Nederlandse volwassenen tussen de 18 en 50 jaar krijgen gemiddeld 7,2 gram zout per dag binnen, volgens de cijfers waarop Foodwatch zijn campagne Zoutmaxdag 2026 baseert. Dat is meer dan de Nederlandse richtlijn van maximaal 6 gram per dag en de aanbeveling van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) van minder dan 5 gram. Foodwatch en de Nierstichting vragen daarom aandacht voor de hoeveelheid zout in voedingsmiddelen en voor maatregelen om het zoutgehalte van producten te verlagen.
Zoutinname in Nederland boven gezondheidsadviezen
De gemiddelde dagelijkse zoutinname van 7,2 gram voor volwassenen van 18 tot en met 50 jaar staat centraal in de campagne Zoutmaxdag, die Foodwatch op 17 september 2026 publiceerde. Volgens de berekening van de organisatie komt de gemiddelde inname daarmee 44 procent boven de WHO-aanbeveling van 5 gram per dag uit.
De WHO adviseert volwassenen minder dan 2.000 milligram natrium per dag te consumeren. Dat komt overeen met minder dan 5 gram zout. In Nederland geldt het advies om niet meer dan 6 gram zout per dag te eten. Deze grens is gebaseerd op de voedingsrichtlijnen van de Gezondheidsraad en wordt ook door het Voedingscentrum gehanteerd. De verschillende normen zijn terug te vinden in de informatie van de WHO over natriumreductie.
De Nederlandse Voedselconsumptiepeiling 2019-2021 van het RIVM brengt in kaart wat Nederlanders eten en drinken en hoeveel voedingsstoffen zij binnenkrijgen. Het instituut rapporteert dat de gemiddelde zoutinname in Nederland ten opzichte van eerdere peilingen is gedaald. De cijfers blijven volgens het RIVM relevant voor het voedingsbeleid. De resultaten staan in het rapport over de inname van energie en voedingsstoffen in Nederland.
Het meeste zout zit al in voedingsmiddelen
Volgens Foodwatch komt ongeveer 85 procent van de zoutinname uit bewerkte en voorverpakte producten. De Nierstichting noemt onder meer brood, kaas, vleeswaren, sauzen, soepen, vleesvervangers en kant-en-klaarmaaltijden als producten die zout kunnen bevatten.
Daardoor wordt de totale zoutinname niet alleen bepaald door het zout dat consumenten tijdens het koken of aan tafel toevoegen. Ook de samenstelling van producten die dagelijks worden gekocht, speelt een rol. De WHO wijst eveneens op de bijdrage van bewerkte voedingsmiddelen aan de natriuminname. Brood, bewerkt vlees, kaas en kant-en-klaarmaaltijden behoren tot de productgroepen die daarbij relevant kunnen zijn.
De Nierstichting benadrukt dat een hoge zoutinname gevolgen kan hebben voor de gezondheid. De organisatie verwijst daarbij naar de relatie tussen zout, bloeddruk en chronische nierschade. Volgens de stichting leven in Nederland ruim 1,8 miljoen mensen met chronische nierschade. Dat cijfer betreft de omvang van de aandoening en betekent niet dat alle gevallen door een hoge zoutinname worden veroorzaakt.
Gezondheidsrisico’s van te veel zout
Natrium is nodig voor verschillende lichaamsfuncties, maar een hoge inname kan de bloeddruk verhogen. Een verhoogde bloeddruk vergroot het risico op hart- en vaatziekten. De WHO noemt daarnaast verbanden tussen een hoge zoutinname en onder meer nierziekten.
De gezondheidsrisico’s gelden op bevolkingsniveau. Een dagelijkse inname boven de aanbevolen hoeveelheid betekent niet dat iemand automatisch ziek wordt. Het risico hangt samen met meerdere factoren, waaronder de totale voeding en andere persoonlijke omstandigheden.
De Nierstichting geeft uitleg over nierschade en preventie. De organisatie vraagt aandacht voor zoutbeperking als onderdeel van het voorkomen en beperken van gezondheidsrisico’s.
Overheidsbeleid richt zich op productverbetering
De Nederlandse overheid heeft de Nationale Aanpak Productverbetering opgezet om de hoeveelheid zout, suiker en verzadigd vet in bewerkte voedingsmiddelen terug te dringen. Binnen deze aanpak zijn grenswaarden vastgesteld voor verschillende productgroepen. Het doel voor 2030 is dat binnen iedere productgroep 50 procent van de producten in de gunstigste categorie valt en maximaal 10 procent in de minst gunstige categorie.
Het RIVM volgt de ontwikkeling van de productsamenstelling met gegevens uit de Levensmiddelendatabank. De criteria verschillen per productgroep, zodat rekening wordt gehouden met de samenstelling van uiteenlopende voedingsmiddelen. De actuele methodiek en grenswaarden zijn te raadplegen bij het RIVM in het overzicht van de criteria voor zout binnen de Nationale Aanpak Productverbetering.
De overheid hanteert met deze aanpak productcriteria en monitoring. De campagne van Foodwatch vraagt om een verdergaande maatregel: wettelijke maximumwaarden voor zout in voedingsmiddelen.
Foodwatch pleit voor wettelijke maximumwaarden
Foodwatch stelt dat de bestaande aanpak onvoldoende is en vindt dat wettelijke, bindende maximumwaarden nodig zijn om het zoutgehalte van voedingsmiddelen verder te verlagen. De organisatie wijst erop dat het grootste deel van de zoutinname volgens haar berekening afkomstig is uit producten waarin zout al is verwerkt.
De oproep is een beleidsstandpunt van Foodwatch. De overheid heeft al een aanpak met productcriteria en doelstellingen voor 2030. Of die aanpak voldoende effect heeft en of aanvullende wettelijke normen nodig zijn, is onderdeel van het debat over voedingsbeleid. Voor de beoordeling van de voortgang zijn de resultaten van de productmonitoring van belang.
Zoutmaxdag zet productverbetering op de agenda
Foodwatch gebruikt Zoutmaxdag om de gemiddelde zoutinname te vergelijken met de hoeveelheid die volgens de gehanteerde norm gedurende een jaar verantwoord is. De datum van 17 september 2026 is gebaseerd op de campagneberekening van de organisatie en is geen afzonderlijke medische grenswaarde.
De Nierstichting ondersteunt de aandacht voor zout vanwege de relatie met bloeddruk en niergezondheid. De discussie raakt daarmee zowel het voedingsgedrag van consumenten als de verantwoordelijkheid van producenten en de rol van de overheid bij het verbeteren van de samenstelling van voedingsmiddelen.
Dit artikel is opgesteld door de redactie van GLD Magazine op basis van de campagnepublicatie van Foodwatch van 17 september 2026 en informatie van de WHO, het RIVM, de Rijksoverheid en de Nierstichting. Standpunten over wettelijke maximumwaarden zijn toegeschreven aan Foodwatch; gezondheidsadviezen en beleidsdoelen zijn gekoppeld aan de betreffende instellingen.
Heeft u een foutje gezien of beschikt u over aanvullende informatie? Neem dan contact met ons op.
Weergaven: 1





