Een woning staat stevig op zijn fundering, maar de grond waarop die woning rust is voortdurend in beweging. Dat is op zichzelf niets bijzonders. Problemen ontstaan wanneer die beweging groter wordt, ongelijkmatig verloopt of wanneer een fundering de veranderingen in de ondergrond niet meer voldoende kan opvangen.
In Gelderland krijgt dat verschijnsel steeds meer aandacht. Langdurige droogte, veranderende grondwaterstanden en bepaalde kleisoorten kunnen elkaar versterken, waardoor sommige woningen kwetsbaarder worden voor funderingsproblemen. Dat betekent overigens niet dat iedere woning op klei risico loopt of dat iedere verzakking door droogte wordt veroorzaakt.
Klei kan krimpen en weer uitzetten
Klei kan water opnemen en vasthouden. Wanneer de bodem uitdroogt, kunnen bepaalde kleisoorten daardoor aanzienlijk krimpen. Wanneer de bodem daarna weer natter wordt, kan dezelfde klei opnieuw uitzetten. Dat verschijnsel wordt krimp en zwel genoemd. Deltares onderzoekt deze zogenoemde zwelgevoelige klei en heeft vastgesteld dat sommige onderzochte kleisoorten in laboratoriumproeven tussen de 25 en 30 procent konden krimpen en tussen de 8 en 10 procent konden zwellen. Die percentages hebben betrekking op de onderzochte kleimonsters en kunnen niet zonder meer naar iedere Gelderse bodem worden vertaald.
Voor woningen is vooral de ongelijkmatige beweging van belang. Wanneer de bodem onder een volledig gebouw ongeveer gelijkmatig beweegt, hoeft dat niet direct tot grote schade te leiden. Als de bodem onder het ene deel van een woning anders beweegt dan onder het andere deel, kan de fundering die verschillen mogelijk niet volledig opvangen.
Deltares noemt verschilzetting dan ook als een belangrijk schadeproces. In het dossier over funderingen en bodemdaling beschrijft het kennisinstituut dat droogte, bodemdaling en veranderende grondwaterstanden ervoor kunnen zorgen dat de bodem onder verschillende delen van een fundering anders zakt of stijgt. Wanneer de fundering die beweging niet goed kan opvangen, kunnen scheuren en vervormingen ontstaan.
Droogte is een factor, maar niet automatisch de oorzaak
De discussie over funderingsschade wordt ingewikkeld doordat verschillende processen tegelijkertijd kunnen optreden. Een droge periode kan de bodem uitdrogen, maar ook grondwaterstanden kunnen veranderen en menselijke activiteiten kunnen invloed hebben op de waterhuishouding.
TNO en Deltares schrijven dat klimaatverandering leidt tot langere droge en natte perioden en dat specifieke kleisoorten daarop kunnen reageren met sterke krimp en uitzetting. De onderzoekers zien daardoor een groeiend risico op funderingsschade in verschillende Nederlandse regio’s.
Daarmee is echter nog niet bewezen dat droogte de oorzaak is van iedere individuele scheur of verzakking. Bij een woning die schade vertoont, moeten de fundering, bodemopbouw, grondwaterstand en andere omstandigheden ter plaatse worden onderzocht voordat een oorzaak kan worden vastgesteld.
Dat onderscheid is belangrijk. Een journalistiek verhaal over funderingsproblemen moet voorkomen dat een natuurlijk proces automatisch wordt vertaald naar een concrete schadeoorzaak bij een individuele woning.
Niet iedere verzakking is hetzelfde
Ook het begrip ‘grondverzakking’ kan verschillende processen omvatten. Een woning kan bijvoorbeeld te maken krijgen met zetting van een slappe bodem, terwijl bij een andere woning juist sprake is van krimp en zwel van klei.
Het Informatiepunt Leefomgeving beschrijft verschillende oorzaken van bodemdaling, waaronder inklinking van klei en veen, veranderingen in de grondwaterstand en menselijke ingrepen. Bodemdaling en funderingsschade zijn daarbij niet hetzelfde verschijnsel, al kunnen ze wel met elkaar samenhangen.
Een scheur in een gevel is daarom op zichzelf geen bewijs van bodemdaling en evenmin bewijs dat droogte de oorzaak is. Voor een betrouwbare conclusie zijn gegevens over de woning en de ondergrond nodig.
De fundering maakt verschil
Het type fundering speelt een belangrijke rol bij de manier waarop een woning op veranderingen in de bodem reageert. Bij een fundering op staal rust het gebouw relatief ondiep op de ondergrond, waardoor beweging van de bovenste bodemlagen rechtstreeks invloed kan hebben op de fundering.
In Nederland zijn tot in de jaren zeventig veel woningen gebouwd met funderingen op staal en met houten paalfunderingen. TNO schrijft dat beide funderingstypen op slappe bodems zoals klei en veen gevoelig kunnen zijn voor verschillende vormen van schade. Bij funderingen op staal kan ongelijkmatige verzakking een probleem vormen, terwijl bij houten palen onder meer de grondwaterstand van belang is.
Een paalfundering betekent daarom niet automatisch dat een woning geen funderingsrisico heeft. Bij houten palen kan een langdurig lagere grondwaterstand juist leiden tot aantasting van het hout.
Volgens het Informatiepunt Leefomgeving zijn in Nederland ongeveer 750.000 woningen op houten palen gebouwd. Zolang de palen onder water blijven, zijn ze beschermd tegen zuurstof en daarmee tegen bepaalde vormen van houtaantasting. Wanneer de grondwaterstand langdurig daalt, kan zuurstof bij de palen komen en kan paalrot ontstaan, met zetting of verzakking als mogelijk gevolg.
Gelderland heeft niet overal dezelfde bodem
Gelderland kent grote verschillen in bodemopbouw. De Veluwe bestaat voor een belangrijk deel uit zandgronden, terwijl in het rivierengebied onder meer rivier- en komkleien voorkomen. Ook beekdalen en andere overgangsgebieden hebben hun eigen bodem- en waterhuishouding.
Die verschillen zijn belangrijk, omdat het gedrag van de bodem niet overal hetzelfde is. Een woning op zandgrond heeft met andere omstandigheden te maken dan een woning die op een kleilaag in het rivierengebied staat.
De provincie beschikt bovendien over een uitgebreid meetnet voor grondwater. Op de officiële pagina Grondwater in Gelderland staat dat grondwaterstanden zijn opgenomen in de landelijke Basisregistratie Ondergrond, het BROloket. Daar kunnen gegevens over meetpunten en meetreeksen worden bekeken en gedownload.
Dat maakt het mogelijk om voor afzonderlijke gebieden te onderzoeken hoe de grondwaterstand zich in de loop van de tijd heeft ontwikkeld. Zo’n ontwikkeling kan vervolgens worden vergeleken met bodemgegevens en eventuele meldingen van funderingsproblemen.
Het rivierengebied krijgt bijzondere aandacht
Het Gelderse rivierengebied komt nadrukkelijk terug in het onderzoek naar zwelgevoelige klei. Deltares meldt dat veel recente meldingen van schade afkomstig zijn uit het rivierengebied, waaronder Duiven en Zevenaar. Ook Rekken in Gelderland wordt genoemd als een locatie waar schadegevallen bekend zijn.
Dat betekent niet dat woningen in deze plaatsen automatisch kwetsbaar zijn. Het betekent dat er op deze locaties meldingen zijn die passen binnen het bredere onderzoek naar funderingsschade door zwel- en krimpklei.
Deltares doet op verschillende plaatsen in Nederland onderzoek naar de bodem en funderingen. In Gelderland worden onder meer Rekken en Arnhem genoemd als locaties waar de onderzoekers meten en monitoren. Daarbij wordt gekeken naar de bodemopbouw, grondwaterstanden, bodemvocht, belasting van gebouwen en de invloed van vegetatie. Deze informatie staat in het onderzoeksdossier van Deltares.
Zoelen als onderzoekslocatie
Ook TNO en Deltares volgen woningen en de ondergrond op verschillende locaties. Een van die locaties is Zoelen, waar meetapparatuur is aangebracht om de beweging van de bodem en het gebouw afzonderlijk te registreren.
TNO beschrijft het onderzoek als onderdeel van een bredere poging om te begrijpen wanneer bewegingen in de bodem daadwerkelijk gevolgen hebben voor gebouwen. In Zoelen werd tijdens een droge lente een bodemdaling van ruim een centimeter gemeten, waarna de bodem na regen weer omhoog bewoog.
Die meting betekent niet dat de woning daardoor ook ruim een centimeter is verzakt. De onderzoekers kijken juist naar de diepte van de beweging en naar de vraag of die beweging de fundering bereikt.
TNO meldt dat tot nu toe geen extreme reacties in de gemonitorde gebouwen zijn vastgesteld. Juist daarom wordt langdurig gemeten: onderzoekers willen onderscheid maken tussen normale bewegingen van gebouwen en bewegingen die daadwerkelijk door de ondergrond worden veroorzaakt.
Een woning kan dus bewegen zonder direct schade te krijgen
Dat onderscheid is belangrijk om de omvang van het probleem goed te begrijpen. Een bodem kan bewegen zonder dat een woning daar noodzakelijkerwijs schade door oploopt.
Volgens TNO worden in Zoelen bijvoorbeeld ook bewegingen gemeten die samenhangen met dag- en nachtritmes en temperatuurverschillen. De bodem laat daarnaast duidelijke seizoensbewegingen zien, maar de onderzoekers willen vooral vaststellen wanneer die bewegingen diep genoeg gaan om de fundering te beïnvloeden. TNO beschrijft die meetmethode uitgebreid in het onderzoek naar bodem- en gebouwinteractie.
Daarmee wordt duidelijk waarom algemene uitspraken over ‘verzakkende huizen’ riskant zijn. Niet iedere beweging van de bodem leidt tot schade en niet iedere schade aan een woning kan zonder aanvullend onderzoek aan de bodem worden toegeschreven.
Het aantal meldingen is wel toegenomen
Hoewel de precieze oorzaak per woning moet worden vastgesteld, ziet Deltares wel een duidelijke ontwikkeling in de meldingen. Volgens het kennisinstituut is het aantal meldingen van funderingsschade uit gebieden met zwelgevoelige klei sinds de extreem droge zomer van 2018 met 25 procent toegenomen.
Dat cijfer gaat nadrukkelijk niet over 25 procent van de woningen in Gelderland. Het gaat om de ontwikkeling van meldingen uit gebieden waar zwelgevoelige klei voorkomt. Deltares schrijft bovendien dat het werkelijke aantal schadegevallen waarschijnlijk hoger ligt. De cijfers en de achterliggende uitleg staan in het Deltares-onderzoek naar zwelgevoelige klei.
TNO zag eveneens tussen 2018 en 2022 een scherpe toename van claims en schademeldingen rond funderingen. Volgens TNO zijn zowel het risicogebied als de funderingsproblematiek in die periode gegroeid. TNO koppelt die ontwikkeling aan onder meer langere droge perioden en veranderende omstandigheden in de ondergrond.
Ook bomen kunnen invloed hebben
De hoeveelheid water in de bodem wordt niet alleen bepaald door regen en grondwater. Vegetatie kan eveneens invloed hebben, omdat bomen en andere planten water aan de bodem onttrekken. Deltares noemt de aanwezigheid van vegetatie daarom als een van de factoren die het gedrag van zwelgevoelige klei beïnvloeden. Ook verschillen tussen bijvoorbeeld een betegeld terras en een gazon kunnen invloed hebben op de vochtverdeling in de bodem. Deze factoren worden meegenomen in het onderzoek van Deltares.
Dat betekent dat zelfs woningen die naast elkaar staan met verschillende omstandigheden te maken kunnen hebben. De samenstelling van de bodem, de dikte van de kleilaag, de fundering, begroeiing en de lokale waterhuishouding kunnen allemaal verschillen.
Ook menselijke ingrepen kunnen een rol spelen
Naast natuurlijke omstandigheden kunnen menselijke activiteiten invloed hebben op de bodem en het grondwater. Deltares noemt onder meer veranderingen in het grondwaterbeheer en andere menselijke activiteiten als factoren die het gedrag van zwelgevoelige klei kunnen beïnvloeden.
Dat betekent echter niet dat daarmee automatisch een verantwoordelijke of schuldige is gevonden. Om een concrete relatie tussen een ingreep en funderingsschade aan te tonen, moet eerst worden vastgesteld welke verandering heeft plaatsgevonden en of die verandering daadwerkelijk invloed heeft gehad op de betreffende woning.
Ook de bevoegdheden rond grondwater zijn verdeeld. De provincie Gelderland legt uit dat de provincie bevoegd gezag is voor onder meer grondwateronttrekkingen voor de openbare drinkwatervoorziening, bepaalde industriële toepassingen en open bodemenergiesystemen. In andere gevallen ligt het bevoegd gezag bij het waterschap.
Voor een specifiek schadegeval moet daarom eerst worden vastgesteld welke activiteiten in het gebied hebben plaatsgevonden en welke overheid daarvoor bevoegd was.
Gelderland kiest voor water en bodem als uitgangspunt
De provincie Gelderland kijkt inmiddels nadrukkelijker naar de relatie tussen bodem en ruimtelijke ontwikkeling. Onder het uitgangspunt ‘water en bodem sturend’ wil de provincie het natuurlijke bodem- en watersysteem een belangrijkere plaats geven bij ruimtelijke keuzes.
Op de officiële pagina Water en bodem sturend: bouwen aan een toekomstbestendig Gelderland schrijft de provincie dat het bodem- en watersysteem de basis vormt voor ruimtelijke activiteiten. Volgens Gelderland zijn bodem en water in de afgelopen 150 jaar sterk aangepast aan menselijke activiteiten, terwijl de provincie nu vaker te maken krijgt met langdurige droogte en extreem weer.
Die verandering in beleid is relevant voor woningbouw. Als bekend is dat bepaalde bodemtypen kwetsbaarder zijn voor droogte, grondwaterveranderingen of andere bewegingen, ligt het voor de hand om die eigenschappen eerder mee te nemen bij de keuze voor een locatie en de manier waarop daar wordt gebouwd.
Gelderland heeft daarvoor inmiddels ook praktische hulpmiddelen ontwikkeld. De provincie noemt onder meer signaleringskaarten en een water- en bodemkompas, waarmee gemeenten en andere partijen informatie over bodem en water bij ruimtelijke plannen kunnen betrekken.
Er zijn veel openbare gegevens beschikbaar
Voor een journalistiek onderzoek naar funderingsrisico’s in Gelderland zijn inmiddels verschillende openbare databronnen beschikbaar. De provincie stelt grondwatergegevens beschikbaar via het BROloket, terwijl bodemgegevens uit landelijke registraties kunnen worden gebruikt om de ondergrond te reconstrueren.
Ook hoogtegegevens zijn openbaar beschikbaar. Het Actueel Hoogtebestand Nederland bevat gedetailleerde hoogtegegevens van heel Nederland. De AHN-viewer maakt het mogelijk om het maaiveld en andere hoogtegegevens te bekijken.
Die gegevens kunnen waardevol zijn bij onderzoek naar bodembeweging, maar ook hier is voorzichtigheid nodig. Een verschil tussen twee hoogtegegevens is niet automatisch bewijs dat de bodem op die locatie is gedaald, omdat ook veranderingen in het maaiveld, bebouwing en meetomstandigheden een rol kunnen spelen.
De kracht zit daarom juist in het combineren van verschillende bronnen. Bodemtype, grondwaterstanden, hoogtegegevens, bouwjaren en funderingstypen kunnen samen een veel beter beeld geven van mogelijke risicogebieden dan één afzonderlijke dataset.
Het onderzoek naar de risico’s is nog volop bezig
TNO en Deltares proberen momenteel een landelijk beeld te krijgen van de relatie tussen bodem, grondwater en funderingen. Daarbij wordt gewerkt aan een landelijke risicomodellering waarin onder meer funderingseigenschappen, bodemgesteldheid en grondwaterstand worden meegenomen.
TNO beschrijft dat een dergelijke informatievoorziening uiteindelijk moet helpen om gebouwen een risicoprofiel te geven. Het doel daarvan is niet alleen om bestaande schade beter te begrijpen, maar ook om bewoners, gemeenten, provincies en waterschappen beter te ondersteunen bij beslissingen.
Ook Deltares werkt aan een risicobeoordelingssysteem voor zwelgevoelige klei. Het kennisinstituut benadrukt daarbij dat het niet eenvoudig is om alleen op basis van bestaande bodemgegevens vast te stellen of een specifieke woning op expansieve klei staat. Voor een betrouwbare beoordeling kan nader onderzoek naar de eigenschappen van de klei nodig zijn.
De belangrijkste vraag is daarom niet wie de schuldige is
De beschikbare onderzoeken geven inmiddels voldoende aanleiding om funderingsrisico’s door veranderende bodemomstandigheden serieus te nemen. Tegelijkertijd is er nog onvoldoende basis om iedere verzakking in Gelderland aan droogte, klimaatverandering, grondwaterbeheer of een bepaalde fundering toe te schrijven.
Daarom ligt de journalistiek interessante vraag ergens anders. Waar komen in Gelderland verschillende risicofactoren samen, welke woningen staan daar en wat is er bekend over de ontwikkeling van bodem en grondwater?
Dat onderzoek kan veel concreter worden gemaakt door openbare gegevens met elkaar te combineren. Wanneer bijvoorbeeld blijkt dat een gebied op een gevoelige kleilaag ligt, meerdere droge perioden heeft doorgemaakt, sterke veranderingen in grondwater kent en veel oudere woningen met ondiepe funderingen heeft, ontstaat een locatie die nader onderzoek verdient.
Daarmee verschuift het verhaal van een algemene waarschuwing over droogte naar een concrete Gelderse vraag: waar is de bodem mogelijk kwetsbaar voor funderingsproblemen en wat weten we daarover?
Die vraag staat centraal in het vervolg van dit onderzoek. Dan gaat het niet alleen om de techniek van funderingen, maar ook om de keuzes die in het verleden zijn gemaakt, de kennis die toen beschikbaar was en de vraag welke verantwoordelijkheid verschillende partijen vandaag hebben bij het voorkomen van nieuwe schade.
Heeft u een foutje gezien of beschikt u over aanvullende informatie? Neem dan contact met ons op.
Weergaven: 75






