Gelderland noemt zichzelf de sportprovincie van Nederland. In het Gelders Programma Sport 2024–2027 beschrijft de provincie hoe sport en bewegen moeten bijdragen aan gezondheid, toegankelijkheid en leefbaarheid. Het beleid richt zich niet alleen op topsport, maar ook op breedtesport, sportverenigingen en een beweegvriendelijke leefomgeving.
Achter die ambities ligt een financiële vraag: hoe worden lokale sportvoorzieningen betaald en welk deel van de kosten komt uiteindelijk bij verenigingen, sporters en gemeenten terecht? De verdeling verschilt per accommodatie, sportaanbieder en gemeente. Onderzoek naar de financiering van sport laat zien dat vooral de exploitatie van accommodaties een belangrijk onderdeel van die discussie vormt.
Sportaccommodaties drukken op de begroting
Een sportvereniging heeft doorgaans meer nodig dan leden en trainers. Afhankelijk van de sport zijn er velden, sporthallen, zwembaden, kleedkamers en andere voorzieningen nodig. De kosten daarvan bestaan onder meer uit huur, onderhoud, beheer en energie. De manier waarop deze kosten worden verdeeld, hangt mede af van wie eigenaar is en wie de accommodatie exploiteert.
Het Mulier Instituut beschrijft in het Jaarrapport ruimte voor sport en bewegen 2025 dat de exploitatie en financiering van sportaccommodaties onder druk staan door onder meer prijs- en kostenstijgingen. Gemeenten, sportbedrijven, stichtingen, marktpartijen en verenigingen kunnen verschillende rollen vervullen bij het beheer en de financiering.
Voor binnensportverenigingen is de huur van een accommodatie een belangrijke uitgavenpost. Volgens het Mulier Instituut vormden huisvestingskosten in 2023 gemiddeld 49 procent van de uitgaven van binnensportverenigingen. Bij buitensportverenigingen lag het aandeel van de huur op 19 procent. Daar spelen onder meer verschillen in eigendom, beheer en onderhoud een rol.
Gemeenten dragen een belangrijk deel van de kosten
Gemeenten hebben een belangrijke positie in de financiering van de breedtesport. Zij beheren accommodaties, laten deze exploiteren of ondersteunen sportaanbieders financieel. Ook bepalen zij binnen hun beleid welke tarieven en subsidies van toepassing zijn.
Uit de Monitor sportuitgaven gemeenten 2024 van het Mulier Instituut blijkt dat gemeenten in 2024 gezamenlijk ongeveer € 2,04 miljard aan sport uitgaven. De inkomsten bedroegen circa € 663 miljoen. Na verrekening van de inkomsten kwamen de netto-sportuitgaven uit op ongeveer € 1,38 miljard.
Per inwoner gaven gemeenten netto gemiddeld € 77,30 uit aan sport. Daarvan ging € 58,20 naar sportaccommodaties en € 19 naar sportbeleid en activering. Het gaat om landelijke cijfers; de uitgaven verschillen aanzienlijk tussen gemeenten.
De cijfers maken duidelijk dat sportvoorzieningen niet uitsluitend uit inkomsten van gebruikers worden gefinancierd. Gemeentelijke uitgaven omvatten echter meer dan rechtstreekse subsidies aan sportverenigingen. Ook de exploitatie van accommodaties en de uitvoering van sportbeleid vallen hieronder.
Contributies en andere inkomsten
Sportverenigingen kunnen hun inkomsten halen uit contributies, sponsoring, kantineopbrengsten en activiteiten. Hoeveel ruimte er is om deze inkomsten te verhogen, verschilt per vereniging. Ook de accommodatiekosten en de omvang van het ledenbestand spelen een rol.
Een contributieverhoging kan extra inkomsten opleveren, maar verhoogt tegelijkertijd de kosten voor leden. Voor gezinnen met meerdere sportende kinderen kunnen contributies, kleding, materiaal en vervoer samen een aanzienlijke uitgave vormen. Hoe groot dat effect is, hangt af van de sport en de persoonlijke situatie.
De betaalbaarheid van sport is ook onderdeel van het provinciale beleid. Gelderland noemt toegankelijkheid, vitale sportaanbieders en ruimte voor sport en bewegen als belangrijke thema’s. Dat betekent niet dat iedere vereniging automatisch aanspraak kan maken op subsidie. De voorwaarden voor gemeentelijke ondersteuning worden mede bepaald door het lokale beleid en de betreffende subsidieregelingen.
Vrijwilligers houden verenigingen draaiende
Naast geld is vrijwilligerswerk een belangrijke pijler van de georganiseerde sport. Bestuurders, trainers, scheidsrechters en kantinevrijwilligers verrichten werkzaamheden die nodig zijn om verenigingen te laten functioneren.
Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek deed in 2025 15,1 procent van de Nederlanders van 15 jaar en ouder in de voorafgaande twaalf maanden vrijwilligerswerk voor een sportvereniging. In 2024 was dat 16,2 procent.
De cijfers laten een daling zien ten opzichte van het voorgaande jaar, maar geven op zichzelf geen verklaring voor die ontwikkeling. Ook zeggen ze niet hoeveel uren vrijwilligers gemiddeld besteden aan hun werkzaamheden.
NOC*NSF wees in april 2025 op de bestuurlijke belasting van sportverenigingen. In Nederland zijn volgens de sportkoepel circa 22.000 sportverenigingen actief, met ruim twee miljoen vrijwilligers. Bestuurders krijgen onder meer te maken met regelgeving, administratie en aansprakelijkheidsvraagstukken. Vooral grotere clubs en verenigingen met een eigen accommodatie kunnen met omvangrijke verantwoordelijkheden te maken hebben.
Provincie actualiseert de stand van het sportbeleid
Het Gelders Programma Sport 2024–2027 is door Gedeputeerde Staten vastgesteld op 28 januari 2025. De provincie publiceerde in april 2026 een technisch aangepaste versie van het programma. Volgens de officiële bekendmaking zijn daarbij de beleidsinhoudelijke uitgangspunten niet gewijzigd.
In september 2026 informeerde de provincie Provinciale Staten over de voortgang van het programma. Volgens de provinciale rapportage wordt in alle zeven Gelderse regio’s gewerkt aan regionale sport- en beweegagenda’s. Via het Jeugdfonds Sport & Cultuur werden jaarlijks ruim 3.000 kinderen ondersteund bij deelname aan sport en bewegen. Daarnaast kreeg sport en bewegen een plek in meer dan 25 wijk- en dorpendeals.
De provincie meldde ook dat jaarlijks 20 tot 25 sportevenementen worden ondersteund met maatschappelijke activiteiten via het Gelders Sportfonds. Tussen 2024 en 2028 zijn daarnaast achttien internationale sportevenementen ondersteund, waaronder zeven evenementen voor parasport en aangepast sporten. Volgens de provinciale rapportage bereikten deze evenementen tussen januari 2025 en juli 2026 gezamenlijk ruim 3,7 miljoen deelnemers en bezoekers.
De voortgangsinformatie is opgenomen in de besluiten van Gedeputeerde Staten van 14 september 2026. De rapportage gaat over de uitvoering van het provinciale sportprogramma en vormt geen landelijk of Gelders overzicht van de financiële positie van alle sportverenigingen.
Welke keuzes maken gemeenten?
De financiering van de breedtesport kent verschillende vormen. Een gemeente kan accommodaties zelf exploiteren, het beheer uitbesteden, huurinkomsten ontvangen of verenigingen ondersteunen met subsidies. De uiteindelijke verdeling van de kosten hangt af van het gekozen model en de lokale omstandigheden.
Voor de beoordeling van gemeentelijk sportbeleid zijn daarom niet alleen de subsidiebedragen van belang. Ook de kosten van accommodaties, de gehanteerde huurtarieven, de voorwaarden voor ondersteuning en de ontwikkeling van de gemeentelijke sportuitgaven spelen een rol.
Het provinciale programma beschrijft de ambities voor sport en bewegen in Gelderland. De landelijke onderzoeken van het Mulier Instituut en het CBS bieden aanvullende informatie over de financiering van accommodaties, gemeentelijke uitgaven en vrijwilligerswerk. Deze bronnen belichten verschillende onderdelen van de sportsector, maar geven geen volledig financieel overzicht van iedere afzonderlijke Gelderse vereniging.
Heeft u een foutje gezien of beschikt u over aanvullende informatie? Neem dan contact met ons op.
Weergaven: 6



