De psychologie van de zijlijn

Columns

Soms vraag ik me af of er iets mis is met mij. Niet omdat ik graag alleen ben. Ook niet, omdat ik een hekel heb aan mensen. Maar omdat ik merk dat ik juist een stap achteruitzet op het moment dat duizenden anderen enthousiast dezelfde kant op lopen.

De Nijmeegse Vierdaagse? Een indrukwekkende prestatie. Alpe d’HuZes? Bewonderenswaardig. De Airborne Wandeltocht? Een evenement met een diepe historische betekenis. Toch voel ik nooit de behoefte om me aan te sluiten. Hetzelfde geldt voor festivals, Koningsdag, carnaval, grote sportevenementen en eigenlijk alles waar grote mensenmassa’s op afkomen. Waar anderen energie krijgen van de drukte en de saamhorigheid, voel ik vooral de behoefte om aan de rand te blijven staan.

Lange tijd dacht ik dat het misschien een vorm van afgunst was. Dat ik iets afwees, omdat ik er zelf geen onderdeel van was. Maar hoe langer ik daarover nadacht, hoe minder die verklaring klopte. Ik gun iedereen zijn plezier. Ik begrijp alleen niet waarom een grote groep mensen automatisch iets aantrekkelijker maakt.

De psychologie van de massa

Psychologen hebben daar een interessante verklaring voor. Mensen verschillen namelijk sterk in hun behoefte aan verbondenheid en autonomie. De één ervaart een menigte als iets warms: samen een doel bereiken, dezelfde emotie delen en onderdeel zijn van iets groters dan jezelf. De ander ervaart juist het tegenovergestelde. Niet uit minachting voor de groep, maar vanuit een sterke behoefte om zelf te bepalen wat waardevol is.

Dat verschil is helemaal niet vreemd. Evolutionair gezien heeft de mens zich altijd in groepen georganiseerd. Samen jagen, samen vieren, samen rouwen en samen herdenken zorgde voor veiligheid en verbondenheid. Ons brein beloont die verbondenheid zelfs met een gevoel van voldoening. Maar niet iedereen ervaart die behoefte in dezelfde mate. Sommigen voelen zich juist het meest zichzelf wanneer ze niet opgaan in de massa.

Groepsdruk of groepsgevoel?

Bij het woord groepsdruk denken we al snel aan iets negatiefs. Aan jongeren die worden overgehaald om iets te doen wat ze eigenlijk niet willen. Maar psychologen maken een belangrijk onderscheid. Vaak is er helemaal geen sprake van druk. Er is eerder sprake van sociale normen. We kijken voortdurend naar wat anderen doen om te bepalen wat normaal, aantrekkelijk of waardevol is. Dat gebeurt meestal onbewust.

De Amerikaanse psycholoog Robert Cialdini noemt dat social proof: wanneer veel mensen ergens enthousiast over zijn, ervaren anderen dat automatisch als een signaal dat het waarschijnlijk de moeite waard is. Niet omdat iemand hen daartoe dwingt, maar omdat ons brein de groep gebruikt als een soort kompas.

Daarnaast spreken psychologen over normatieve sociale invloed. Mensen passen hun gedrag soms aan, omdat ze erbij willen horen of zich willen verbinden met een groep. Dat hoeft helemaal niet oppervlakkig te zijn. Het kan juist een diep menselijke behoefte zijn. Denk aan samen wandelen, samen herdenken of samen feestvieren. Het gaat dan niet alleen om de activiteit zelf, maar om het gevoel onderdeel te zijn van iets groters.

En misschien zit daar precies mijn verschil. Waar veel mensen onbewust worden aangetrokken door wat de groep doet, gebeurt bij mij juist het tegenovergestelde. Hoe groter de menigte, hoe sterker mijn behoefte wordt om een stap achteruit te doen. Niet uit verzet. Niet omdat ik denk dat de massa ongelijk heeft. Maar omdat ik eerst wil begrijpen waarom zoveel mensen dezelfde kant op bewegen. Misschien is dat wel mijn afwijking. Of misschien is dat gewoon mijn journalistieke reflex.

Misschien is het de journalist in mij

Hoe langer ik hierover nadenk, hoe meer ik vermoed dat mijn werk daar ook invloed op heeft. Als journalist heb ik mezelf aangeleerd om niet direct mee te doen, maar eerst te kijken. Niet meteen juichen als iedereen juicht. Niet direct boos worden omdat anderen boos zijn. Eerst observeren. Eerst begrijpen. Pas daarna een mening vormen.

Misschien is dat inmiddels geen beroep meer, maar een manier van leven geworden. Waar de meeste mensen op een festival opgaan in de muziek, kijk ik naar de mensen. Waarom zijn ze hier? Waar worden ze door geraakt? Waarom voelt de één zich volledig vrij in een mensenmassa, terwijl een ander zich juist terugtrekt?

Tijdens een herdenking vraag ik me af hoe rituelen ontstaan en waarom ze generaties lang blijven bestaan. Bij een wandeltocht vraag ik me af waarom duizenden mensen vrijwillig dezelfde route afleggen. Ik beleef de gebeurtenis niet van binnenuit. Ik bekijk haar van buitenaf. Niet omdat ik afstand wil houden, maar omdat mijn nieuwsgierigheid groter is dan mijn behoefte om mee te doen.

De wereld vanaf de zijlijn

Misschien is dat wel wat journalistiek in essentie is. Een goede journalist staat zelden midden in de menigte. Hij staat er net naast. Niet om zich boven de groep te verheffen, maar om overzicht te houden. Om verbanden te zien die vanuit het midden minder zichtbaar zijn. Juist vanaf de zijlijn zie je hoe mensen reageren, welke emoties ontstaan en welke verhalen zich achter de gebeurtenis afspelen. Dat geldt net zo goed voor een festival als voor een politieke demonstratie, een sportwedstrijd of een herdenking.

Misschien verklaart dat ook waarom ik zo graag onderzoeksjournalistiek bedrijft. Ik voel me meer thuis achter een stapel documenten dan midden in een mensenmassa. Ik word nieuwsgierig van wat níét direct zichtbaar is. Achter elk evenement, elk besluit en elke maatschappelijke hype schuilt een verhaal dat vaak interessanter is dan de gebeurtenis zelf.

Populariteit is geen bewijs

We leven bovendien in een tijd waarin drukte vaak wordt gezien als een keurmerk. Een uitverkocht festival moet wel geweldig zijn. Een restaurant met een lange wachtrij zal wel goed zijn. Een evenement met tienduizenden bezoekers krijgt vanzelf een bepaalde status. Maar populariteit is voor mij geen bewijs van waarde.

Dat iets veel mensen aanspreekt, betekent niet automatisch dat het ook bij iedereen past. Net zoals een rustig bos niet minder bijzonder wordt omdat er weinig mensen lopen. Misschien zit daar wel mijn grootste verschil met de massa. Ik word niet aangetrokken door wat populair is. Integendeel. Hoe populairder iets wordt, hoe nieuwsgieriger ik word naar de vraag waarom.

Gewoon een andere manier van kijken

Misschien is er dus helemaal niets mis met mij. Misschien ben ik gewoon iemand die liever observeert dan participeert. Niet omdat ik me beter voel dan anderen. Niet omdat ik mensen hun plezier niet gun. Maar omdat mijn nieuwsgierigheid sterker is dan mijn behoefte om erbij te horen.

Terwijl duizenden mensen deelnemen aan een gebeurtenis, sta ik vaak aan de zijlijn. Niet om afstand te nemen. Maar om te begrijpen. En misschien is dat uiteindelijk precies wat mij journalist maakt.

Misschien zijn mensen die graag meelopen niet irrationeel. Misschien zijn mensen zoals ik ook niet afstandelijk. We beleven dezelfde wereld, alleen vanuit een andere positie. De één midden in de menigte, de ander een paar meter daarbuiten. En misschien hebben we elkaar juist daarom nodig. De één om de sfeer te maken, de ander om haar te begrijpen.

Mike Tomale

Verdieping en achtergrond

Heeft u een foutje gezien of beschikt u over aanvullende informatie? Neem dan contact met ons op.