worden gevonden. De onderzoekers zien deze opvallende patronen als mogelijke aanwijzing voor een verarmde genenpool. RAVON-onderzoek naar de adders op de Wolfhezerheide

Een kleine, geïsoleerde populatie heeft weinig mogelijkheden om nieuwe genetische variatie binnen te krijgen. Wanneer dieren uit andere populaties de groep niet kunnen bereiken, kan inteelt daardoor een steeds grotere rol gaan spelen. Volgens de provincie kan een beperkte genetische variatie het aanpassingsvermogen van de dieren verminderen wanneer de omstandigheden in hun leefgebied veranderen. Provincie Gelderland – biodiversiteitsrapportage

Wolfheser Heid
Wolfhezer Heide, foto: Mike Tomale

Verdroging maakt het probleem groter

Naast versnippering vormt verdroging een tweede belangrijke bedreiging voor de adderpopulatie bij Wolfheze. De adder is kenmerkend voor vochtige heide en hoogveen en heeft binnen zijn leefgebied verschillende omstandigheden nodig.

De provincie stelt dat door verdroging in het Heelsumse beekdal zowel de oppervlakte als de kwaliteit van het leefgebied is afgenomen. Daarmee wordt het probleem groter voor een populatie die al weinig ruimte heeft om uit te wijken.

De combinatie van factoren is daarbij belangrijk. Een kleine populatie kan een slechte voortplantingsperiode minder goed opvangen. Wanneer het leefgebied vervolgens droger wordt en andere populaties te ver weg liggen, zijn er weinig mogelijkheden om het verlies aan dieren op natuurlijke wijze te compenseren.

RAVON noemt in 2026 dan ook niet alleen versnippering, maar ook verdroging als belangrijke oorzaak van de huidige situatie. Volgens de organisatie zijn structurele maatregelen nodig om het beekdal te vernatten en de natuurontwikkeling rondom Wolfheze te versterken. RAVON – bijplaatsen van mannelijke adders op de Wolfhezerheide

Waarom worden nieuwe adders uitgezet?

Omdat de Wolfhezer adderpopulatie nauwelijks nieuwe dieren uit andere gebieden kan opnemen, wordt nu kunstmatig ingegrepen. In 2025 werden zeven mannelijke adders uit andere populaties op de Veluwe bijgeplaatst.

Het doel was niet alleen om het aantal adders te verhogen. De dieren moeten vooral zorgen voor genetische uitwisseling. Wanneer de uitgezette mannetjes zich met de aanwezige vrouwtjes voortplanten, kan genetisch materiaal van buitenaf in de kleine populatie terechtkomen.

RAVON besloot in 2026 opnieuw enkele mannelijke adders bij te plaatsen. De organisatie noemt de situatie op de Wolfhezerheide steeds nijpender en benadrukt tegelijkertijd dat deze maatregel geen structurele oplossing is. RAVON – adderpopulatie Wolfhezerheide

De onderzoekers blijven de populatie monitoren om te bepalen of de ingreep effect heeft. Daarbij wordt niet alleen gekeken naar het aantal dieren, maar ook naar de voortplanting en de ontwikkeling van de populatie.

Nieuwe natuur moet Wolfheze beter verbinden

Tegelijkertijd wordt in de omgeving van Wolfheze gewerkt aan een structurele verbetering van het landschap. Rond de Boschhoeve wordt 68 hectare voormalige landbouwgrond omgevormd tot natuur. Het project maakt deel uit van het Gelders Natuurnetwerk.

De provincie wil hiermee onder meer de verbinding verbeteren tussen de Wolfhezerheide, de Doorwerthse Heide, de Nieuwe Renkumse Heide en Reijerskamp. De natuurontwikkeling bestaat uit verschillende maatregelen, waaronder het verwijderen van voedselrijke grond, het aanbrengen van steenmeel en de aanleg van poelen. Provincie Gelderland – natuurontwikkeling Boschhoeve in Wolfheze

Ook worden nieuwe bosranden en houtsingels aangelegd. Volgens de provincie kunnen deze overgangszones gunstig zijn voor verschillende reptielen, waaronder de adder. Het doel is daarmee niet alleen om meer natuur te creëren, maar ook om bestaande natuurgebieden ecologisch beter met elkaar te verbinden.

Juist voor de Wolfhezer adder is dat van belang. Een groter en kwalitatief beter leefgebied kan de populatie meer ruimte geven, terwijl verbindingen op termijn de mogelijkheid kunnen bieden om contact met andere populaties te herstellen.

Kan de Wolfhezer adder zichzelf nog herstellen?

Daarmee ontstaat een belangrijke vraag voor de komende jaren. Kunnen de maatregelen ervoor zorgen dat de adderpopulatie op de Wolfhezerheide uiteindelijk weer zelfstandig verder kan?

Op dit moment is dat nog niet te zeggen. De bijplaatsingen zijn bedoeld als tijdelijke ondersteuning en de nieuwe natuur rond de Boschhoeve moet zich nog ontwikkelen. Bovendien is het herstel van de hydrologie een ingewikkeld proces dat niet van het ene op het andere jaar gerealiseerd is.

Wel ontstaat rond Wolfheze een combinatie van maatregelen die verschillende problemen tegelijk probeert aan te pakken. Genetische variatie wordt tijdelijk aangevuld door nieuwe dieren, terwijl de provincie werkt aan uitbreiding en verbetering van het leefgebied. Daarnaast blijft het herstel van de waterhuishouding noodzakelijk.

De ontwikkelingen worden de komende jaren gevolgd. Het onderzoek van RAVON vormt daarbij een belangrijke basis, omdat de populatie al sinds 2017 systematisch wordt gemonitord. RAVON – onderzoek naar de Wolfhezer adderpopulatie

De adder als graadmeter voor de Gelderse natuur

De adder op de Wolfhezerheide is daarmee meer dan een zeldzame slang die dreigt te verdwijnen. De kleine populatie maakt zichtbaar wat er gebeurt wanneer natuurgebieden wel op kaarten met elkaar verbonden lijken, maar voor een weinig mobiele soort feitelijk losse eilanden vormen.

De situatie laat ook zien waarom natuurherstel steeds minder alleen draait om het beschermen van afzonderlijke natuurgebieden. De kwaliteit van een natuurgebied is belangrijk, maar minstens zo belangrijk is de vraag of planten en dieren zich tussen verschillende leefgebieden kunnen verplaatsen.

Voor de Wolfhezer adder komen die problemen allemaal samen. De populatie is klein, genetisch weinig gevarieerd en geïsoleerd. Het leefgebied heeft bovendien te maken met verdroging. De komende jaren moet blijken of nieuwe natuur, betere verbindingen, herstel van de waterhuishouding en tijdelijke genetische ondersteuning voldoende zijn om het tij te keren.

De Wolfhezer adder is daarmee een kleine soort met een groot verhaal. Want de vraag hoeveel adders er uiteindelijk op de heide overblijven, gaat tegelijkertijd over een veel grotere kwestie: kan Gelderland zijn versnipperde natuur weer zo met elkaar verbinden dat dieren zich daadwerkelijk door het landschap kunnen bewegen?

Heeft u een foutje gezien of beschikt u over aanvullende informatie? Neem dan contact met ons op.

Weergaven: 87