Gelderse gemeenten boeken miljoenenoverschot

Gelderse gemeenten boeken miljoenenoverschot, maar financiële ruimte voor 2027 blijft aandachtspunt

Algemeen

De Gelderse gemeenten sloten 2025 gezamenlijk af met een positief jaarrekeningresultaat van € 368 miljoen. Toch geeft dat overschot niet automatisch aan hoeveel ruimte gemeenten hebben voor nieuwe woningbouw, onderhoud aan wegen en gebouwen of andere voorzieningen. Uit de provinciale analyse van de gemeentefinanciën blijkt dat de financiële reserves zijn toegenomen, terwijl de uitgaven aan jeugdzorg en maatschappelijke ondersteuning verder opliepen. Ook richting de begrotingen voor 2027 staan gemeenten voor financiële keuzes.

47 gemeenten eindigen 2025 met een positief resultaat

Van de 51 Gelderse gemeenten boekten er 47 over 2025 een positief jaarrekeningresultaat. Het gezamenlijke saldo kwam uit op € 368 miljoen, tegenover € 263 miljoen in 2024. Dat blijkt uit de provinciale brochure Jaarrekeningen Gelderse gemeenten 2025 in beeld.

Drie gemeenten sloten het jaar af met een negatief incidenteel rekeningresultaat. Daarnaast hadden zes gemeenten een negatief structureel resultaat. Bij drie van die zes gemeenten was dat voor het tweede achtereenvolgende jaar het geval. Deze cijfers hebben betrekking op verschillende soorten resultaten en zijn daarom niet zonder meer onderling uitwisselbaar.

De provincie noemt een hogere algemene uitkering uit het gemeentefonds en uitgestelde projecten als belangrijke verklaringen voor het positieve resultaat. Wanneer werkzaamheden of investeringen later worden uitgevoerd dan gepland, vallen de uitgaven in een bepaald jaar lager uit. Dat verbetert het jaarresultaat, maar betekent niet automatisch dat de onderliggende plannen goedkoper worden of definitief vervallen.

Financiële reserves nemen toe, schulden stijgen licht

De gezamenlijke vermogenspositie van de Gelderse gemeenten verbeterde in 2025 met € 295 miljoen. Dat is een stijging van 8 procent ten opzichte van het voorgaande jaar. Bij negen gemeenten nam het eigen vermogen juist af.

Tegelijkertijd stegen de gemiddelde schuldposities licht. De provincie maakt daarbij onderscheid tussen de brutoschuld, die de totale aangetrokken financiering omvat, en de nettoschuld, waarbij onder meer tijdelijk uitgezette gelden in mindering worden gebracht.

Een vergelijking van reserves en schulden geeft op zichzelf geen volledig beeld van de financiële mogelijkheden van een gemeente. Ook de verplichtingen, toekomstige inkomsten, geplande investeringen en risico’s tellen mee. Reserves kunnen bovendien nodig zijn om tegenvallers op te vangen of om specifieke beleidsdoelen te financieren.

Gemeenten investeerden € 854 miljoen in 2025

De Gelderse gemeenten investeerden in 2025 gezamenlijk € 854 miljoen. Een jaar eerder bedroeg dat totaal € 829 miljoen. De provinciale cijfers laten daarmee opnieuw een stijging zien, al vlakt de groei van de investeringen over meerdere jaren af.

Voor de financiële ruimte richting 2027 is van belang welke investeringen gemeenten al hebben vastgelegd en welke projecten nog moeten worden uitgevoerd. Uitgestelde werkzaamheden kunnen het jaarresultaat verbeteren, maar blijven relevant voor de financiële planning wanneer de uitvoering later alsnog plaatsvindt.

De provinciale totaalcijfers geven geen uitsluitsel over de ruimte die iedere afzonderlijke gemeente heeft voor nieuwe woningbouwprojecten, sportaccommodaties, wegenonderhoud of andere voorzieningen. Daarvoor zijn ook de gemeentelijke begrotingen, investeringsplannen en meerjarenramingen nodig.

Uitgaven aan jeugdzorg en Wmo lopen verder op

Een belangrijke ontwikkeling betreft het sociaal domein. De gezamenlijke netto lasten van de Gelderse gemeenten stegen in 2025 met 8 procent, van ongeveer € 2,8 miljard naar € 3,0 miljard. De totale gemeentelijke lasten namen in hetzelfde jaar met 6 procent toe.

Vooral de uitgaven aan jeugdzorg en de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) stegen. Volgens de provincie namen de gemiddelde lasten voor beide onderdelen met 18 procent toe. In absolute bedragen bedroeg de stijging van de netto lasten in het sociaal domein € 212 miljoen, tegenover € 179 miljoen in 2024.

Deze ontwikkeling is van belang voor de begrotingen van de komende jaren, omdat gemeenten hun wettelijke taken moeten blijven uitvoeren en tegelijkertijd andere uitgaven moeten financieren. De cijfers laten echter niet zien welke gemeenten de sterkste stijging kennen of welk effect dit per gemeente heeft op de ruimte voor andere beleidsdoelen.

Provincie verwacht sluitende begrotingen voor 2027

In de statenbrief over de jaarrekeningen en de vooruitblik op 2027 meldt de provincie dat ruim twee derde van de gemeenten volgens de beschikbare perspectiefnota’s en gesprekken al een structureel sluitende begroting voor 2027 en/of 2030 in beeld heeft. Zes gemeenten moesten op het moment van de provinciale analyse nog maatregelen uitwerken om ten minste één van die begrotingsjaren structureel sluitend te krijgen.

De provincie verwacht op basis van de beschikbare informatie dat alle gemeenten uiteindelijk een structureel sluitende begroting en meerjarenraming zullen vaststellen. Daarbij plaatst zij een kanttekening: de meeste gemeenten hadden hun nieuwe coalitieakkoorden nog niet financieel verwerkt in de perspectiefnota’s. De financiële gevolgen van nieuwe beleidskeuzes konden daardoor nog veranderen.

De begrotingsvooruitblik is dus geen definitieve beoordeling van alle begrotingen voor 2027. De provincie stelt de toezichtvormen voor dat jaar volgens de statenbrief eind december 2026 vast. In maart 2027 volgt een nieuwe rapportage over de begrotingsbeoordelingen en -analyses.

Gemeentelijk toezicht kijkt verder dan een overschot

Bij de beoordeling van gemeentelijke financiën staat niet alleen het jaarresultaat centraal. Volgens de Rijksoverheid moeten gemeenten een begroting hebben die structureel en reëel in evenwicht is. De gemeenteraad stelt de financiële kaders vast en controleert het college; de provincie houdt daarnaast toezicht op de financiële positie van gemeenten.

Een positief jaarresultaat is daarom niet hetzelfde als een structureel sluitende begroting. Evenmin betekent een sluitende begroting dat er zonder verdere afweging ruimte is voor alle gewenste investeringen. De financiële positie moet worden bezien in samenhang met de inkomsten, uitgaven, schulden, reserves en toekomstige verplichtingen.

De provinciale analyse biedt daarmee een gezamenlijk vertrekpunt om de financiële ontwikkeling van alle 51 Gelderse gemeenten te volgen. Voor een vergelijking van de concrete ruimte voor woningbouw, voorzieningen en onderhoud zijn de afzonderlijke begrotingen en investeringsbesluiten nodig.

De analyse is opgesteld door de provincie Gelderland en op 6 oktober 2026 vastgelegd in een statenbrief van Gedeputeerde Staten. Gedeputeerde Helga Witjes is daarin als portefeuillehouder vermeld; de brief is namens Gedeputeerde Staten ondertekend door commissaris van de Koning Daniël Wigboldus en provinciesecretaris Johan Osinga.

Heeft u een foutje gezien of beschikt u over aanvullende informatie? Neem dan contact met ons op.

Weergaven: 21