De droogtesituatie in het rivierengebied lijkt voorzichtig te verbeteren, maar van een einde aan het watertekort is nog geen sprake. Waterschap Rivierenland ziet de watervraag en het neerslagtekort afnemen, terwijl de waterstanden op veel plaatsen weer richting het normale zomerpeil kunnen. Tegelijkertijd blijven de rivierstanden laag. Met mogelijk stevige onweersbuien later deze week staat het waterschap voor een lastige balans: ruimte maken voor veel neerslag, maar voorkomen dat kostbaar water te snel wordt afgevoerd.
Regen brengt verlichting, maar herstel gaat langzaam
Afgelopen week viel verspreid over het werkgebied van Waterschap Rivierenland tussen de 17 en 48 millimeter regen. De meeste neerslag viel in de Vijfheerenlanden en het Rijk van Nijmegen. Volgens het waterschap leidde de regen nergens tot wateroverlast. Door de combinatie van lagere temperaturen, minder verdamping en een afgenomen watervraag konden de waterstanden op veel plaatsen geleidelijk worden teruggebracht richting het zomerpeil.
Dat betekent echter niet dat het watersysteem volledig is hersteld. De grondwaterstanden laten al langere tijd een lichte stijging zien, maar er is aanzienlijk meer neerslag nodig om de tekorten van de afgelopen maanden aan te vullen. Bovendien blijven de lage rivierstanden het herstel op sommige plaatsen beperken. Het actuele waterbericht van Waterschap Rivierenland dateert van 24 augustus en maakt duidelijk dat de situatie nauwlettend wordt gevolgd.
Stevig onweer stelt waterbeheer opnieuw voor uitdaging
Voor de komende dagen verwacht het waterschap opnieuw een omslag in het weer. Tot en met donderdag lopen de temperaturen op en blijft het grotendeels droog. Daarna is er kans op stevige onweersbuien. Vervolgens wordt wisselvalliger weer verwacht met geregeld regen en lagere temperaturen.
Voor het waterbeheer is vooral de hoeveelheid en verdeling van die neerslag van belang. Het waterschap wil voldoende ruimte creëren om plotselinge hoeveelheden regenwater te kunnen opvangen. Tegelijkertijd is het niet verstandig om al het beschikbare water af te voeren. De rivieren herstellen slechts langzaam en het watertekort is nog altijd aanwezig.
Daarom worden de waterstanden waar mogelijk geleidelijk richting het zomerpeil gebracht, terwijl het waterschap op andere plaatsen bewust iets meer water vasthoudt. Daarmee probeert het voorbereid te zijn op twee tegengestelde risico’s: wateroverlast door zware buien én opnieuw oplopende droogte wanneer de regen onvoldoende doorzet.
Rijn en Maas blijven laag
Ook de grote rivieren geven nog geen aanleiding om de droogteproblematiek als voorbij te beschouwen. De Rijn zal naar verwachting in de loop van deze week stijgen tot net onder 7 meter boven NAP. Die stijging valt volgens Waterschap Rivierenland echter minder sterk uit dan eerder werd verwacht, omdat in de stroomgebieden minder neerslag wordt voorzien.
De Maas laat eveneens enig herstel zien, maar de afvoer blijft volgens de huidige verwachting de komende dagen rond 25 kubieke meter per seconde schommelen. Daarmee zijn de rivierstanden nog niet terug op normale waarden voor deze periode.
De lage rivierstanden hebben gevolgen voor het regionale watersysteem. In augustus moest Waterschap Rivierenland al meerdere maatregelen nemen om voldoende water beschikbaar te houden. Zo werden tijdelijke pompen ingezet en werd de wateraanvoer op verschillende locaties aangepast. Op 19 augustus konden twee vaste gemalen, De Pannerling bij Doornenburg en Van Beuningen bij Zoelen, door de extreem lage waterstanden in Rijn en Waal geen water meer naar de Linge pompen. Tijdelijke pompen moesten daar uitkomst bieden.
Onttrekkingsverboden blijven voorlopig van kracht
De recente regenval heeft ook nog niet overal geleid tot het intrekken van droogtemaatregelen. In de Cittersgebieden, de Ooijpolder, Groesbeek en rond natuurgebied De Bruuk is voorzichtig herstel zichtbaar, maar de bestaande onttrekkingsverboden blijven voorlopig van kracht.
Dat is vooral relevant omdat het grondwater in en rond De Bruuk eerder tot historisch lage waarden was gedaald. Het waterschap stelde daar naast een verbod op het onttrekken van oppervlaktewater ook beperkingen in voor het onttrekken van grondwater.
Het waterschap benadrukt daarmee dat enkele regenachtige dagen niet automatisch betekenen dat de opgebouwde tekorten zijn verdwenen. Grondwater reageert bovendien trager op neerslag dan bijvoorbeeld sloten en beken. Het herstel kan daardoor langer duren, zeker op plaatsen waar de grondwaterstand sterk samenhangt met de waterstanden van de grote rivieren.
Watertekort vraagt om voorzichtig peilbeheer
De komende periode blijft het voor Waterschap Rivierenland daarom zoeken naar een evenwicht. Bij verwachte zware neerslag moet voldoende ruimte beschikbaar zijn om water op te vangen, maar het is volgens het waterschap eveneens belangrijk om niet meer water af te voeren dan noodzakelijk. Het beschikbare water kan later opnieuw hard nodig zijn wanneer een droge periode terugkeert.
De ontwikkeling laat zien hoe kwetsbaar het watersysteem kan zijn na een langdurige droge en warme periode. De recente regen biedt verlichting, maar heeft de gevolgen van de droogte nog niet volledig weggenomen. Zolang de rivierafvoeren achterblijven en de grondwaterstanden niet overal zijn hersteld, blijft voorzichtig waterbeheer noodzakelijk.
De situatie kan bovendien snel veranderen. Het waterschap past het peilbeheer aan op basis van actuele neerslagverwachtingen, rivierstanden en de watervraag. Daarmee is de verwachting voor de komende dagen niet alleen afhankelijk van hoeveel regen er valt, maar ook van waar die neerslag terechtkomt en hoe snel het water beschikbaar komt voor het regionale watersysteem.
Heeft u een foutje gezien of beschikt u over aanvullende informatie? Neem dan contact met ons op.
Weergaven: 60






